Uitpakken


IJs, ik heb ijs nodig. Ik moet afkoelen. Nu! Zet alle airco's aan, gooi ramen en deuren tegen elkaar open, zodat de tocht de hitte kan verjagen.

Als een mislukte trol loop ik hyperend rond te zwalken. Gloeiende grutten, wat heb ik het warm. Het transpiratievocht druipt van me af. Nog even en ik verzuip in mijn eigen zweet. Het staat al tot mijn enkels. Pootjebadend schuifel ik naar de keuken, grijp het vleesmes van het aanrechtblad.

'Kalm maar,' maant mijn man me. 'Het is toch alleen maar positief dat het vandaag nog komt?' Hij neemt het mes uit mijn handen en opent de verpakking. 'Ze zien er grandioos uit. Mooi hoor.' Manlief pakt er eentje uit, doet hem voorzichtig open. Zijn behoedzaamheid  vertedert me. Mijn blozende wangen worden weer vertrouwd bleek en langzaam daalt de temperatuur naar acceptabele waarden.