Oude muziekinstrumenten: de kromhoorn


Dubbelriet-instrument

In het allerlaatste deel van de middeleeuwen en in de renaissance werd de kromhoorn populair, een instrument dat door zijn vorm al een opvallende verschijning is. Trouwens, ook het wat nasaal klinkende geluid is behoorlijk karakteristiek. De allereerste vermelding van de kromhoorn in dateert uit 1489, in Duitsland. De kromhoorn is een blaasinstrument met een dubbelriet. In het hedendaags muziekinstrumentarium zijn alleen de hobo en de fagot nog dubbelriet-instrumenten. Dit zijn de moderne navolgers van de schalmei en de dulciaan uit de renaissance.

yoorsapril2021

Bespelen dubbelriet-instrument

Instrumenten met een dubbelriet worden bespeeld met het dubbelriet grotendeels in de mond. Door ademdruk, lippenstand en lippendruk (embouchure) te variëren kan de trilling van het riet beïnvloed worden, en daardoor ook de toonhoogte. De schalmei behoort tot de groep 'luide instrumenten', uitstekend geschikt om in grote ruimtes of in de buitenlucht te bespelen.

Foto: Het bovenstuk van de kromhoorn, het windkapsel en mondstuk zijn even weggelaten, zodat je het dubbelriet goed kunt zien zitten.  Vroeger werden hier uiteraard echte rieten voor gebruikt, tegenwoordig tref je ook vaker kunststof aan. Aangezien het windkapsel er normaal gesproken overheen zit zie je dat plastic dan niet. Op de foto ziet er een 'echt' riet op het instrument en er ligt een kunststof riet naast.

Zachte instrumenten

In kleinere ruimtes was het geluid van een schalmei te luid, te opdringerig. Er werd gezocht naar blaasinstrumenten die minder geluid produceerden, en binnen dus aangenaam klonken. In de groep zachte instrumenten kon je blokfluiten, dwarsfluiten en kromhoorns vinden.


Kromhoorn

Zoals gezegd, ook een kromhoorn is een dubbelriet-instrument. Bij de kromhoorn wordt het dubbelriet niet rechtstreeks in de mond genomen, maar is een windkapsel om het riet geplaatst. De speler blaast op het mondstuk op het windkapsel. Hierdoor wordt het riet in trilling gebracht en hoor je geluid. Omdat er geen rechtstreeks contact is van lippen op het riet, is het niet mogelijk met lippenstand of lippendruk (embouchure) invloed uit te oefenen op de tonen. De enige manieren om de toonhoogte te beïnvloeden is met ademdruk of door het riet steviger (of juist minder stevig) tussen de lippen te knijpen. De toon die je speelt kun je iets verhogen door harder te blazen of iets meer met de lippen te knijpen.

De vingerzetting van de kromhoorn komt overigens grotendeels overeen met die van een schalmei of een blokfluit.


Foto: het bovenstuk van de kromhoorn. Je ziet het windkapsel en het mondstuk (waar je in moet blazen)

yoorsapril2021

Beperkt bereik

Veel blaasinstrumenten hebben een groot toonbereik, door te overblazen. Dat wil zeggen, dat door harder blazen en een speciale vingerzetting ook een tweede, hoger, octaaf bereikt kon worden. Dat geldt niet voor de kromhoorn, omdat het windkapsel dit verhindert. Het toonbereik van de kromhoorn is daardoor beperkt tot een heel octaaf (bestaande uit acht tonen), plus één toon. Zo'n toonbereik heet ook wel een none (= negen).


Modernere kromhoorns

yoorsapril2021

Het beperkte bereik is in 'modernere' uitvoeringen van de kromhoorn een beetje uitgebreid door één of twee kleppen aan te brengen. Dat scheelde weer één of twee tonen, waardoor je nét wat meer muziek aankon. Op het exemplaar op de foto zie je een sopraan-kromhoorn met zo’n extra klep.

