Kruidige Alpentocht. Op zoek naar de dinosaurus in ons.


#Wandelen in de bergen, is niet alleen lichamelijk inspannend en dus gezond maar ook geestelijk verijkend. Het kan het beste maar ook het slechtste in de mens naar boven brengen. In elk geval is het nooit vrijblijvend. Het confronteert je met een mooie maar ook meedogeloze natuur, en dat maakt juist het bergwandelen zo aantrekkelijk. Met je lichaam in het landschap!

Eerste dag Belgie – Vallorcine

Zoals bij elke goed georganiseerde tocht vertrekken ook wij met vertraging. De boosdoener van dienst is Wim. Uiteraard zal hij zijn gerechte straf niet ontlopen want zonder ontbijt moet hij mee en zal tot 's middags op een eerste deftige maaltijd moeten wachten. Verder geen problemen meer en om halfzes s'avonds komen we aan in Vallorcine, waar we de auto's op stal zetten. Vanaf nu ruilen we de ijzeren paardenkracht voor vijf paar getrainde kuiten.
Na het noodzakelijke cafébezoek om te bekomen van de rit, de rugzakken opgetild en we gaan "en route". Onmiddellijk weten we hoe laat het is. Na amper honderd meter beginnen enkelen zich al vragen te stellen over het gewicht van de rugzak. Maar gelukkig is het alleen maar de bedoeling om een kampeerplekje te zoeken in de natuur, weg van de bewoonde wereld. En dat plekje vinden we ook in de vallei van Barberine. We slaan voor het eerst onze tenten op.

Tweede dag Lac d’ Emosson

Onmiddellijk weten we waar we aan begonnen zijn want de klim naar het lac d’Emosson, de grens tussen Zwitserland en Frankrijk, is een stevig stukje klimmen, maar bij het meer aangekomen, worden we wel voor onze inspanning beloont. Een gigantisch wateroppervlakte, een stuwmeer dat wel, in een kuip van besneeuwde bergen. Grandioos mooi, maar we willen wel 300 meter hogerop naar het oude stuwmeer.Gelukkig is de half verharde weg langs het meer gedeeltelijk sneeuwvrij. We wandelen dan ook tussen en zelfs onder sneeuwbergen door naar 2200 meter tot bij het nog grandiozer gelegen Vieux Lac.
Maurice en Wim gaan kijken of we niet kunnen oversteken langs het dichtgevroren stuwmeer, maar daar hebben de anderen geen boodschap aan. Lekker lui in de zon relaxen lijkt een veel beter idee.

De bedoeling is versteende sporen van dinosaurussen te vinden maar door de uitzonderlijke sneeuwval van de voorbije winter kunnen we zonder stijgijzers daar zeker niet geraken en dinosaurussporen onder een dikke laag sneeuw daar hebben we ook niks aan. We wijzigen dan ook onze plannen en gaan niet over de col de la Terrasse maar langs de helling en de montagne de Barberine naar de refuge de Loriaz. Onderweg zijn er ook daar enkele moeilijke passages, sneeuwtongen die het voetpad versperren, zodat zelfs Wim, die meestal een eindje voorop loopt, het veiliger vindt om op versterking te wachten. In de refuge kunnen de mannen aan de verleiding van de pintjes niet weerstaan.
Op aanwijzen van de gastvrouw gaan we de tenten opslaan enkele honderden meters verder in de vallei. Yo met rugzak en pantoffels op weg want die heeft zich ondertussen al grondig opgefrist en propere kleren aangetrokken. En dan komt de apotheose van de dag: we maken voor het eerst kennis met de kookkunst van Maurice. Alles wat binnen handbereik ligt gaat de pot in en het resultaat is ...erg lekker!

Derde dag vallei en refuge Pierre à Bérard

Yo wil s'morgens nog even terug naar de refuge, om zich eens grondig op te frissen, maar de refuge blijkt onvindbaar. Ze heeft duidelijk het verkeerde pad gekozen, maar dat is iets dat zelfs de beste kan overkomen. De voormiddag verloopt verder heel aangenaam. Eerst moeten we een eind dalen om nadien weer te klimmen naar de uitzonderlijk mooie vallei van Pierre à Bérard. Vergeten we vooral niet te vertellen dat Karel al een tijdje een hartslagmeter om heeft, wat een enthousiasme in hem opwekt die je niet voor mogelijk houdt.

