×

Yoors


Inloggen
Registreren
×

Yoors








#Even voorstellen Mien



In het woonzorg centrum waar ik werk wonen veel bijzondere mensen. Ze hebben een eigen appartement en kunnen gebruik maken van huiskamers beneden waar allerlei activiteiten op het programma staan.
Wij, het personeel, bieden zorg en begeleiding aan voor mensen met een dementie.


Met veel plezier vertel ik in deze blogs over mijn werk, ik vertel over de bijzondere mensen die wij mogen verplegen en die over het algemeen een extra gebruiksaanwijzing krijgen door hun dementie.
 Voor het geval dat jullie denken dat ik superzuster ben, helaas. 
Vandaag vertel ik over Mien. 
Mien is een lieve vrouw, ze was een zorgzame moeder en lieve echtgenote die ervoor zorgde dat man en kinderen niets tekort kwamen. 
Daarbij zag ze zichzelf helaas weleens over het hoofd. 
Toen de kinderen de deur uit waren kon Mien zich helemaal stortten op haar huishouden, het was er keurig, alles glom en blonk. Haar man hoefde hierin niets te doen. 
Ook niet na zijn pensioen. Pa kon zich terugtrekken voor zijn hobby’s. 
Toen Mien achteruit ging in cognitie werd haar huishouden haar houvast. 
Maandag wasdag, dinsdag de strijk, elke dag vroeg opstaan om alvast te hebben gezogen voordat Pa beneden kwam (dan had hij geen last van de stofzuiger)
 Natuurlijk paste ze op haar kleinkinderen, daarna werd alles weer keurig gepoetst. 
Totdat de kleinkinderen het niet meer zo leuk vonden bij oma, oma kon niet meer verbloemen dat ze teveel vuil maakten en oma kon de kleinkinderen niet meer begeleiden bij hun verblijf bij haar. 
De oppas middagen stopten helemaal toen Pa last kreeg van depressies, het is tenslotte niet niets als de liefde van je leven verdwijnt terwijl je er mee in huis woont. 
Toen Pa dan ook  overleed was het voor Mien veilig om in het woonzorg centrum bij ons te komen wonen.

Mien kan gelukkig nog afwassen, opruimen op haar kamer en helpen op de huiskamer waar ze gedurende de dag verblijft. Mien kan erg over haar toeren raken als andere bewoners kruimelen met hun cake en het niet opruimen, of dat ze het tafelkleedje scheef achter laten. 
Mien is in de ochtend nog steeds vroeg op maar omdat ze niet meer kan stofzuigen (die is er zelfs niet op haar appartementje) ruimt ze netjes op, maakt haar bed op en als wij van de zorg er nog niet zijn kleed ze zich vast aan. Omdat ze bijna altijd als eerste geholpen wordt (dan is de kans groter dat ze nog niet is aangekleed) wordt Mien meestal niet door mij verzorgd, ik heb dan medicijnen te delen. 
De afgelopen dagen liep het anders en verzorgde ik Mien. 
Vrijdag was de wekelijkse douche dag.
Mien houd niet zo van douchen en dan is een keer per week genoeg. 
Helaas was ze al aangekleed. 
Ik bood eerst de medicijnen aan en roemde haar opruimgedrag (dit zijn de richtlijnen van de collega’s en verder opgesteld met onze psycholoog) 
Daarna vertelde ik dat het douche dag is vandaag. “ maar ik ben toch schoon en netjes aangekleed”
Ja eigenlijk wel, maar ik wist bij voorbaat al dat er geen incontinentiebroekje was aangedaan en dat er ook niet gewassen was. 
“Ja Mien, het is allemaal keurig, maar we hebben met Jeanet (dochter) afgesproken dat je op vrijdag gedoucht wordt” Ik bied mijn arm aan en we lopen samen naar de badkamer. 
“zullen we de kleren uit doen?” vraag ik vriendelijk.
 “nee liever niet ik zie er keurig uit” 
“ja Mien, heel keurig, en na het douchen mag dit allemaal weer keurig aan” 
“Heb ik het niet goed gedaan?”
 “Ja heel goed, alleen nog niet gedoucht” 
Ik voel mijn emmertje geduld langzaam maar zeker leeg lopen, wat Mien voelt weet ik niet maar ze begint met hyperventileren of iets wat daar op lijkt. 
“Probeer maar rustig te ademen, 3 tellen in en 4 tellen uit” dapper doe ik mee.
 Ondertussen ben ik met het uitkleden begonnen en hang alle kleding netjes op een hangertje. 
Natuurlijk glijd er een sok af en valt op de grond.
 “Pas op!!” roept Mien
 In een reflex zeg ik;” het is maar een sok” en terwijl ik het zeg denk ik ‘fout’ 
“Ja makkelijk en dan wordt ie vies” 
Het snelle ademen neemt meer toe. 
De warme douche op haar blote huid vind ze heerlijk. 
Ik geef haar een washandje en Mien was alles aan de linkerkant.

