Een rottige betweter


'Doe je mee aan een raadspelletje?'

'Nou, vooruit maar, ik heb toch niets nuttigers te doen.'

'Wat kan vliegen en zwemmen, is grotendeels wit, staat op één poot en jij ziet haar elke dag?'

'Dombo het vliegende olifantje.'

'Die is toch niet wit?'

'Jawel, grotendeels wel.'

'Volgens mij zie jij ze vliegen.'

'Eentje maar.'

'Heb jij een grotendeels witte vliegende olifant gezien, dan?'

'Ja, witweggetrokken, hij zag er wel ongezond uit hoor. Ik denk dat hij luchtziek was of zo.'

'En stond die op één poot?'

'Nee, hij stond niet, hij vloog.'

'In dat geval is het antwoord fout. Helaas. Probeer het nog eens.'

'Juffrouw Ooievaar dan.'

'Die kan niet zwemmen.'

'O jawel hoor, ze doen het zelden, maar ooievaars kunnen het wel degelijk.'

'Juffrouw Ooievaar niet, die heeft een waterfobie. Dus weer fout.'

'Een vredesduif?'

'Nope!'

'Een albinoslingeraap?'

'Zie jij die elke dag?'

'Eh, ik wil ja zeggen, maar vorige week maandag heb ik hem niet gezien, dus nee. Kan je me een hint geven?'

'Zoek het dicht bij huis, denk aan een spiegel.'

'Ikzelf?'

'Jaaaa, bingo.'

'Sorry, maar dit keer heb jij het fout.'

'Huh, hoezo? Kan je niet zwemmen?'

'Jawel.'

'En ik heb je vanmorgenvroeg nog zien vliegen, je bent ijdel als de neten, of nou ja, net als de stiefmoeder van sneeuwwitje ben je om de haverklap je spiegelbeeld aan het raadplegen en je staat al zolang als ik naast je lig, op één poot, dus...'

'Ja, maar toch heb je niet gelijk. Hoe lang ken je me nu al?'

'Nog niet zo barre lang, eh, een klein weekje, maar wat heeft dat er nou mee te maken.'

'Alweer fout.'

'Lul niet!'

'Je ziet me al veel langer maar je kent me niet.'

'Huh, hoezo?'

'Ik ben een rotgans.'

'Vind ik heel erg meevallen, hoor.'

'Toen begin vorige week de kappers weer opengingen heb ik meteen mijn grijze veren weer laten verven en sindsdien bekijk jij me met heel andere ogen.'

'Oooh, chips, maar je bent nu toch wit?'

'Ja.'

'En je staat op één poot, kan vliegen en zwemmen, dus ik heb toch gelijk!'

'Maar eergister heb ik toevallig eens niet in de spiegel gekeken, dus ik zie mezelf niet elke dag.'

'Je bent eergister wel langs het water gelopen en ik zag je heus wel een korte blik op jezelf werpen!'

'Ik keek naar de rotzooi in het water.'

'Welke rotzooi?'

'Nou, dat blik wat ik erzelf ingeworpen had, dus. Maar stel dat ik mezelf wel had gezien, dan kan ik nog je ongelijk bewijzen.'

'Hoe dan?'

'Door met beide poten op de grond te gaan staan.'

'Hè, er is niets aan om met jou te een spelletje te spelen.'

'Dat kan ik niet helpen, zit in de genen, ik zei het je toch? Ik ben een rotgans.'


#fotowoorden#schrijfuitdaging 

fotowoorden