126 dagen


Vandaag is dag 126 van mijn waarschijnlijk nooit ophoudende gevecht met mezelf. Al 126 dagen lang, win ik het. Het ziet er vanaf buitenaf misschien heel gemakkelijk uit allemaal. Het menselijk lichaam is immers eigenlijk niet in staat zichzelf te beschadigen. Het afbijten van je vinger zou even gemakkelijk gaan als het doorbijten van een rauwe wortel, maar ons brein weerhoud ons er van het te doen. Het gaat simpelweg in tegen alle logica waarin wij denken.

Waarom was, en ben, ik dan in staat om mezelf toch pijn te doen? En waarom geeft de uiteindelijke actie dan een gevoel van voldoening? Ik vraag me steeds meer af hoe het überhaupt mogelijk was om hier aan verslaafd te raken. Natuurlijk heb ik vaak op het randje gestaan van een verslaving op meerdere gebieden.

Er waren periodes waarin ik elke dag dronk, dat ik met een fles hele gore rosé huilend onder de douche stond en door dronk tot ik over moest geven. Maar tegen die tijd was de alcohol al ingewerkt en maakte het me allemaal helemaal niets meer uit. En dan te bedenken dat ik helemaal geen wijn lust (dus ook geen rosé).

Natuurlijk zijn er periodes geweest dat ik maar helemaal los ging om alles maar even te kunnen vergeten. Blowen tot ik er letterlijk bij neer viel. Maar na een tijdje werken de dingen die in het begin wel werkte niet meer, en raak je steeds verder weg. Ik wist wel dat ik niet goed bezig was, maar op dat moment drong het niet helemaal tot me door. Als ik maar even aan iets anders kon denken, even ergens anders mee bezig kon zijn.

Maar nu gaat het beter. Dat ik al 126 dagen het gevecht win, betekend niet dat ik de drang niet voel om me toch weer te vergrijpen. En die 126 dagen gaan ook alleen maar over één van de vele dingen waar ik moeite mee heb. Als ik de drang voel om op te geven, zet ik nog steeds mijn tanden in mijn onderarm tot er afdrukken en blauwe plekken ontstaan. Of mijn nagels in de bovenkant van mijn hand tot mijn huid los laat en ik er weer een paar maanvormige littekens bij heb.

Ik wacht tot het moment dat elke drang verdwenen is, of ik het op geef en er toch aan toe geef. Maar wat maakt het nu dat het me lukt om vol te houden? Het is niet de medicatie, want die slik ik al bijna een jaar niet meer. Het is niet de therapie, want daar kom ik altijd met een vervelender gevoel van thuis dan ik er heen ging. Daar komt nog bij dat ze me dwingen af te bouwen, terwijl ik daar totaal geen behoefde aan heb omdat ik bang ben het los te moeten laten en dan geen vangnet meer heb. Stel dat ik wel weer in stort, waar moet ik dan terecht als ik niet meer mijn therapeute heb om bij aan te kloppen?

Nee, de therapie is het zeker niet. Wat ik daar vertel kan ik ook aan andere mensen kwijt, en ik weet dat ze in bijna ieder verhaal toch mijn kant zullen kiezen, gewoon omdat dat is waar ze voor betaald worden, of omdat ik ze gewoon overtuig dat de manier waarop ik dingen zie echt niet zo gestoord is als ze in eerste instantie dachten.

Ergens geeft dat ook wel een soort voldoening, eindelijk uit te durven vallen tegen mijn therapeute. Afgelopen dinsdag nog. Ik vertelde dat ik er achter was gekomen dat mijn moeder met opzet mijn zusje bij me vandaan probeert te houden. En het is niet zo dat dit een zelfbedachte of verkeerd geïnterpreteerde theorie is. Nee, het is de waarheid. Hoe ik dit weet? Een vriendin van mijn moeder. Als ik aan mijn moeder vraag of ik iets leuks mag doen met mijn zusje, en mijn moeder zegt dat ik dat er al plannen zijn en dat ze die en die dag bij mijn opa en oma is, en ik kom haar later tegen bij die vriendin en zij geeft aan geen plannen te hebben, wat moet ik dan denken? Als die vriendin van mijn moeder mij dan verteld dat mijn moeder over mij zegt; ''ja, nu heeft ze pech.'' Wat moet ik dan denken?

En als mijn therapeute dan doodleuk suggereert dat ik moet gaan praten met mijn moeder, en moet aangeven dat ik dit gevoel heb, dan heeft ze ongelijk. En dat heb ik haar gelukkig ook verteld. Want zeggen wat ik vind en/of denk gaat steeds gemakkelijker. Ik herinnerde haar er aan dat het over mijn moeder ging, en niet een normaal logisch nadenkend persoon die in staat is zichzelf te reflecteren en te kijken naar wat er misschien van zijn.haar kant mis gegaan kan zijn. Nee, de manier van mijn moeder is volgens haar altijd de juiste, en als daar opmerkingen over gemaakt worden, slaat ze dicht. Ze word boos, want hoe durf je haar van iets te beschuldigen? Dus nee, het gewoon met haar bespreken dat ik dit zo ervaar, zit er niet in.

En na een korte uitval van vijf minuten waarin ik dit probeerde uit te leggen en er tranen over mijn wangen begonnen te rollen, gaf mijn therapeute me gelijk. Ze had mijn moeder wel eens gesproken, en snapte ook dat dit inderdaad een onmogelijke oplossing was. Want zo simpel zit het niet.

Wat ben ik blij dat ik uit huis ben. Zei ik toen nog maar een keer. Want sinds ik thuis weg ben, gaat alles veel beter. Alles, behalve de zorgen voor mijn zusje. Want op wie gaat mijn moeder nu alles afreageren? Niet op mij, want ik ben er niet meer. En ondanks dat ze naar de buitenwereld daar heel zielig over doet, probeert ze het ook zo te houden, dat ik geen contact met haar heb. Ze geeft geen openingen, laat niets toe, en laat niet zien dat ze het zou willen, of er open voor zou staan. Misschien heeft ze toch gewoon iets nodig om over te kunnen zeuren naar de andere mensen om haar heen. En dan ben ik wel zo een gemakkelijk doelwit.

Maar ja, misschien is dat ook wel gewoon meteen het antwoord op de vraag die ik mezelf zo vaak stel. Waarom hou ik het nog vol? Voor wie? Mezelf.

Ik hoef niet meer vol te houden voor mijn moeder, mezelf weg te cijferen zodat zij haar zin krijgt. Nee, ik neem mijn eigen ruimte in en ik sta op mijn eigen benen. Ik hoef het voor niemand anders meer te doen dan voor mezelf. En dat is een stuk gemakkelijker.