Verstoppertje spelen


Achter de coniferenhaag had ik me verscholen tussen groen.

Cynisme droop van me af en vormde donkere plasjes op de aarde.

Hij zou me alleen daardoor al weten te vinden.

Telkens weer, steeds opnieuw maakte ik dezelfde fout.

En ik wist welke gruwelijke consequenties daarop zouden volgen.

Raadselachtig waren we allang niet meer voor elkaar.

Toch was daar de illusie, dromen over ontsnappen.

Uiteraard zou er een tijd aanbreken dat het me lukken zou.

Ik zou het sarcasme beteugelen met alles wat ik in me had.

Nattigheid zou me niet meer ontlopen en hij zou het spoor bijster zijn.

Teruggetrokken in de tuin zou ik pas toeslaan als de nacht ingevallen zou zijn.

Janken zou hij als hij het mes tussen zijn ribben zou voelen.

Ezel die ik ben, al mijmerend druppelden genotstralen langs mijn benen en vormden verraderlijke plasjes.