Sardinië dag 6 : Porto Pino en het eilandje Sant'Antioco


Het is licht bewolkt als we zitten te ontbijten. Tijd voor een daguitstap !

We rijden helemaal zuidwaarts, naar Porto Pino. We hebben er veelbelovende dingen over gelezen. Het zou een prachtige plek zijn, met een breed zandstrand, zuiver water en waterplassen waarin flamingo’s zitten.

De hitte daalt als een vochtige deken op ons neer als we op de betaalparking uit de auto met airconditioning  en op het witgrijze zand stappen. We lopen in de richting van het geluid van de zee. Moeilijk is het niet. Iedereen gaat die richting uit.

Het water is inderdaad glashelder en kleurt mooi met een overgang van helder en doorzichtig over roze naar turquoise. Alleen is het nog steeds wat bewolkt, dus de kleurenpracht is iets minder. We wandelen het lange zandstrand af, richting indrukwekkende witte duinen.
Hoewel de zon slechts schemert door de sluimerwolken, is het heet. We lopen langs de vloedlijn en laten de golven onze voeten afkoelen.
Zeilboten liggen in de baai en maken het geheel nog mooier.
Het strand is druk, met zonnebedden en heel wat spelende kinderen. Het water bij het strand is er vrij ondiep, een ideale speelplek dus.

In het terugkeren willen we weer de drukte vermijden. We lopen langs waterplassen in de hoop toch wat flamingo’s te zien.
Misschien is het te warm, misschien is de tijd verkeerd. We zien in elk geval niets meer dan hier en daar wat meeuwen. Op de achtergrond zijn metershoge duinen te zien.

Daarna rijden we naar het zuidwestelijke puntje. Daar is een brug die het eiland Sardinië verbindt met een kleiner eilandje : Sant’Antioco. Het is slechts 109  km² groot.
Ook hier worden we flamingo’s beloofd, maar ook hier krijgen we geen enkele roze vogel te zien.

We stoppen bij de haven van de gelijknamige stad en eten er met uitzicht op de vissersboten.
Een visser zit in zijn boot zijn netten te herstellen. Het is er rustig, warm en gezellig.

Na het eten toeren we rond op dit kleine eilandje. Jammer genoeg is enkel de hoofdweg goed berijdbaar. De kleinere wegen die naar de kust leiden zitten vol gaten, gaan over in zandwegen waar ons autootje niet voor geschikt is of zijn erg smal en overgroeid door planten met flinke doornen.

Na een rit waarop we eigenlijk weinig van de kustlijn te zien kregen, belonen we onszelf in de hoofdstad Sant'Antioco in een gelateria op dat ijsje dat we in Iglesias maar niet te pakken kregen. En of het smaakt…