Nederlanders en/of blanken & vreemdelingen


Gesprek met mijn oude schoolvriendin Laurence

S. : Vind je het goed dat ik ons gesprek opneem? Ik schrijf en post op een paar sites, waaronder één in Nederland en ik wil dit gesprek graag daar delen.

L: Di acuerdo, maar waarom eigenlijk???

S.: Waarom ik op een Nederlandse site schrijf?

In de eerste plaats om de taal bij te houden. Op mijn werk had ik daar dagelijks volop de gelegenheid toe. Zoals je weet is onze rechtsgang nog steeds in de taal van de voormalige kolonisator.

(Gelukkig zijn er vandaag de dag beëdigde tolken: de tijd dat een gedaagde vaak geen woord verstond van wat er in de rechtszaal werd gezegd, ligt voorgoed achter ons, Dios grácia.)

Nu ik met pensioen ben, spreek ik alleen nog maar Nederlands met mijn kleinkinderen en zelfs dat neemt af, want mijn kleindochters hebben in een rap tempo Papiamento geleerd en willen dat ook met ons oefenen.

In de tweede plaats omdat ik door de dagelijkse confrontatie met een andere cultuur dan de onze, scherp blijf.

L.: Als je confrontatie met Macamba's zoekt, kun je evengoed in het weekend een borrel gaan drinken in Boca Gentil, of zoals het daar heet sinds 'zij' het hele gebied hebben opgekocht: Jantiel .

S.: Ik ben niet op zoek naar ordinaire kroegruzies met beschonken Macamba-patsers.

Ik wissel wèl graag van gedachten met aardige, fatsoenlijke Nederlanders, die heb ik op die site volop gevonden.

Trouwens, àls ik mij al binnen de omheinde Macamba-territoria zou willen begeven, is de kans groot dat ik niet verder kom dan de bewaker bij de poort.

L.: Ik ben er één keer binnen geweest, de guard bij de slagbomen vroeg alleen bij wie ik op bezoek ging, belde naar de mensen die mij hadden uitgenodigd en ik kon zó doorrijden.

Ik ben trouwens binnen een uur weer vertrokken; die mensen bleken een soort...hoe noemde jij dat, patsers? Is dat het Nederlandse woord voor bombòshi?

S.: Correcto. Mijn zoon wilde vorige maand op bezoek gaan bij een oude studievriend uit Nederland, die hier bij zijn ouders logeerde in zo'n patsers-compound. Mijn schoondochter mocht zonder probleem passeren; haar 'chauffeur' kreeg van de portier opdracht mevrouw voor de deur van het huis af te zetten, rechtsomkeer te maken en buiten het hek op zijn 'bazin' te wachten.

L.: Jouw schoondochter is toch een zoreille?

(afkomstig uit de Franse Antillen, met blanke huidskleur, want afstammend van ambtenaren uit 'Métropole', die door de tropenzon het ergst verbrandden aan hun oren: les oreilles).

Oh coño! Ik begrijp wat je bedoelt.

S.: Inderdaad. Op een vorige, minder plezierige site dan yoors, waar ik nu post, heb ik geprobeerd uit te leggen dat ' Macamba (Nederlander)' en 'blanke' bij ons niet per se synoniemen zijn. Ik heb dat geïllustreerd met voorbeelden van de Indische en Molukse families, die vanuit Nederland hier naar toe verhuisd zijn en die, alhoewel niet roze-achtig wit van kleur, toch Macamba's zijn.

L.: Dan heb je vast ook verteld over mensen zoals ik: protestant blanco.

S.: Sigúr cu si! Maar ik wilde jou zelf aan het woord laten.

L.: Zoals je weet, ging ik in hetzelfde jaar als jij, naar Nederland om te studeren. Van ellende zat ik nog voor de kerstvakantie weer in het vliegtuig: terug naar huis. Ik had nooit kunnen vermoeden dat ik als blanke, daar gediscrimineerd zou worden. Ik bedoel maar: tussen een menigte Hollanders val ik niet op.

S.: Met jouw sproeten en rode haar ben je zelfs witter dan de meeste van hen. Daar zat volgens mij het probleem. Veel Nederlanders denken dat, als je er uitziet zoals zij, je ook één van hen bent, of zou moeten zijn.

L.: Ik heb het wel duizend keer uitgelegd: ik ben een Antiyana! maar die horen volgens hen zwart te zijn, of anders toch op zijn minst lichtbruin, zoals jij. Ik kreeg dan als antwoord: 'je kunt daar dan wel geboren zijn, maar je ouders zijn toch zeker gewoon Nederlanders? Anders kun je toch niet zo blank zijn?'

Hoezo mijn ouders? Mijn familie woont hier al meer dan tweehonderd jaar!