De afspraak is om in de namiddag de col de Salenton over te steken, 2500m hoog, gelegen richting Mont Buet. Een makkie is ons onderweg gezegd. Voor we daaraan beginnen genieten we van het uitzicht op het terras van de refuge en laten we ons de taartjes met bosbessen goed smaken. Vanuit onze luie stoel zien we boven in Les Aiguilles rouges, veilig ver weg, enkele lawines naar beneden storten. Prachtig zicht is dat.

En dan zijn we weer op weg via beekjes, sneeuwvelden en rotsen steeds hoger. Maurice hakt een heel sneeuwveld tot moes om het ons wat makkelijker te maken. Net onder de top wordt het plots grijs en mistig, al snel zitten we in een dikke erwtensoep. Ineens komen onze haren recht overeind te staan, want totaal onverwacht breekt er een onweer los. Maurice beslist onmiddellijk terug te keren. Hoe die afdaling verloopt is moeilijk uit te leggen. Karel gaat over kop en de knieën zullen nooit meer zijn wat ze waren. Stappen is er niet altijd bij maar glijden des te meer. Yo gaat onderuit en daalt in liggende positie. Om het uitzicht wat origineler te maken gaat het zelfs met het hoofd eerst. Maurice onderneemt een reddingspoging en huppelt als een gek over de rotsen naar beneden. Hij kan wel niet veel doen, maar ja een echte leider moet soms zijn leven in de waagschaal leggen. Ondertussen vallen de hagelstenen uit de lucht, is de refuge onder ons niet meer zichtbaar en ook het pad is verdwenen.
Wonder boven wonder bereiken we toch opnieuw de refuge, die haar naam op dat moment alle eer aandoet. Iedereen is verkleumd en moe maar toch moet in dat hondenweer voor de tenten gezorgd worden. Yo mag zich gaan opwarmen en merkt dat ze dan toch in een gezelschap van gentlemans verkeerd. Het hoofd staat helemaal niet naar koken en trouwens, dat is in dit stormweer niet mogelijk en daarom eten we in de hut. Menu van de dag bonensoep en spaghetti. Eten of vreten, en daarna komt de vermoeidheid boven : klappertanden, rillen, doodmoe in de slaapzak kruipen en proberen zich weer mens te voelen.

Vierde dag Col de Monte

Rustdag. We controleren de inhoud van de rugzakken en etaleren alles op de rotsen want een droog kledingstuk is zeker geen luxe. Karel profiteert van de rust om zijn gekwetste knieën grondig te laten verzorgen en dan gaan we ontbijten in de refuge. De mannen eten hun meegebrachte boterhammen van thuis op. Yo bestelt een ontbijt, maar de eitjes met spek zijn niet voorhanden, ook al staat dat op de kaart. Wat ze krijgt is oud brood dat waarschijnlijk al voor de marmotten bestemd was. Haar eigen lekkere boterhammen heeft ze al lang in een vuilnisbak gedeponeerd om het gewicht van haar rugzak te verlichten.

Tijdens het drogen van onze kleren liggen marmotten op de loer in de hoop een kiekje te kunnen nemen van die rare Belgen. Maar, Maurice is ze voor, hij loopt op blote voeten door de sneeuw en maakt de foto van zijn leven. Na die luie uurtjes gaan we weer op weg. Tussen haakjes: deze tocht zijn we mede doorgekomen dank zij het alcoholisch brouwsel van Karel. Een drankje waar, bij het begin van de tocht, iedereen zo zijn twijfels had maar waar we in de kou allemaal gebruik hebben van gemaakt. Karel triomfeert en voelt zich duidelijk sterk. Het pleit voor hem dat hij van de situatie geen misbruik maakt en zich erg gul toont. Een speciale vermelding krijgt het ontbijt van Fons. Hoe komt het dat hij er iedere morgen in slaagt zich een ontbijt te preparen een Hiltonhotel waardig.

We wandelen ondertussen verder naar de col de Montet. Boven het dorpje Tré le Champ, zetten we opnieuw de tenten op. Maurice kan het niet laten een avondwandeling in te lassen. We gunnen hem dit wel na alle moeite die hij al heeft gedaan. We laten de tenten onbewaakt achter en gaan een pintje pakken in het bijzondere café-refuge Le Boerne. Na deze 'uitspatting' trekken we terug naar onze tenten bij het kabbelend beekje, tussen de geelbloeiende Arnica's en witbloeiende Akeleiruiten. Een plek waar geen enkel Hiltonhotel tegen op kan.