Kromhoorn-familie

Zoals zoveel instrumenten werd de kromhoorn ook in een 'familie' uitgevoerd. In navolging van de menselijke stem had je:

  • sopraan, gestemd in c
  • alt, gestemd in f
  • tenor, gestemd in c
  • bas, gestemd in f
  • Soms werd zelfs een grootbas gebruikt, ook weer gestemd in c.

Hoe lager het instrument klinkt, hoe groter het is.

yoorsapril2021

Muziek

Met de keuze van te spelen muziek moest altijd rekening worden gehouden met het toonbereik. Toch bleef er genoeg over en hebben verschillende componisten muziek geschreven die met kromhoorns uitstekend te spelen is. Er waren diverse kromhoorngezelschappen, en zelfs in orkesten was er een kromhoornsectie. In orkesten vanaf 1700 komt de kromhoorn eigenlijk niet meer voor.


Afbeelding: Dubbelriet-instrumenten uit de renaissance, zoals vastgelegd in de Syntagma Musicum door Michael Praetorius (begin 17e eeuw)

Vorm

De kromhoorn heeft een typische vorm, je zou het bijna een soort wandelstok kunnen noemen. Deze vorm had drie functies:

  • Een decoratieve functie. Het oog wil ook wat en de typische vorm trok natuurlijk aandacht.
  • De muziek klinkt vooral door het uiteinde van het instrument. Door de gebogen vorm wordt dit geluid meer naar boven en naar voren gestuwd dan naar de vloer. De muziek kon dus beter naar het publiek gericht worden.
  • Omdat het geluid niet naar de vloer is gericht, zal ook de speler de muziek beter kunnen horen. En dat was belangrijk, omdat intoneren van deze instrumenten niet gemakkelijk was. Als je jezelf niet goed kon horen, dan kon je natuurlijk ook niet meer zuiver op elkaar afstemmen.
yoorsapril2021

Cornemuse

Een variant van de kromhoorn is de cornemuse. Dit is óók een dubbelrietinstrument dat via een windkapsel bespeeld wordt. Het verschil met de kromhoorn zit 'm in de vorm: een cornemuse heeft niet de gekromde vorm van de kromhoorn, maar is recht. De speelwijze en klank komen aardig met elkaar overeen. Op een cornemuse zijn vaak niet de extra kleppen aangebracht die je op de kromhoorn ziet. Hierdoor blijft het toonbereik beperkt tot de none (= negen tonen: één octaaf plus één toon).

Het woord cornemuse wordt in Frankrijk gebruikt om een doedelzak aan te duiden. Als je naar een doedelzak kijkt zie je dat de pijpen ervan inderdaad op een cornemuse lijken. De klank van een cornemuse komt trouwens ook overeen met de klank van één enkele doedelzakpijp.

Foto: sopraan-cornemuse

De kromhoorn nu

In orkesten kom je de kromhoorn niet meer tegen. Groepen die renaissancemuziek spelen, kiezen er vaak voor deze zoveel mogelijk met originele instrumenten of replica's daarvan uit te voeren. Het instrument wordt dus nog steeds gebouwd.


Kromhoorn bij de Stadspijpers

Zelf speel ik graag de renaissance-muziek, en zoals ik al vaker heb verteld, doe ik dat bij de Stadspijpers van ’s-Hertogenbosch. Ik bespeel daar vooral schalmei, dulciaan, en soms sopraan- of sopranino-blokfluit. We gebruiken bij de Stadspijpers de kromhoorn nog niet echt, al oefenen we er soms wel mee, en nemen we wel altijd exemplaren mee als we uitleg geven (bijvoorbeeld op scholen) over de muziek en de muzikanten uit de renaissance. Omdat een kromhoorn een zachter klinkend instrument is, is het minder geschikt om buiten te bespelen. Maar, we houden de opties open, want afwisseling is gewoon altijd erg leuk, toch?


(c)2021 Hans van Gemert

Eigen foto's en één afdruk uit de Syntagma Musicum, die je kunt beschouwen als de allereerste muziek-encyclopedie. Geschreven en getekend door Michael Praetorius, tussen 1614 en 1620.

Dit artikel is een bewerking van een artikel dat ik eerder had geplaatst op Infonu.nl

#yoorsapril2021




34 comments