springtouw

Ze was vier jaar toen ze graag een springtouw wou hebben. Ze zou wel even laten zien hoe het moest, want ze kende het wel!

Uiteraard kreeg ze een springtouw, een mooie roze die aansloot bij haar prinsessen-overtuiging.


We kwamen thuis, ze pakte het touw uit en nam het mee naar buiten. Ze hield de twee handvatten vast alsof ze nooìt anders had gedaan. Het springtouw lag netjes achter haar voetjes, de greepjes hield ze als een volleerd 'springer' naast zich.


"Hij doet het niet!!!!!!", riep ze boos! "Deze is kapot, hij doet het niet!!!!"

"Maar lieverd", proeste ik uit, "je moet natuurlijk wel draaien én zelf springen!"

"Nou..., nou..., dan hoef ik hem niet!!!", ze gooide het touw naast zich neer en wou er niets meer van weten. Helemaal passend bij haar prinsessen-overtuiging.


We zijn vier jaar verder. Het springtouw kijkt ze nog steeds met een schuin oog aan. Ergens wil ze nìets liever dan de sterren van de hemel springen, maar ze zou het toch écht moeten leren. Té veel gedoe, dus dan maar niet.

"Kom, laten we het samen proberen. Allebei een touw en allebei springen. Kijk naar mij, dan lukt het écht wel! Wees niet bang, je leert het vanzelf wel."

Ze kwam mee - de eerste horde was genomen.


We stonden tegenover elkaar, allebei de greepjes in handen.

"Kijk, zo moet je hem vasthouden. Ja, je doet het goed. Nú draaien én springen. Kijk, zò!" Ik draaide het touw en sprong er wonderbaarlijk elegant overheen. Pjuuuwww..., mijn eer gered - ik kon het nog! Ze keek naar wat ik deed en probeerde het voorzichtig. De eerste keer sprong ze te vroeg, de tweede keer te laat, maar de derde keer sprong ze op tijd!

"Goed zeg! Zie je dat je het wél kan! En nu doordraaien en blijven springen."

Ze deed wat ik vroeg; ze bleef doordraaien, maar alleen de eerste sprong was gelukt.

"Ik geef het op!"

"Kom, niet zo snel. Het lukt je écht wel! Gewoon proberen!"

"Jij kan ook maar één keer, dus..."

"Maar één keer? Kom nou! Ik kan het wel dertig keer!"

"Écht niet!"

"Écht wel!"

"Echt niet! Écht niet!"

"Echwel! Echwel! Echwel!!!!!"

"Nou, laat zien dan!!"

Shit..., deze had ik aan kunnen zien komen...


En daar stond ik..., midden op de weg met m'n geleende springtouw. Voor me vijf dreutels die uit waren op leedvermaak.... Nú was het moment, nú moest ik mijn grote mond waarmaken.


De eerste poging ging niet al te florissant, maar ik kon er een mooie show van maken. Ik deed alsof ik bijna viel, kon me nog net vastgrijpen aan de kleinste van het stel. Luid gelach volgde, maar ook het harde oordeel; "Zie je wel, je kan het écht helemaal nìet!!"

Weer ging ik in de houding staan, weer draaide ik en weer sprong ik fout...

"Whahaha, mama je bent een opschepper! Je kan het écht niet! Jij kan het zoals wij NIET!!!"

"Wacht even! Dit deed ik expres! Ik was vergeten een buiging te maken voordat ik begon. Én ik mòet ook nog wat opwarmen! Even wachten! Nú ga ik het écht doen!"


Ik zag vertwijfeling op de toeten voor me. Een paar zaten met hun hoofd te schudden, de anderen zaten me gewoon uit te lachen! Dit was mijn moment! Ik zou die vijf kanariepietjes eens laten zien hoe het moet! Eerst een buiging, toen het touw een paar keer in de rondte aan de linkerkant van me, vervolgens aan de rechterkant. Nu zaten ze álle vijf te lachen! Potver..., áls ik nog iets van respect zou willen, moest ik nú uitpakken!

Een diepe tuig adem, een geconcentreerde blik, ik voelde me gewoon weer het kleine meisje van zes;

Ik begon te draaien en te springen...

"Een, twee, drie, vier...", ik hoorde ze tellen - godzijdank, mijn eer gered! Maar niet verslappen nu, doorgaan!

"Dertig, eenendertig, tweeëndertig, drieëndertig, vierendertig, vijfendertig!"

"Zo, nu vind ik het wel genoeg", zei ik met een rode kop, mijn buitenadem-zijn wist ik goed te verbloemen door lekker arrogant te kijken.

"Ik dacht écht dat je het niet kon..."

"Heuh...? Kan jij het zo vaak?"

"Ja! Jullie moeder kan wel touwtje springen hoor! Morgen ga ik voor de vijftig keer!"

"Nee!!!! NÚ!"

"Nee, nu moet ik de was ophangen! Gaan jullie maar oefenen..., je hebt nu gezien dat het écht niet moeilijk is."


Snel liep ik uit het zicht, om weer op adem te komen.

"Zag je dat? Ze kan het écht!"

"Ja! Ze kan het wél! Ik ga oefenen!"

"Ik ook!"


Morgen.., morgen doe ik er vijftig... Al is het maar om die kleine eigenwijsjes versteld te doen staan.

Morgen..., morgen ga ik aan het zuurstof...