Die, stadje van 4000 inwoners, gelegen aan de rivier de Drôme, heeft een rijk verleden, vooral een religieus verleden, godsdienstoorlogen incluis. Van dat verleden getuigen nog de vestingsmuren, de Romeinse St-Martinpoort en de Notre Dame kathedraal. Ook de naam van de stad 'Die' wat afkomstig zou zijn van 'dea' déesse of godin, getuigt nog van de zeer oude godinnenverering, die eigen was aan de streek.

Wandeling in Die: natuur en cultuur.
Bij het binnen rijden van Die vanuit Valence / Crest, bij het begin van de winkelstraat, links naast de winkel 'Saveurs de Die' moet je een smal straatje oprijden. De weg gaat direct stijl stijgen dus probeer hier maar te parkeren.

Rempart de Die, de vestingswallen.
We wandelen dan dus recht naar omhoog met de oude vestingswallen rechts van ons. Het ziet er allemaal nogal ruine-achtig uit, maar dat vinden toeristen blijkbaar boeiend. Door de aftakeling is wel de buitenkant van de 3 meter dikke muur hier en daar afgebrokkeld, waardoor je kunt zien dat de binnenkant niet gemetst geweest is, maar volgestort met puin, rommel en zelfs met Romeins puin, dat wil zeggen brokstukken van Romeinse zuilen, die nu potsierlijk uit de muur puilen.
We blijven langs de wallen kort maar stevig naar omhoog wandelen. Na enig zweten zijn we al snel boven en is het alsof we in een andere wereld terecht komen. Van de drukte van de winkelstraat, in de rust van een kleinschalig landbouwgebiedje met wat verwilderde graanakkers vol met zeldzame akkeronkruiden en in de verte de 2000 meter hoge kalkrotsen van de Vercors.
Hier kunnen we even lichamelijk en geestelijk op adem komen! We moeten ons ook niet haasten want na 1000 meter begint al weer de afdaling naar de stad.

Akkeronkruiden.
Nog even snuffelen tussen de akkeronkruiden, Klaprozen, Korenbloem maar ook het zeldzame Spiegelklokje en de Wilde ridderspoor kun je hier vinden. Natuurlijk zijn deze eenjarigen niet op commando aanwezig. Ze vragen juist een bewerking van de grond, dus wat ploegen of zaaien van een niet te propere boer.
In de heg en houtwal langs de weg groeien niet alleen de klassieke Vlier en Meidoorn, maar hier ook enkele Moerbeibomen. Vroeger werd er in de streek vrij veel Witte moerbei gekweekt omdat het blad voedsel is voor de zijderupsen en dat was hier een traditionele huisnijverheid. In Saillans kunnen we nog altijd een zijderupsmuseum (Magnanerie) bezoeken.
Wij kunnen nu in Juli snoepen van de framboosachtige vruchten. Ondertussen zijn we aan de afdaling begonnen met rechts van ons nog steeds de stadsmuren en links de nog imposantere muren van het Glandassegebergte. Voor ons krijgen we nu terug zicht op een oud stukje stad. We moeten nu even afremmen want halfweg de helling moeten we terug naar boven. Rechts boven ons een villa met een mooi tuintje met een grote saliestruik en veel grijsbladige en bloeiende Perovskia. Direct daarna moeten we naar rechts een gruizerig rommelig paadje af maar dat duurt maar even, dan draaien we rechts op. Je niet rechtdoor laten uitbollen want dan mis je het mooiste straatje van Die.

Het mooiste straatje van Die
Een zeer rustig smal straatje met een allegaartje van oudere huisjes, sommige wel en andere niet opgeknapt, hier en daar een hellingtuintje, weinig beweging noch van toeristen, noch van bewoners, behalve een slecht ter been zijnde dametje voor haar deur die graag even een Frans praatje maakt. Al is zij niet bedoeld als toeristische attractie, evenmin als het hele straatje, al hangen op verschillende deuren kleine voor mij wat bevreemdende bordjes met ‘No pub’. Engelse zatte voetbalsupporters die denken dat dit allemaal drankgelegenheden zijn? Ik kan het mij moeilijk voorstellen. En inderdaad, het wil alleen zeggen 'geen reclame'.

Voor je het weet ben je het steegje door en... sta je pal in de hoofdwinkelstraat van Die, al is dat ook geen Brusselse Nieuwstraat of Amsterdamse Kalverstraat.
Hier eindigt de wandeling maar we zijn eigenlijk nog niet rond. Je moet rechts de winkelstraat uit wandelen en dan kom je terug bij Café L’Etape een eenvoudig etablissement waar de Pelforth brune toch 4.80 kost.

In de winkelstraat voor mij en misschien ook voor jou interessant een bijzondere boekhandel met heel veel plantenboeken, kookboeken en veel Franse literatuur, een krantenzaak, vind ik altijd boeiend en ik blijf me ook altijd verwonderen over de vele tijdschriften die hier zomaar verkocht worden.
Twee interessante apotheken, mijn belangstelling zal je misschien verbazen, maar de apothekers zijn ook allebei herboristen en hebben zelfs verschillende kruidenboeken geschreven en daarbij, de pure alcohol, die je hier kan kopen kost nog geen 7 euro de liter (helaas, ondertussen flink duurder geworden). Tussen haakjes, deze drank is niet bedoeld om zo te drinken maar wel om er gentiaanlikeurtjes of kruidentincturen mee te maken.


3 comments