Over mallotige servicelijnen, mutsen en muizen


'Met hoor en wederhoor, uw mobiele netwerk.'

'Ja, goedemiddag, met mij, ik heb een klacht.'

'Voor het afsluiten van abonnementen, kies 1.'

'Ik ben al abonnee, maar ik...'

'Voor sneller internet, kies 2.'

'Ik kan deze snelheid nauwelijks aan.'

'Voor automatische overschrijvingen, kies 3.'

'Ik heb een klacht!'

'Voor vragen over uw telefoonrekening, kies 4.'

'Ik ben al weken niet meer...'

'Voor klachten belt u op een ander tijdstip maar weer, wij hebben onze klachtquota voor vandaag ruimschoots gehaald.'

Gefrustreerd leg ik de hoorn neer. Ik kan nog beter tegen een eierdooier aanpraten, die geeft ook geen antwoord maar zegt tenminste ook geen onbenullige dingen terug.

Ik moet beslist telefonisch bereikbaar zijn, want anders komen al die malloten, mutsen en gehaktballen die mij perse willen spreken persoonlijk langs. Zelf bellen dan maar? Dat werkt nog wel, alleen bij  gebeld worden weigert de lijn verbinding tot stand te brengen.

Nog eens poog ik contact te krijgen met de servicelijn van 'Hoor en Wederhoor. Ditmaal wacht ik netjes tot het keuzemenubandje afgelopen is, ik neem me voor optie 4 te kiezen wanneer klachten nog steeds naar een ander tijdstip verwezen worden.

'... uw telefoonrekening, kies 4. Voor klachten over paracetamoltabletten verwijs ik u naar uw huisartspraktijkhoudende apotheek.'

Trrrring.

Daar heb je het al. Ik smijt mijn telefoon neer en loop naar de hal, maak mezelf zo breed mogelijk  (het zal me niet nog eens overkomen dat een terrasreinigercolporteur of een andere psychopaat mijn woning binnendringt) en  open superchagrijnig  de voordeur.

'Piep, piep,' klinkt het, maar ik zie niemand staan.

'Piep, piep, hier beneden, ben ik.'

Tot mijn ontsteltenis lijkt het of er een muis tegen me aan het praten is. Het is zover. De krankzinnigheid heeft me eindelijk te pakken. Het diertje trippelt tussen mijn benen door naar binnen en laat een nat bruin spoortje achter.

'Heb je een keukenpapiertje voor me, werd overvallen door een regenbui en heb net een nieuwe kleurspoeling gekregen en ik wil je hoogpolige vloerkleed niet ruïneren.'

'Ja, tuurlijk, maar hoe, wat...' helemaal radeloos tast ik volkomen in het duister. Het is zo donker dat ik geen hand voor ogen kan zien. Op de tast zoek ik naar een lichtknopje, uiteraard vind ik het niet. 

'Ken je me niet meer? Ik ben het, Hazelnoot, het huisdier wat je aangeschaft hebt op aanraden van je psychiater.'

Dan gaat me een lichtje op. O ja, ik weet het weer. Om me van mijn hondenangst af te helpen raadde mijn zielenknijper me aan klein te beginnen met de confrontatie aan te gaan.

Gelukkig, de waanzin heeft me nog niet gegrepen.