Een dagje zorg... met een rouw randje



Een dag die begon als ieder ander: je staat op en maakt je klaar voor een dagje werk. S’morgens meneer W. en meteen daarachter aan meneer D.

Als ik toen al geweten had, dan had ik...


Vaste ronde afnemen, keuken, sanitair, desgevraagd een rondje met de stofzuiger (want meneer W. kan dit eígenlijk wel zelf, maar had vandaag de puf niet). Een praatje nadien, glaasje water erin en klaarmaken voor de volgende.

Het is droog als ik overfiets naar de volgende, maar ik heb de hele ochtend al mazzel met het weer: wanneer ik mijn hoofdje buiten de deur steek, schijnt spontaan de zon.

Als ik toen al geweten had, dan had ik...


Meneer D. was laat vandaag. Als altijd kom ik vrolijk binnen rond een uurtje of 11 en meneer zit nog aan ontbijt. Hij heeft zich verslapen, meld hij lacherig en ik lach mee. Want op een leeftijd van 95 moet dat toch niet veel meer uitmaken, toch?

Meneer eet lekker zijn broodje kleurenhagel waarvan ik de helft straks op kan zuigen en ga zelf, vaste prik, strijken. Buiten betrekt het weer en meneer mopperd als vanouds.

Ik trek de klok op, neem af en doe de ramen. De tuin is gedaan en meneer is blij. Eindelijk! Geen zanderige kale vlakte meer, maar plantjes. Welke het zijn durf ik hem ook niet te zeggen gezien het nu nog stekjes zijn maar het wordt vast genieten volgend voorjaar.

Als ik toen al geweten had, dan had ik...


Koffie! Meneer schuifelt naar de keuken voor een welverdiende bak leut, uiteraard met een koekje. Ik verwonder mij iedere keer weer over het feit dat dit mannetje dit nog allemaal zelf kan. Zelf koken, z’n eigen tandjes nog... alleen zijn auto heeft hij krap een maandje geleden opgegeven. Niet omdat hijzelf zo’n brokkenpiloot is natuurlijk, nee: anderen.

We drinken inmiddels onze tweede bak en de zon breekt weer door. “Daar komt de zon toch nog even kijken!” Zegt hij.

Als ik toen al geweten had, dan had ik...


Zo, de laatste dingetjes nog: zuigen en dweilen. Meneer nestelt zich in zijn stoel en tuurt naar buiten. Een tevreden mannetje in de zon. Hij staat op als ik met de huilbezem aan kom en ploft weer neer als ik voorbij ben: vaste prik. Ik grijns.

Het is ook vaste prik dat ik me suf erger aan het dweilen van de badkamer, waar ze van verzorgingstehuis een coating over de tegels hebben gespoten tegen glibberpartijen. Okey: het werk wel, maar om zo’n stugge vloer te dweilen is een ramp! In de huiskamer kucht meneer.

Ik kijk om het hoekje van de deur: meneer zit nog steeds in zijn stoel, buigt iets naar voren en kucht zwak. “Gaat het wel? Heeft u het benauwd?” Vraag ik, maar ik krijg geen antwoord. Heeft hij me wel gehoord? Hij meent wel goed te horen maar stiekem is hij wel een beetje doof, hoor. Ik loop naar hem toe en vraag nog eens of het gaat, maar behalve zijn steeds zwakker wordende gekuch, lijken zijn ogen ver, heel ver weg... In een reflex druk ik op de alarmbel. Binnen vijf minuten staan er twee zusters waarvan de eerste meteen al roept: “Oh, die is dood, hoor...” Terwijl meneer zo nu en dan nog ademt en slikt. Ik plof neer op de bank, starend naar zijn lichaam zittend in zijn stoel, handen relax op zijn schoot:”Maar we hebben net nog koffie zitten drinken...” fluister ik. Beide zusters die druk in de weer zijn aan polsen te voelen en half geopende ogen te sluiten draaien zich ineens naar me om:”Ach, was dit je eerste keer...?” Tja: bijna 12 jaar in een komen en gaan van cliënten... Maar ze voor je neus verliezen? Nee: dat heb ik zeker nog niet eerder meegemaakt. De dokter wordt gebeld voor officiële doodsverklaring en ik ‘mag wel gaan’. De dweil staat nog midden in de kamer als ik de woning met een leeg gevoel verlaat. Ik kan dit even niet goed plaatsen nog...Ik maak een giga omweg naar huis om maar zo min mogelijk mensen tegen te komen. De mensen die ik tegen kom groeten mij vriendelijk.

Als zij toen eens geweten hadden, dan hadden ze...


Ik ben droog thuis gekomen maar niet door ze zon. Zodra de achterdeur achter me sluit, gaan de sluizen los. M’n ‘eerste keer’ is een feit.

Als ik dit geweten had, dan had ik... Maar wat had ik eigenlijk? Niet gestreken en al zeker die vreselijke vloer niet gedweild...? 2 uur lang koffiedrinken en niet lullen over het weer maar eens iets ánders...? Iets anders dan ‘de vaste prik’. Wat meer dan gewoon gewoon...? Nog een extra koekje misschien...?


S’avonds wordt ik gebeld door de schoondochter van meneer D. ‘Hoe het met mij gaat’... Ik val even stil bij de gedachte dat er gevraagd wordt naar míj, gezien hún vader, schoonvader en opa is overleden. Zij hadden er vrede mee en zouden er voor tekenen om zo te mogen gaan... Terwijl mij het beeld voor ogen blijft circuleren van iemand die voor mijn neus het leven laat zonder dat ik er ook maar iets tegen kon doen... Zomaar na een dagje ‘vaste prik’ gewoon gewoon... Maar ze heeft wellicht gelijk: op die leeftijd zó wegzakken hoeft ook niet met taart en een fles champagne, maar waarom voelt het dan toch zo vreselijk klote?


Als ik toch eens zou weten van mezelf, dan zou ik... En wederom zou ik geen antwoord kunnen bedenken, niet meer dan: geniet elke dag, zeker van de kleine dingen. Een kopje koffie en een koekje zijn soms meer waard dan je denkt!


#zorg