Een soepzootje van door elkaar gehaalde steekwoorden


Lees wat vooraf ging

'Wat voor dag is het vandaag?'

'Zondag.'

'Is het feest dan niet lichtelijk uit de hand gelopen?'

'Tja, zolang de drank nog niet op is, de muziek nog speelt en er met eierdooier gevulde tomaatjes zijn, gaan we nog door. Het is toch nog gezellig? Ik bedoel, het dak is er woensdag al afgefeest en sindsdien heeft de party nog geen enkel dieptepunt gekend.'

'Behalve jouw kapotte hakken en stekende koppijn dan, Chantal.'

'Ach, ik heb nog een paar paracetamoltabletjes van november bewaard, daarmee onderdruk ik het wel hoor. Geen zorgen.'

'Dat is de goden verzoeken, straks duikt er ook nog een bewaarde regenbui op, en zo zonder bescherming boven ons, is dat behoorlijk riskant.'

Chantal steekt haar middelvinger naar me op en mengt zich weer in de swingende menigte.

Daar heb je het al. Dat krijg je ervan als je van alles van voorgaande maanden laat slingeren. De eerste dikke druppels vallen, al snel wordt het een heuse hoosbui. De meeste gasten zijn te erg in de olie om zich hier wat van aan te trekken, maar ik, als organisator, voorzie een drama van ongekende hoogte.

Weldra zijn de spreien te zwaar geworden voor de dennentakken, wanneer ze door en doornat worden, is er ook een niet geringe kans dat de pieken er dwars doorheen beginnen te piepen. Dan bemerkt Chantal dat ik haar verzwegen heb dat er wel degelijk kerstbomen op het feest aanwezig zijn en vrees ik dat ze subiet in staking gaat en dan zullen de gevolgen niet te overzien zijn.

Oeps, oppassen nu, dat ik niet nog een andere uitdaging erbij pluk. Snel, de deur verwijderen, voordat de buurvrouw er onverwachts voor staat.  

Te laat. Ze is al present en vrolijk als altijd steekt ze direct van wal. 'Er is een staking is op school, ik moet werken en jij als één van mijn zusters kan mooi op de kinderen passen vandaag.'

'Maar het is toch zondag? En bovendien ben ik helemaal geen familie van je.'

'Heb je nooit van een zondagschool gehoord? En in onze kerk zijn we allen broeders en zusters van en voor elkaar.'

Voordat ik verder kan protesteren heeft ze de kinderen al bij me gedumpt.  Ze stapt in haar auto, draait het raampje naar beneden en laat me weten dat rond vier uur ze de bengels weer op zal halen.
En daar sta ik dan.

De vijf kinderen kijken me vragend aan. Ik kan ze net zo goed aan het werk zetten. Voordat het feest helemaal in het water valt ontplooi ik als een razende mijn organisatorische talenten. Wanneer er toch een paar steekwoorden roet in dit verhaal gooien, kan ik voor hetzelfde geld er nog een paar bij inzetten.

'Hier, maak jij met het deze keukenrol maar zoveel mogelijk pieken droog en wikkel ze daarna secuur in,' zeg ik tegen nummer één en de andere vier neem ik mee naar mijn achtertuin waar nog altijd het opgerolde vloerkleed ligt. Voor deze gelegenheid fantaseer ik hem megagroot. We zeulen dit kleed naar de onoverdekte ruimte en spannen het als een dak over de staande muren van het gebouw.

Als beloning snijd ik een gehaktbal in stukken, geef ze ieder een deel en een gevuld schaaltje.

 'Wat een vreemde combinatie, gehakt met hazelnoten en muisjes.' Merkt één van de jongens op.

'Dat komt omdat ik de novemberuitdaging van schrijvelarij erbij gehaald heb,' verklaar ik.

'Maar,' gaat de wijsneus verder, 'Hoe wou je de telefoonrekening en terrasreiniger erbij inpassen?'

'Tja, er is een nieuwe maand aangebroken, dus de woorden hoeven niet allemaal perse gebruikt te worden, en bovendien, ik hoef helemaal geen verantwoording aan jou af te leggen.'

Zo, die heb ik even op zijn plaats gezet. Tevreden blik ik rond. Het feest gered. Voor opvang gezorgd, verplichte woorden gebruikt, wat heb ik nog meer te wensen.

Maar dan verschijnt een verhitte Chantal voor mijn ogen met een in nat keukenpapier gewikkelde piek.

'Waar slaat dit op, Dana!!??!! Heb je stiekem toch een kerstboom hier ergens verstopt? En dat noemt zich een vriendin.'

Zucht. Het zit me ook niet mee.


wordt vervolgd

direct door naar het vervolg: