Groetjes uit Benidorm (deel 2)


Blauwe woorden zijn aanklikbaar en verwijzen naar mede-schrijvers

Lig ik net even lekker van het zonnetje op mijn rug te genieten, kriebelt er iets op mijn rug. Ik verdenk Hans en Albert van een geintje, hoewel ik ze nog niet zo lang ken schat ik ze in als twee grapjassen. Ik heb ze samen de zee in zien gaan, ze hebben vast een zeewiertje gevangen en gaan daarmee nu over mijn rug denk ik, en ik probeer niet te reageren, mag ik even rustig nadenken over mijn te schrijven verhaal hier in Benidorm zeg…

Maar dan hoor ik een mannenstem die vraagt: senorita, excusie? Senora? Hm, dat klinkt niet als de heren die ik in gedachten had. Het blijkt iemand van het personeel met een mobiele telefoon. Het thuisfront belt. Overlijden in de familiekring, of ik terug wil komen voor de crematie. Het betreft een medeschrijver, die helaas nooit op Yoors is beland, hij was een aanvulling geweest. Uit respect bedenk ik mij geen moment en boek onmiddellijk een vlucht terug naar huis, de Tapas van Elisabeth en Marijke moet ik overslaan. Ik hoop maar dat Elisabeth iets voor me bewaart in haar uitklapbare mini-keukentje. Aan de foto’s die meneer er ongetwijfeld van maakt heb ik niets.

De crematie is plechtig, er worden zelfs wat stukjes van de schrijver voorgedragen. Ik ben onder de indruk, maar besluit toch zo snel mogelijk terug te gaan naar Benidorm. Het is veel te fijn om Yoorsianen in het echt te ontmoeten, ik vind ons wel een leuk stel. Ik heb onderweg gelezen dat Johanna (zeg maar Jan) ook gearriveerd is, ze doet me denken aan mijn Oma, ik wil haar graag ontmoeten. En er is een mysterieus boek, en er zijn enge bruinige drupjes gespot. Dana’s aanwezigheid is gewenst, en wel dringend. Maar ik heb ook gelezen dat ze onderweg is op de fiets, en ik mag haar niet te vaak storen want dan komt ze niet vooruit!

Ik besluit het eens anders aan te pakken. Ik heb het niet zo op die bus terug: die is te langzaam, en de maatschappij heeft niet de beste chauffeurs ingehuurd. Zelf rijden heb ik geen zin in. Ik zou natuurlijk het vliegtuig kunnen nemen vanaf Schiphol, maar ik heb even geen zin in de dames in de blauwe pakjes. Nee, ik ga voor de luxe variant: ik boek de Yoors-helikopter. Mischien kan ik dan onderweg Dana nog even oppikken. Dan is ze er sneller. Al snel vliegen we weg en onderweg speuren we naar Dana. Ze lijkt sneller te fietsen dan we verwachten, want we zien haar niet. Of heeft ze zich stiekem verstopt omdat ze onderweg avonturen aan het beleven is? Ik weet het niet, maar mijn piloot wil door, hij wil voor het avondeten thuis zijn. Die lui hebben ook altijd wat te zeuren denk ik nog.

Na een vlucht van een goede twee uur cirkelen we boven ons hotel, en even later landen we bovenop de penthouses. Ik hoor gesnurk uit kamer 72 komen, en dat door het dak heen! Vanaf kamer 71 hoor ik een boel gekletter met potten en pannen, blijkbaar hebben de Tapas een boel afwas veroorzaakt. Kamer 75 is nog leeg, maar er hangt wel een bordje met “niet storen”…

Ik vertrek gauw naar mijn eigen kamer naast Elisabeth. Het is stil op onze gang. Ik hoor geen geluiden uit de kamer, en zie ook niemand. Is iedereen op het strand of zo?

Voor mijn deur staat een doosje…….