S.: Je hebt je familienaam in dat opzicht ook niet mee: Die Belgische voorvader heeft jullie een naam nagelaten, die evengoed Nederlands had kunnen zijn.

L.: Ja, ik heb nog geprobeerd uit te leggen, dat mijn bet-bet-overgrootvader of nog eentje daarvóór, een Belgische vluchteling was. Iemand wilde zelfs weten of ik dan niet in België wilde gaan kijken, waar mijn voorouders vandaan kwamen en zelfs of ik niet liever in Leuven wilde gaan studeren.

Wat heb ik daar te zoeken! Zouden ze ergens waar de protestanten vandaan moesten vluchten voor hun katholieke landgenoten, ineens een Antilliaanse binnenhalen als een verloren dochter?

Mijn familiegeschiedenis begint hier!

S. Ze verwachtten van jou ook dat je foutloos Nederlands zou spreken, zonder accent, terwijl ik als 'getinte buitenlandse' werd geprezen dat ik hun taal zo correct sprak.

L.: Ja, belachelijk! Wij hebben allebei Papiamento als moedertaal, maar van mij werd dat niet geloofd en ik werd beschuldigd van 'aanstellerij' en 'interessant willen doen'. Ik moest maar 'gewoon, normaal, zoals iedereen' doen.

S.: Ik denk dat ik zo wel genoeg heb om mijn virtuele vrienden in Nederland te informeren. En die in België natuurlijk; ik zou niet graag jouw verre familieleden overslaan, zelfs niet als ze katholiek zijn!


De andere kant

Kort na mijn gesprek met Laurence lees ik het relaas van Gert-Jan, over de volksopstand van 1969. Ik ben er zelf niet bij geweest, wij studeerden toen in Nederland. Toen wij drie jaar later terug kwamen, waren de uitgebrande winkels herbouwd en was de grimmige sfeer van die dagen in rook opgegaan.

Hij beschrijft hoe hij, als kind, de brandende stad, de plunderingen, de straten vol zwaar bewapende soldaten, beleefde als een regelrechte oorlogssituatie. Hij was bang:


... en ik was heel erg bang! Ik heb mij altijd nederig opgesteld naar de mensen op Curacao, uit schaamte omdat ik wit was...


(Gert-Jan had Nederlandse ouders, is hier geboren en getogen, spreekt accentloos Papiamento. In Nederland wordt hij beschouwd als een Antilliaan)


...Zonder morren liep ik wel eens 10 kilometer naar huis omdat AC-busjes mij niet mee wilden nemen als passagier, omdat ik wit was, een macamba, dit overkwam mij de maanden na 30 mei (1969). Dat je als kind werd uitgescholden voor 'macamba' inclusief middelvinger onderging je gelaten! Ik kan mij helder herinneren hoe ik onderweg naar school, een AC-busje werd uitgezet omdat één van de passagiers zei 'mi no ke e macamba den auto',(ik wil die Hollander niet in de auto). De chauffeur stopte en zei 'bai, sali foi mi auto!'(weg jij, mijn auto uit!).....


Hoe diep moet een mens zinken, om uit pure haat een basisschoolkind weg te jagen als was hij een straathond? Mijn jongste kleindochter heeft de leeftijd die Gert-Jan toen had. Ondanks onze tropische temperaturen, krijg ik het er koud van.


Kunnen we niet beter teruggaan naar Aruba, vraag ik me ineens af. Sinds de Status Aparte (1986) zijn wij op Curacao strikt genomen stranheros (vreemdelingen). De verschillen en overeenkomsten tussen ons en de Curazoleños (zowel juridisch als qua taal) zijn min of meer te vergelijken met die tussen Nederlanders en Belgen.


Onze kinderen zijn hier geboren: officieel Curacaoenaars. Op Aruba hebben zij recht op een zogenoemde NVT-verklaring: wie kan aantonen dat ten minste één van beide ouders daar geboren is, krijgt van 'Imigración' een verklaring dat de vreemdelingenwetten op hem/haar Niet Van Toepassing zijn.

Op dezelfde wijze zijn onze in Nederland geboren kleinkinderen op Curacao 'Enveeteeërs'.

Op Aruba zijn ze dat niet: twee 'inheemse' grootouders, dat is nèt te ver weg en telt niet mee. Daar zijn ze 'macamba'.


Er waait een (on)gure wind van Nieuwe Apartheid over de aarde. Ik kan alleen bidden dat die deze keer aan onze rotsige klippen voorbij zal gaan, zoals passerende orkanen ons meestal ongemoeid laten.

Anders zullen de messcherpe lijnen van juridische en sociale ongelijkheid, die dwars door mijn gezin lopen, schrijnend voelbaar worden.

Ik krijg het gevoel alsof ik een lading ijsblokjes heb ingeslikt. Als ik nu een whiskey naar binnen giet, is die gelijk 'on the rocks'.