De wanhoop van een vluchteling. (1)


Er is in de tweede wereldoorlog ook heel wat afgevlucht. Mijn oom is doordat hij in 1940 naar Indonesië wilde vluchten in een jappenkamp terecht gekomen en daardoor in Thailand overleden. Zijn reis was beslist niet makkelijk en hij heeft toen ook een half jaar in Tanger doorgebracht, waar ook veel vluchtelingen waren onder andere Nederlanders. Hij ontmoette daar ook een artiest die leefde met het ideaal als tuinder in Marokko zijn brood te verdienen. De mensen waren bezig hun wortels te verliezen en men kan dat wel navoelen in onderstaand brieffragment :



Tanger 10 september 1940

Beste luiden,


Ik heb gistermiddag twee brieven van Rösli en een brief van Frank van 5 augustus ontvangen. Gelukkig, dat jullie het evenals ik, goed maakt. Van brieven, die andere Hollanders ontvangen hebben weet ik zoo'n beetje hoe de algemeene toestand in Holland is en die zal er van de winter wel niet beter op worden.

De laatste tijd hebben jullie niet veel van mij gehoord, maar dat komt omdat de uitgave van een postzegel nogal flink inhakt op mijn "allocation" terwijl er tegenwoordig geen ingrijpende veranderingen te rapporteren vallen.

Hoewel Frank schreef berichten van mij ontvangen te hebben, heb ik er natuurlijk geen flauw benul van op welke brieven of briefkaarten dat slaat.

Daarom zal ik in vogelvlucht nog eens van Parijs naar Tanger gaan:

26 Mei vertrok ik met een gratis spoorbiljet naar Toulouse en kwam de volgende dag in Collioure aan, tezamen met eenige honderden Belgische vluchtelingen en de laatste tijd, dat ik daar was had ik een prettig leven, woonde met een paar Russische bohémiens uit Parijs in een voor de vluchtelingen beschikbaar gesteld huisje, waar we meestal op een houtvuurtje ( om de aanwezige butagas zoveel mogelijk te sparen ) op onmogelijke tijden ons potje kookten en met onverantwoordelijke ( financiëel ) gastvrijheid in Collioure gelegerde leerling-vliegers van de vliegschool van Bordeaux onthaalden op spijs en drank.

In ons aardig tuintje, onder een groote vijgenboom en met een schitterend uitzicht op het hiervoor beroemde Collioure en dito Middellandsche Zee, werd vaak nog lang nageboomd bij het onbeweeglijk kaarslicht en de "twinkling stars".

De dag werd doorgebracht met laat opstaan, zwemmen en op het strand liggen, een soort balspel op de "boulodrome", terrasje-zitten, wandelingen in de Pyreneeën of zelfs hitch-hiking tochtjes met mijn charmante Russische vrienden om b.v. de kathedraal in het oude Elne te bezoeken of om hun behoefte aan goede chocola heelemaal in Perpignan te bevredigen.

17 Juli nam ik afscheid van de geheele jeugd van ca. 20 jaar, van het Russische echtpaar en vele anderen en vertrok ik met een in Marseille gedemobiliseerde Hollandsche vlieger ( Kromhout uit Wassenaar ) op weg naar . . . Indië met als voorloopige reisgenoot een Belgische kunstschilder ( Metsu ), die wilde probeeren de Belgische Congo te bereiken.

De bedoeling was oorspronkelijk Spanje te doorkruizen door het aanhouden van auto's, maar bij gebreke hiervan en gezien de fabelachtige prijzen van etenswaren ( voor zoover aanwezig ) namen wij de in verhouding spotgoedkoope trein naar Barcelona waar de Hollandsche consul ons royaal van de duiten voorzag om naar Madrid door te reizen na eerst het ons aan niets te hebben laten ontbreken in Barcelona!