Vijfde dag: Lac Blanc

Fons zou normaal om zes uur opstaan maar om half acht nog geen Fons te zien. We moeten hem dan ook een handje helpen. In de voormiddag houden we een hele tijd halt om een klimmersschool bij l’Aiguilette aan het werk te zien. De tocht is moeilijk volgens sommigen, we klimmen zelfs over stalen laddertjes stijl omhoog maar toch lijkt het hier een autostrade voor voetgangers. We wandelen hier dan ook op een stukje van de Tour du Mont Blanc (TMB). Na dat klimwerk zien we dan in de verte de refuge du Lac Blanc, maar we moeten of mogen wel weer een sneeuwveld traverseren om er te geraken. Dus slaan we eerst onze tenten op, rugzakken erin en zonder bagage naar boven. Vanaf de hut hebben we een spectaculaire zicht op de Mont Blanc en zijn massief. We besluiten het avondmaal te nuttigen in de hut maar moeten wel nog even wachten want de helikopter moet de eitjes nog droppen. Spectaculair toch, tot drie maal toe brengt de helikopter vanuit het dal voorraden naar boven in grote netten.

Na een ontspannende maaltijd, terug naar de tenten, wel over dat steile sneeuwveld. Yo en Karel verkiezen dan ook een bergtouw als veilige begeleider. En dan kruipen we alle vijf in één tent om dit verslag te schrijven. Totaal onverwacht en bijna niet te geloven wordt er op de deur geklopt. Een Engelsman is op zoek naar twee vrouwen waarmee hij op deze hoogte een afspraak heeft. Very strange, my dear Watson.

Een tijdje later breekt boven onze hoofden een geweldig onweer los, zo erg dat de schrik er duidelijk inzit. Karel voelt dat de plaats waar hij zit nogal soppig begint te worden. De tent loopt stilaan onder water en er wordt gedweild met alles wat daarvoor in aanmerking komt o.a. Karels pet. Als het onweer wat bedaard is steken we de koppen buiten en wat blijkt ...... de tent staat midden in een minimeertje. De andere tent is er iets beter aan toe, maar toch. In het donker en de regen sleuren we de onderkomens wat hogerop en we proberen in vieze, vochtige slaapzakken toch wat te slapen.

Zesde dag: Lac Blanc - Col de Montet - Vallorcine

De volgende morgen.de laatste trekdag, geen ongelukken meer, of toch? We wandelen via de meren van Cheserys, over het mooie pad van de Tour du Pays, langs monumentale steenmannetje, hier door duizenden trekkers steen voor steen opgebouwd, terug naar Col de Montet. Nog even genieten van het Mont Blanc massief, Mer de glace en andere gletsjers en dan terug naar de auto's, die gelukkig nog staan op de plaats waar we ze hebben achtergelaten.
Nog een nachtje slapen in de buurt van de auto’s, sommigen zelfs in de auto. En dan de volgende dag tevreden naar huis. Want ja, wat kom je hier doen in de bergen? Genieten van de wilde natuur toch. Met je lichaam lekker in het landschap. En dat is ons nog gelukt ook.

Praktische info

Eerste dag: Vallorcine (1260m) – Barberine – Cascade de Barberine (kampeerplek rond 1400m) richting Lac d’Emosson.
Tweede dag: Cascade – Lac d’Emosson (1900m) – Lac du Vieux Emosson (2200m), niet naar Col de la Terrasse dus (2650m), om versteende dinosaurussporen te zien moet je in de maand augustus naar de col klimmen – terug naar Lac d’Emosson (1900m) – Col du Passet – Montagne du Barberine – refuge du Loriaz 2020m. Nota: bij het Lac d’Emosson kun je ook met de auto en zelfs met een bergtreintje geraken.
Derde dag: refuge du Loriaz – afdalen naar Couteray – dan naar refuge de la Pierre à Bérard 1974m – via Col de Salenton 2520m kun je oversteken naar refuge... wat ons niet gelukt is door het slechte weer, stevige stappers kunnen ook naar de top van de Mont Buet 3000m.
Vierde dag: Pierre à Bérard – Le Buet – Col de Montet 1480m, informatiecentrum en botanische tuin van het natuurreservaat ‘Les Aiguilles rouges’ – Tré les Champs.
Vijfde dag: Tré les Champs via TMB langs Aiguilette d’Argentière naar refuge du Lac Blanc 2500m.
Zesde dag: Refuge Lac Blanc langs Lac des Chéserys terug naar Col de Montet – Vallorcine.