Romeinse gezondheidseffecten, deel 2


Vervolg van het artikel 'Gezondheidseffecten van Romanisering in Brittannië (1e eeuw na Christus)' van vorige week.

door Drs. N.

Voor de komst van de Romeinen leefden er tijdens de late ijzertijd verschillende stammen van Durotriges in ronde plaggenhutten en met een gemengde agrarische economie (Redfern & Roberts, 2005). Uit een reconstructie van deze ronde plaggenhutten blijkt dat als het gebruikte stookmateriaal om deze te verwarmen onvoldoende wordt verbrandt, er kleine deeltjes kunnen ontstaan die de longen irriteren en hoest veroorzaken waardoor tuberculose zich kan verspreiden (Redfern, 2008).
Deze ronde hutten en de mogelijke ‘ziektehaarden’ die zij waren, bleven waarschijnlijk voortbestaan in de rond 65 na Christus gestichte Romeinse stad Durnovaria (het tegenwoordige Dorchester; Redfern & DeWitte, 2011) met als gevolg dat ook de nieuwe inwoners van deze stad, dat wil zeggen immigranten, hier mee geconfronteerd werden (Redfern & Roberts, 2005). Dit is op zich geen gevolg van de stedelijke voorzieningen van de Romeinen, want het kwam door al aanwezige woningen.
Wat echter wél een duidelijk gevolg was van de Romeinse verstedelijking is dat volgens Redfern en DeWitte (2011) ziektes zich sneller konden verspreiden door de grotere bevolkingsdichtheid die in een Romeinse stedelijke nederzetting ontstond. Ook Mitchell (2017) denkt dat grotere populaties infectieziekten beter in stand houden dan kleinere populaties.  Zo konden er bij een grotere bevolkingsdichtheid meer (langdurige) sociale contacten ontstaan, wat de kans om ziektes op te lopen zou kunnen hebben  verhogen (Redfern, 2008).
Een bijkomend gevolg is dat er na de verovering mensen van uit het hele rijk in Brittannië woonden, met als gevolg dat deze blootgesteld werden aan omgevingen en omstandigheden, zoals een nieuwe stad met daarin al aanwezige ronde plaggenhutten, waarmee zij nooit eerder in contact waren (Mitchell, 2017). Het immuunsysteem van de plaatselijke inwoners zou niet bestand geweest kunnen zijn tegen ziektekiemen van uit het hele rijk (Mitchell,2017). Modern antropologisch - en klinisch onderzoek laat inderdaad zien dat het ziektecijfer vooral voor immigranten uit landelijke gebieden, hoger is in steden (Harrison, in Redfern & Roberts, 2005).  Het is echter niet bekend of de immigranten in Durnovaria allemaal uit landelijke gebieden kwamen, maar het is wel bekend dat de bevolking na de komst van de Romeinen heterogener dan voorheen was en infecties een gevaar waren.

De gezondheid van een bevolking of individu houdt direct verband met enkele factoren zoals cultuur, sociale status en leefomgeving  waarvan de leefomgeving (2) , de belangrijkste is (Redfern, 2008). Het is daarom niet vreemd dat het leven in een heel andere leefomgeving (3) , zoals een stad als Durnovaria tijdens de Romeinse verovering van Brittannië, gezondheidseffecten had. 