In Madrid vertelde het gezantschap ons dat voor zoover bekend er geen verbinding meer was tusschen Casablanca en Dakar en hij ons , evenals alle andere in Madrid gestrandde Hollanders, geen visum kon bezorgen voor Portugal. In afwachting van een oplossing voor al deze menschen ontvingen wij 130 peseta's per week ( F.26,--) waarvan wij net behoorlijk rond konden komen. De Belg reisde echter toch door naar Noord-Afrika op weg naar de Congo. Na een paar weken ging Kromhout en ik het wachten stierlijk vervelen en wisten wij onze zin bij het gezantschap om het toch via Afrika te proberen door te zetten en kregen wij het noodige geld en brieven om naar Casablanca te reizen ) visa hadden wij in Frankrijk al gekregen ) . Daar we ook al een brief voor den gezant in Tanger hadden wilden we daar ook geld opnemen. De kortst mogelijke weg was Algeciras / Ceuta / Tetuan)overnachten) / Tanger.

Hier hoorden we dat het absoluut onmogelijk was ) en nog is ) via Fransch Marocco naar Dakar te komen. Beroerder is dat het Hollandsche consulaat hier alles behalve behoorlijk over de brug komt en daar ik geen visum kan krijgen om naar Madrid terug te gaan moet ik hier van Francs 20.00 per dag zien rond te komen.

Voor de tweede keer heb ik hier een visumaanvraag voor Portugal ingediend en een vrijticket voor het vliegtuig Tanger/Lissabon heb ik reeds. De K.L.M./vertegenwoordiger laat me tot nu toe netjes in de steek. Ik wacht met het verzenden van deze brief tot ik van hem antwoord heb op mijn dringend verzoek me Esc.2000,-- van mijn salaristegoed te zenden.

Naar aanleiding van zijn antwoord wil ik hierbij ) d.w.z. aan Ròsli een brief aan de K.L.M. Den Haag insluiten. Er zou ook een mogelijkheid zijn om van hier te komen indien Wim Mulder voor mij een visum voor Lourenco Marques in orde maakt en een plaats op een boot voor mij reserveert van Lissabon naar Lourenco Marques. Het visum voor Portugal kan ik dan direct krijgen. Hiertegenover zou de K.L.M. mijn salaristegoed aan de fam.Bergvelt kunnen betalen.

Willen jullie Harry vragen het geld dat ik hem in bewaring heb gegeven ) ik geloof ca. F.22,-- ) aan Wim te geven. Verder had ik nog een gulden ofelf in een kas bij de K.L.M. liggen, die ik ook over zal laten maken. Voor de rest van mijn schuld sluit ik een machtigingetje voor hem in. Indien ik K.L.M./geld in Lissabon kan innen in de toekomst wil ik dit laten wegvallen tegen mijn tegoed op het hoofdkantoor en ik wacht met de Lourenco Marques/mogelijkheid tot ik weet hoe het hiermee zit.

Intusschen zal ik hier nog wel een paar maanden moeten blijven. Ik woon hier op een Hollandsche zeilboot, " de Mascotte", die even voor het uitbreken van de oorlog in Europa van Scheveningen is vertrokken om een reis om de wereld te gaan maken. Door een oogverwonding van een van de bemanningsleden kregen ze zoveel vertraging in Mogador, dat ze de tijd van de goede passaatwinden voor de overtocht naar Midden-Amerika misliepen -deze breekt nu weer aan- en het anker in Tanger uitwierpen.

De bemanning, die bestaat uit 4 man -3 artisten,waarvan 2 kunstschilders- is intusschen vermeerderd daar de kapitein en eigenaar hier is gaan trouwen met de schrijfster Dola de Jong. Ik draag Frs.10,00 in de huishoudkosten bij per dag en de laatste tijd slaap ik op de voorplecht daar de boot nu ook zijn aandeel in Tangersch ongedierte heeft.


Lees ook het vervolg van deze brief https://yoo.rs/verbegbijazz/blog/de-wanhoop-van-een-vluchteling-1448528965.html?Ysid=11479