Stories: De gelaarsde kat


Een molenaar had 3 zonen. Hij liet elk iets na. De oudste kreeg de molen. Hij kon daarmee goed verdienen. 

De tweede kreeg de ezel. Omdat het dier geld kostte ruilde hij het voor een brom-bakfiets en startte een bezorgdienst voor de groenteboer aan het plein. Penen, uien, bloemkolen, maar ook appels en walnoten bezorgde hij aan huis. 

De jongste kreeg de kat en baalde. Deze was geen wasknijper voor de neus waard, had zelfs nog nooit een vlieg gevangen. De kat hoorde het geklaag en zei: Geef mij laarzen en een hoed. U zult er geen spijt van krijgen. Welja, dacht de jongen, klop de laatste euro ook uit mijn zak. 


De kat wist dat de koning voorbij kwam in de gouden koets. Een mooi moment om mijn baas introduceren, dacht hij, zo met alle aanwezige media. Langs de route liep een rivier, daar stuurde hij zijn baas naakt in en zei om hulp te roepen. 

De koning was met stomheid geslagen toen hij de bloterik zag, de Nieuwjaarsduik was toch al geweest? Zin uit de koets te komen had hij niet, maar de koetsier stopte en een camera werd op hem gericht en een microfoon aan een haak onder zijn neus geduwd. Ahum, halloo, wat doet u daar, riep hij terwijl hij zich uit de koets hees. 

De markies Van Carabas, is overvallen, alles weg, auto, kleding, schoenen. Sinds u koning bent is het bijzonder slecht gesteld met de veiligheid op straat, zei de kat. 

De koning slikte, camera’s waren op hem gericht. Nou, nou, zei hij, zo erg is het toch niet, laten wij de moed er in houden... vliegensvlug liet hij passende kledij halen. De markies kon wel meerijden. Hij zwaaide opgewekt naar het volk, dat had hij mooi geregeld. 


De kat liep vooruit en zei tegen elke landarbeider: als de koning vraagt wie deze grond bezit dan antwoord je: de markies Van Carabas, zo niet laat ik je tot diervoeder vermalen. De landarbeiders knikten. De koning was diep onder de indruk. De markies was rijk, dat beviel hem. 

Inmiddels was de kat bij een groot kasteel aangekomen en klopte aan. Ook tegen het personeel zei hij dat zij moesten zeggen dat het kasteel van de markies was, toen de afwashulp, met de afwasborstel nog in de hand, fijntjes opmerkte dat de kasteelheer zo thuis kon komen, zei de kat dat hij dat wel zou regelen. 

De kat zat voor de deur toen de herr de huizes er aan kwam. Kijk nou, zei hij, Puss in boots. Wat is er met jou? 

Ik heb last van een teek, zei de kat, kunt u hem met een pincet verwijderen? Hij keek daarbij heel zielig en mauwde klagelijk. 

Je kunt beter naar de dierenarts gaan, zei de kasteelheer. Ik hou niet van parasieten. 

U heeft een groot huis, fleemde de kat. Kan mijn baas, de markies Van Carabas, hier logeren? Hij is overvallen en hard aan vakantie toe. Geen probleem, zei de kasteelheer, heb ik gelijk een huisoppas, ik vertrek over een uur naar Havanna. De kasteelheer was nog niet weg of de koets arriveerde. En hoewel de koning probeerde zijn dochter aan de markies te slijten, trapte deze daar niet in. Een vrouw én de koning als schoonvader was meer dan hij verdragen kon. 

Afbeeldingen: pixabay.com


Dit sprookje is voor Marijke en doet mee aan de zomer schrijfuitdaging van juli van Hans van Gemert.

Wil jij ook mee doen? Kijk dan bij de blog hier onder. Veel succes.

Sprookjesliefhebber? Lees en/of schrijf jij graag? Kom dan bij Yoo.rs.