Urbane situatie in Dorset en Dorchester
Naast een hogere bevolkingsdichtheid dan in de nederzettingen van de Durotriges, kreeg de nieuwe Romeinse stad onder andere een publiek badhuis en een aquaduct dat water naar de stad leidde.
De houten en/of stenen huizen in de stad waren in een l-vorm gebouwd met een binnenplaats, die onder andere bronnen, beerputten of aparte gebouwen  met een latrine omvatten (Redfern 2008).
Over het algemeen konden voorzieningen als badhuizen en beerputten  grote gezondheidsrisico’s vormen.
Bovendien breidde tijdens de Romeinse overheersing de agrarische economie, die er ten tijde van de Durotriges al was, uit. De Romeinen waren (overigens misschien net als de Durotriges) gewend menselijke excrementen als mest te gebruiken waardoor bacteriën en virussen de verbouwde groenten konden besmetten.
De hogere bevolkingsdichtheid kon er daarbij voor zorgen dat reeds aanwezige ziektes die ontstaan waren door badhuizen, beerputten en menselijke excrementen, meer en sneller verspreid werden waardoor de volksgezondheid verslechterde.
Een goede maat voor de volksgezondheid zijn de skeletten van niet-volwassenen. Het vermogen om de meest kwetsbare mensen gezond te houden laat immers het vermogen tot aanpassing aan de omgeving van de samenleving zien (Lewis, 2010).
Lewis (2010) constateerde naar aanleiding van gevonden kinderskeletten in Dorchester dat de kinderen er in een zeer slechte gezondheid leefden.
Schell (in Redfern & Roberts, 2005) laat zien dat: ‘…during the gestational period and for newcomers  these areas. the urban environment can create stressors which culture cannot buffer against. These include materials which create challenges to survival and  adaptation, as well as exposure to toxic materials and infectious agents. For instance, the new buildings, resources and employment provided by the Romanization of Britain would likely have affected the parents of these children’
Schell denkt dus dat onder andere nieuwe gebouwen die voortkwamen uit de romanisering van Brittannië de ouders van deze kinderen geïnfecteerd konden hebben. Zo kan het al genoemde badhuis dat in Durnovaria aanwezig was, heel goed de oorzaak geweest zijn van zulke infecties waar kinderen volgens Lewis (2010) gevoelig voor waren.
Ten slotte argumenteert Redfern (in Redfern en DeWitte, 2011) dat uit statistieken blijkt dat de nieuwe typen nederzettingen hebben geleid tot een groter risico op sterfte omdat er, ter vergelijking, in de late ijzertijd bij volwassenen veel minder ziekte en een kleiner risico op sterfte was.
De hypothese  dat de introductie van steden inderdaad één van de factoren was die schade heeft toegebracht aan de volksgezondheid, wordt ondersteund door vondsten in Poundbury Camp.
Dit is een fort uit de ijzertijd dat uitkijkt op Dorchester en waar de hoge bevolkingsdichtheid en slechte leefomstandigheden het voorkomen van tuberculose verklaren (Lewis, 2010). Omdat deze twee aspecten ook een rol speelden in de stedelijke nederzetting van Dorchester en in de regio Dorset is het aannemelijk dat eenzelfde situatie Dorchester heeft getroffen.


Conclusie
Er is beschreven hoe de aanwezigheid van straten en badhuizen en de afwezigheid van goede riolering voor onhygiënische omstandigheden konden zorgen.
In de specifieke geval van Dorchester konden ziektes zich in combinatie met de meer heterogene bevolking die ontstond na de Romeinse verovering veel sneller verspreiden doordat immigranten blootgesteld werden aan omgevingen en ziekten waarmee zij nooit eerder in contact waren. Ook het immuunsysteem van de plaatselijke inwoners zou niet bestand geweest kunnen zijn tegen ziektekiemen van uit het hele rijk. Verder zorgde een hogere bevolkingsdichtheid (vergeleken met plattelandsgebieden) voor een snellere verspreiding van ziekten. En een badhuis kan, naast de nog overgebleven ronde hutten van de Durotriges, een ziektehaard geweest zijn. Na de komst van de Romeinen kwamen er immers mensen uit het hele rijk in de dichtbevolkte stad Durnovaria (Redfern, 2008).
Natuurlijk is het ontstaan van ziekten, net als Romanisering, niet in een simpel model te vatten en zal er altijd sprake van een complex samenspel van factoren zijn.
Volgens Lewis (2010) is er meer onderzoek nodig naar andere Romeinse omgevingen zoals legerkampen (4)  om te weten of het echt de stedelijke omgeving was die de slechte gezondheid van de kinderen in zijn onderzoek veroorzaakte.
Omdat de leefomgeving echter een direct verband heeft met gezondheid is het aannemelijk dat de verandering in kwestie, namelijk de introductie van stedelijke nederzettingen, een belangrijke factor was in het ontstaan van ziekten. In dit artikel is naar oorzaken voor het hoge sterftecijfer dat Redfern en DeWitte (2011) vonden, gezocht. De hier besproken voorzieningen en gebouwen vormen mogelijke urbane oorzaken en zouden in vervolgonderzoek al dan niet vastgesteld kunnen worden.
In dit artikel zijn veranderingen in de leefomgeving als onderdeel van ‘romanisering’ behandeld en onderstreept dit de onjuistheid van de in de inleiding besproken aanname achter de term ‘romanisering’ dat Rome  een overgang naar een ‘betere’ of ‘hogere’ samenlevingsvorm was. Bij een hoge sterfte sterft een cultuur namelijk uit en dat is geen stap in een progressieve ontwikkeling, zoals de aanname achter Romanisering veronderstelde. Deze conclusie vormt een nuancering van de term ‘romanisering’.

2. Leefomgeving wil zeggen: de stedelijke of landelijke omgeving waarin men het dagelijks leven doorbrengt.

3. Een leefomgeving die veel dichter bevolkt was dan voorheen het geval was.

4. Zoals Poundbury Camp.