Stories: George de man (Cut George)


Er was eens een man die George heette. George vond zichzelf geweldig. Meerdere keren per dag stond hij voor de spiegel zichzelf te bewonderen. Niemand ziet er zo woestaantrekkelijk en raszuiver uit als ik, zei hij tegen de spiegel. Iedereen moet mij wel geweldig vinden. De spiegel had grote moeite om niet in lachen uit te barsten, maar hield zich stil. Zij wilde haar tong graag houden en met George wist je het nooit. In haar loopbaan had zij beslist grotere schoonheden gezien dan de bleke bloemkoolkoppen van George en zijn volgelingen. 


Hoe ouder George werd, hoe zekerder hij was van zijn ongekende schoonheid en... wijsheid. Al jong was hij buiten in de natuur bezig. Niet omdat hij zo'n natuurliefhebber was, maar om op dieren te experimenteren. Hij ving ze, sneed ze open en peuterde en trok met een pincet organen en ingewanden er uit. Hij was dol op snijden. Het zijn maar dieren, zei hij als iemand er al iets van zei, dieren hebben geen gevoel. 

Wat George beweerde geloofden velen, hij wist alles met veel geklets te bewijzen. Vaak stond hij op het marktplein, met een stem alsof hij een wasknijper op zijn neus had, zijn waarheid te verkondigen. Hij was er van overtuigd dat hij de enige, ware onderzoeker was en de wereld verkeerd werd voorgelicht. Hij zou de geschiedenis herschrijven. 

Dat George er flink naast zat wist alleen de spiegel. Zij begon al aardig groen uit te slaan van ergernis. 


George was duidelijk anders, maar hij hield niet van anders, anders zijn of anderen. Terwijl hij een zak walnoten zat op te peuzelen bekeek hij zijn sprookjesachtige verzameling potten. Het werden er steeds meer. Hij was zo trots als een pauw. Zijn eerste potjes was een vlieg met uitgetrokken vleugels op sterk water, maar hij had ook de kikker van de prinses met afgesneden lippen, de hand van het niet zo sluwe grietje, een stuk huid met pek en veren van de lieveling, de tong van zuster Anna en een spin met haren als van een afwasborstel. Ook had hij de vinger van Hans naast het bot dat de veelvraat door de tralies had gestoken toen hij weer eens opgesloten zat in een kooi wegens diefstal van eten. 

Aandachtig bekeek hij de potten waarover hij de stukken van het lelijke eendje had verdeeld. Niet echt de gans die gouden eieren legt. Dat had hij maar mooi bewezen. Ganzen zijn geen eenden! De dochter van reus Balaton had hij voor een paar euro op laten gegraven. Nog zo'n misbaksel van de natuur dat dacht recht op leven te hebben. Met een haak roerde hij in een pot met ogen die hij bij de zusjes: 1 oogje, 2 oogje en 3 oogje had uitgestoken. Hij viste er een oog uit en bekeek ook dat aandachtig. Na al die jaren keek het hem nog steeds woest aan of zag hij spoken? Misschien moest hij er een tijdje tussenuit? Even lekker met vakantie? Parijs was ook niet meer wat het geweest was. Hij zou de kasteelheer in Havanna kunnen opzoeken. 


Toen George 's avonds een stukje ging fietsen kreeg hij een onbehaaglijk gevoel. Hij wist het zeker, hij zag spoken. Wat hem volgde had niets menselijks. In werkelijkheid waren het de wolven en vossen die het op George voorzien hadden. 

Het is tijd om met die engerd af te rekenen zei de wolf van de 3 biggetjes, het is gewoon een dom sujet, zei de vos die onlangs weer een fikse kaas van een raaf had losgekletst, tijd om hem een spiegel voor te houden. 

De spiegel kan die kop niet meer zien, huilde de weerwolf. 

Als Angst hem overmeesterd heeft dan is het opgelost, zei Reintje de Vos.

De wolf van de 7 knikte instemmend. Ik weet nog wel een opvang die hem kan plaatsen, zei hij, hoewel die vijver van Roodkapjes oma ook zo gek niet is. 

George fietste als bezeten naar huis en stormde naar binnen. Terwijl hij zijn tanden in een appeltje voor de dorst zette, greep de Angst hem bij zijn keel. Hysterisch brulde hij: Spiegeltje aan de wand, wie is de knapste, raszuiverste op aarde dus niet alleen in dit land? De Spiegel lichtte op, wat George zag laat zich alleen maar raden. Het enige zekere is, is dat zelfs de Dood in een grote boog om George heenloopt en de hel hem niet moet.

Een groot aantal sprookjes en volksverhalen zijn gebaseerd op geschiedenis en geschiedkundige personen. Blauwbaard (Het blauwe bloed met de baard) en Goudlokje zijn hier een voorbeeld van. Dit sprookje is gebaseerd op George Cuvier, de 'vader der paleontologie’ natuurkundige en zoöloog. De man die 'bewees' dat alleen de blanke mens mens is. Nog steeds geloven velen in zijn sprookjes.


In dit sprookje zijn de 10 woorden uit de "schrijfuitdaging juni 2018" opgenomen. Het doet mee aan de "schrijfuitdaging zomer 2018" (zie de blog hier onder).

Sprookjes bestaan niet? Wie Yoo.rs lid is weet beter.

More