En dat op de eerste zomeravond...


Dat vind ik zo’n fijn moment in het jaar. De eerste dag dat je buiten kan eten. Lekker lang natafelen, terwijl de vogels vrolijk fluiten en de zon haar licht schijnt op de gedekte tafel. Bij de koffie een zomerse taart met slagroom, frambozen en aardbeien. Het heeft duidelijk gesmaakt. Getuige de enkele aardbei die er nog over is.

Mijn tafelgenoten zijn inmiddels naar binnen. Ik pak mijn boek erbij en geniet van de rust. Voor ik het weet begint het donker te worden. Het wordt ook wat frisser voel ik. Ik kijk op. In de heldere hemel valt mijn oog op een fonkelende ster. Het fascineert me.

Ik loop naar binnen om een lange broek en vest aan te trekken en pak mijn telescoop. Ik ben nieuwsgierig. Naar wat daar zo flonkert boven mij. Verder en verder zoom ik in op de ster. Het blijft mooi om ze van dichtbij te kunnen zien. Zeker op zo’n heldere avond als deze. Ik doe het vaker. Ontdek altijd wel iets wat ik niet eerder zag. Deze ster fascineert me echter meer dan anders. Maar waarom? Waarom blijf ik hier zo lang naar kijken?

Dan besef ik me dat het een beweging is die mijn aandacht trekt. Ik kan niet goed zien wat het is. Probeer er mijn telescoop op af te stellen, maar krijgt het niet scherp. Toch kan ik het niet loslaten. Ik kijk afwisselend door de kijker en erlangs. Wat is dat toch? Ik verplaats mijn telescoop en zet hem op de tuintafel. Misschien is dat een beter kijkpunt.

Nogmaals kijk ik door de lens. Nee…Dit heb ik niet gezien…. Ik val bijna van de tafel van verbazing. Is het de zon die me naar mijn hoofd is gestegen? Ik kijk nog eens. En blijf kijken. Een iets, iemand, of hoe noem je dat in de ruimte, beweegt. Een wezen. Klein van stuk met vijf lange, tja wat zijn het, armen zal ik het maar noemen. Het is duidelijk gericht op mij. Druk gebarend. Ik snap er niks van. Wat een rare kwast. Wat wil het van me? Wat wil het me duidelijk maken? Ik kijk even om me heen. Zie op de tafel enkel nog wat bordjes staan met hier en daar een restje slagroom en de overgebleven aardbei. Nogmaals kijk ik door de telescoop. Ik moet lachen. Wat een komisch gezicht eigenlijk. Wat een leuk wezentje. Het blijft druk naar me gebaren.

De lens beslaat. Met mijn handen voel ik in mijn broekzakken of er een zakdoek in zit. In de ene zak zit een postelastiek, in de andere niets. In mijn achterzak mijn bankpas. Een servet dan maar. Ik maak de lens schoon, leg de servet weer neer op tafel en pak de aardbei van het gebaksbordje. Vlak voordat hij in mijn mond verdwijnt springt het wezentje als een dolle op en neer. Wacht. Flitst het door mijn hoofd. Wil het misschien iets van de aarde proeven? Letterlijk?

Het wezentje kalmeert. Ziet dat ik het begrijp. Maar in hemelsnaam. Hoe ga ik een aardbei op een ster krijgen? Waar schiet ik dat mee we…Ja! Dat elastiek! Ik schiet het weg met het postelastiek! Zoals een katapult. Voorzichtig leg ik de aardbei tegen het elastiek aan, trek het met de andere hand naar achter en….plof. Met een flauw boogje valt de aardbei in het gras. Hij haalt niet eens de top van de boom….Dit is kansloos… Nee! Het moet lukken! Ik kijk nog eens door de lens. En ja hoor, het wezentje staat er nog. Het lacht me toch niet uit hè!

Ik laat me niet kennen. Pak het elastiek nog eens, doe de aardbei erin en trek zo hard als ik nog nooit heb gedaan, laat los, en de aardbei schiet nog sneller dan het licht de ruimte in. De ster tegemoet.

Een beetje duizelig van de krachtinspanning wankel ik op de tuintafel. Stap met mijn voet in de slagroom. Ik grijp me vast aan het statief. Wow….Als ik mijn evenwicht heb hervonden werp ik voorzichtig een blik naar boven. Met mijn mond open van verbazing zie ik dat mijn aardbei geland is op de ster. In de, wat ik zal noemen ‘mond’ van het wezentje. Ik kan het zien juichen van plezier. Het is gewoon gelukt! Ik heb een ruimtewezentje iets laten proeven van de aarde! Hoe fantastisch is dat.

We hebben gewoon contact! Ik hoop dat ik hem, haar of het nog vaker ga zien. Ik wil namelijk ook wel iets van de ster proeven. Wat zouden ze daar eten?

Maar, genoeg voor vandaag. Ik ben moe van alle spanning en emotie. Ik zwaai een keer naar boven. Geen idee of het dat begrijpt. Of het intelligent is. Terwijl ik de tuintafel afruim valt er een aardbei kroontje op mijn hoofd.

Ik lach. Intelligent of niet, mijn ruimtevriendje heeft in ieder geval humor.


schrijfuitdagingapril