En de maand is nog maar net begonnen


'Mevrouw Martens?'

'Ja, present.'

'Komt u maar verder naar de behandelkamer.'

Boven de deuropening hangt een slinger met allemaal sint en zwarte pietjes. Ondanks het onprettige vooruitzicht dat ik straks zeker weer aan een spervuur van vragen wordt blootgesteld, bezorgt dat me toch een glimlach. Het brengt weer een beetje licht in de duisternis.

'Zo, mevrouw Martens, gaat u maar liggen. Wat hoor ik, bent u weer op het dak geklommen?'

'Het was totaal ongevaarlijk, dokter, de enige drank die erin mij zat, was tomaatjessap en ik had van te voren ervoor gezorgd dat ik zacht terecht zou komen.'

'Vertel eens, hoe?'

'Vier van mijn zusters hielden elk een hoek van de onverwoestbare sprei, die mijn vijfde zuster gehaakt had, vast om me op te vangen.'

'Ja, of u probeert mij een hak te zetten of u lijdt weer aan fantasiekoortsen.'

'Ik zweer het u, ik zit echt niet tot mijn plafond, waarom zou ik ook, de maand is nog maar net begonnen. Ik wou gewoon laten zien dat bij een goede voorbereiding, je best van een hoogte kunt springen zonder ook maar één vinger te bezeren. Waarom wantrouwt u uw patiënten? Waarom heeft u niet meer vertrouwen in uw eigen behandelmethodes?'

'Terugvallen zijn heel normaal. Vertel eens, wat was de aanleiding?'

'Er is helemaal geen aanleiding! Luisteren! Ik wou gewoon wat laten zien! En ben verantwoord te werk gegaan.'

'Door uw zusters in te schakelen?'

'Ja.'

'Mmm. Maar mevrouw Martens, u heeft niet eens één zus, laat staan vijf.'

'Eh...'

'Scherp hè?' De psychiater is duidelijk in zijn nopjes met zichzelf. 'Nou biecht maar op en nu met het echte verhaal.'

'U heeft gelijk... Hans is de schuldige, die rotsteekwoordenuitdagingen van hem, die drijven mij tot waanzin.'