“zal ik de andere kant doen?” vraag ik, met herwonnen geduld. 
“Hoezo” is het vinnige antwoord “ ik doe het toch goed? Ik doe toch mijn best? Ik kan het toch wel?” 
“Natuurlijk, u doet het goed, maar ik wil u graag helpen” 
Ik krijg het washandje en was de rug en de rechterkant, na de voeten laat ik het washandje liggen, op de douche vloer. Mien raapt het op, 
Het bukken gaat haar moeilijk af. 
Ik krijg een boze blik en het washandje wordt uitgewrongen en op de wastafel gelegd. “het moet hier netjes blijven” “Sorry” zeg ik. 
Ik probeer het niet geërgerd te laten klinken. 
Daarna het aankleden en tenslotte neem ik Mien mee naar de tafel in de gemeenschappelijke ruimte waar ze een kopje thee krijgt en mag wachten tot de ontbijt kamer open gaat.
 “maak je het nog even netjes?!” gebied Mien me terwijl ze naar de natte badkamer kijkt. 
Ik bijt het puntje van mijn tong af om niet te zeggen dat ik dat altijd doe. 
Pfff Mien is klaar.

Als ik tijdens de koffie dit voorval met mijn collega’s bespreek lijkt niemand van mijn collega’s dit te herkennen, ze vinden Mw. Lagerwey lief, zorgzaam en netjes. 
Anna grapt nog “ doe jij die lastige mannen maar, die staan met jou te zingen onder de douche terwijl wij soms niet eens naar binnen mogen”

In de middag belt Yvonne van de huiskamer over Mien. 
Of ik onrustmedicatie kan geven. 
Een hevige aanvaring hadden ze gehad, na de nagelverzorging werd Yvonne gebeld en ze is weggelopen om een andere bewoner op te halen van het toilet terwijl het nagelknip setje nog op tafel stond. 
Mien was verbolgen over de troep. 
Natuurlijk hadden andere bewoners zich er mee bemoeid. 
Hyperventilerend zat Mien aan tafel, met  strakke lippen en vuurrode wangen. 
“Hallo Mien”  zei ik terwijl ik naast haar ging zitten. “ik heb even een pilletje voor je” 
Met een slokje water nam ze het in.
“Zullen we samen er even voor zorgen dat je rustiger gaat ademen?” 
We begonnen weer met onze 3 tellen in en 4 tellen uit. 
Opeens keek Mien om zich heen “niemand doet dit met die ademhaling” 
“Nee, maar zij hyperventileren ook niet” 
Het was er al weer uit voordat ik het bedacht had, en natuurlijk was het fout. 
“Ik doe gewoon, ik doe het goed en ik ben netjes” 
Vanachter het keukenblok beantwoordde Yvonne mijn blik. 
Zwijgend bleef ik nog een poosje bij Mien zitten, gaf een damesblad aan haar en zag dat ze  langzaam aan toch wat rustiger werd. De dames aan tafel werden door Yvonne op een andere plek neergezet, even geen prikkels voor Mien.

Nog geen uur later, Yvonne en Mien stappen samen de lift uit en de etage op. 
Ik zag het al. 
Wederom de rode konen en de snelle ademhaling. 
De aanblik van mijn persoontje doet ook geen wonderen bij Mien. 
Sharon die vanmorgen ook aanwezig bij de koffiepauze ziet dit ook en zegt, “laat mij maar” 
“Mien, zullen we samen op je kamer een kopje thee gaan drinken?” 
Ze krijgt een arm van Mien en Mien lijkt nu al opgelucht. 
Natuurlijk weet ik dat we in een team werken en dat iedereen zijn sterke en zwakke kanten heeft, een voorkeur voor bewoners, en bewoners voor het personeel. 
En toch, toch  kan ik het niet uitstaan van mezelf dat ik bij Mien, ondanks al mijn ervaring, toch steeds de verkeerde dingen lijk te zeggen. 
Gelukkig hoor ik Pieter op dat moment brullen vanaf zijn kamer wanneer er nou eindelijk iemand komt. 
Nou, nu, ik dus!!

Feestweek in het woonzorgcentrum.

Mien heeft het naar haar zin

signup

Wil je ook lezen over verpleeghuiszorg, of er zelf over schrijven? Word gratis lid van Yoors en beloon de maker en jezelf!




expand_less

Meest gestemde posts



expand_less

Recente posts