Geflest (klein vervolgverhaaltje nr. 2)


Een kort vervolgverhaal over minimensjes die in de problemen zijn gekomen. Een klein flesje kan ze verder helpen. Een flesje uit de mei- uitdaging van Hans van Gemert

Lees hier deel 1

#schrijfuitdaging ,#flesje ,#minimensjes

 

Gelukkig viel het met het instorten wel mee, toch konden we ons voorstellen dat het voor dit minimensje een angstige ervaring was.

“Zijn er meer mensen zoals jij die hier in de rotsen wonen?”

“Ja, hier is eigenlijk een hele stad en ik ben een van de weinigen die hier aan de rand kan wonen met het uitzicht op de zee. Dat is echt niet voor iedereen mogelijk omdat dan de rotsen bezaaid zouden zijn met kleine deurtjes”.

“Zijn er dan anderen waarbij het huis daadwerkelijk kapot is gegaan?”

“Voor zover ik weet is dat alleen bij Ellen gebeurd, maar bij velen van ons zit de angst er goed in.

Maar willen jullie binnen kijken, dan begrijp je beter wat hier nu aan de hand is”.

“Binnen kijken? Hoe dan?” Mijn beide dochters zijn stomverbaasd over deze vraag.

Het minimensje is heel even weg om terug te keren met een zelfde soort flesje in zijn hand: “Als je hiervan drinkt, dan krimp je, ik weet alleen niet of ik genoeg heb voor jullie allemaal, twee personen zou moeten kunnen.”

“Ik, ik, ik had het flesje gevonden!”

Daar heeft ze een punt, eigenlijk wil ik zelf ook graag een kijkje nemen om op die manier een inschatting te kunnen maken hoe we deze minimensjes het beste zouden kunnen helpen.

“Ok, ik ga ook mee, dus wij tweetjes zullen, ja wat moeten we eigenlijk met dat flesje?”

“ga allebei naast het flesje staan, daar bij die rots en open het, gooi het daarna meteen met kracht kapot op de rots”.

Het was maar een klein flesje. Heel voorzichtig draaide ik het dopje eraf en...Pats!

De scherfjes zijn nog vele malen kleiner. “Snel, zegt het minimensje, pak je hier vast aan de bovenkant van deze rots!” We doen het allebei en zo krimpen we en krimpen we. Tot we met onze voeten bij het richeltje kunnen komen. We staan dan voor de deur en kunnen zo naar binnen lopen.

“Zeg, hoe kunnen we straks weer groot worden als we hier rondgekeken hebben”

“simpel, je neemt een slokje uit het flesje, de damp maakt je kleiner, een slok weer groter”

“Maar, dat flesje hebben we net kapot gegooid”

“Precies, nu weet ik zeker dat jullie mij willen helpen, we hebben meer van deze flesjes, maar de inhoud is niet overal gelijk, de ene laat je groeien, maar de andere kan je ernstig ziek maken”

“We zouden toch wel hebben geholpen, dit was niet nodig!” Ik begin hier humeurig van te worden

“Na onze ervaring met andere mensen nemen we het zekere voor het onzekere” Je dochter en vrouw zullen aan jullie kant er alles aan doen om ons te helpen en jij en je dochter doen dat hierbinnen.”