Een eindeloze reis naar ergens - Stap 35


Daar bent u dan, in the middle of nowhere. Alles wat bekend was heeft u achtergelaten. Dat verlangen naar rituelen, naar het bekende maakt zich van u meester. De wens om die dagelijks herhaling ook hier te kunnen praktiseren. Maar al snel beseft u dat het niet hetzelfde is. Dat het de wens naar veiligheid en geborgenheid is, die u terug geleid naar een plek die niet meer bestaat. Die deur is gesloten en de deuren die u geopend heeft zijn nog lang niet allemaal zichtbaar.

Mijn spieren trilden van moeheid toen ik de rotsen besteeg op weg naar een plateau dat enkele meters hoger gelegen was. Dit leek me een redelijk veilige plek. De meeste dieren zouden de klim niet kunnen maken, de meeste mensen zouden te veel herrie maken. Zeker gedurende een nacht, die slechts verlicht zou zijn door sterren.

Toen ik het plateau bereikt had dat er van de grond af kleiner had uitgezien, verdween de zon net achter de bergen. Dit dimde het licht dusdanig dat ik mijn tassen afwierp en wederom afdaalde om genoeg hout te verzamelen om een klein vuur een nacht lang te laten branden.

De nacht kwam al snel nadat de zon verdwenen was. In het donker legde ik het vuur aan, de sterren bleven verborgen achter de wolken. Dit zorgde er voor dat ik slechts dat gene zag dat door het vuur verlicht werd en dat de rest van de wereld een duistere plek werd, een plek die ik niet kende en waar niks in kon ontwaren.

Nadat ik de noten gemengd met wat zaden en vruchten tot me had genomen kreeg ik ontzettend veel zin in de melange die ik niet bij me had. Het kostte me moeite om mijn gedachtes op andere zaken te vestigen. Want de opkomende kou en de eenzaamheid van de nacht deden me verlangen naar een warme kom kruiden thè.

Thè, het dagelijks terugkerend ritueel werd hier dan ook botweg doorbroken. Van kinds af aan was dit een dagelijks gebruik tot nu dan. Hier zo ver weg van wat ik thuis noem, moest ik ook dit al oude gebruik achterlaten. Dat viel me zwaar en om enigszins het ritueel in ere te houden verwarmde ik op enkele smeulende kolen mijn stenen kom met water. Na de mok enkele minuten te laten afkoelen nam ik hem tussen mijn handen en kon me zo nog enigszins warmen aan het idee dat ik de melange dronk.

De dag had veel van me gevergd en de moeheid had zich al geruime tijd meester van mij gemaakt, toch kon ik niet goed inslapen, Al draaiende onder de dierenhuid kan ik de slaap niet vinden. Nachtelijke geluiden en flarden van gedachten doen mij steeds weer ontwaken uit de zachte armen van de slaap.

Mijn armen waren ergens omheen gelagen en ik voelde hoe ik me best deed me vast te klampen. Toen ik beter keek, zag ik een rood geschubd iets, ik hield mijn hoofd achterover om boven me te kunnen zien. De grote gele ogen van de draak keken mij recht aan, mijn armen waren net als mijn benen om zijn nek gestrengeld.

De wind joeg met grote snelheid langs me heen. Het voelde alsof ze van alle kanten aan me trok en duwde. Toen zag ik pas dat de grond, deze was nog nooit zover weg geweest. We vlogen hoog boven de wereld met een ongelofelijke snelheid. Daar beneden lag mijn dorp, of een dorp dat er veel op leek. Zelfs het dal was aanwezig. Ik herkende de kronkelingen in de rivier en naarmate we verder vlogen wist ik ook wat er komen zou. Al had ik het nog nooit op deze manier gezien.

We vlogen naar het zuiden en namen bijna dezelfde route als ik genomen had toen ik mijn dorp verliet. Wanneer was dat geweest, ik kon het me niet herinneren. Maar het kon niet lang geleden geweest zijn dat voelde ik. De draak boog heftig af naar het oosten, om vervolgens een duikvlucht te maken over een boom midden in de rivier, de boom sloeg zijn takken naar me uit alsof of hij me van de nek van de draak wou rukken. Ik duwde me zo plat als mogelijk tegen de geschubde nek van dit immense beest. Maar het mocht niet baten, de takken van de boom reikte met gemak ver genoeg om mij te raken.

In plaats van mij van de nek los te rukken aaide ze slechts zacht mijn huid. Een warm vriendschappelijk gevoel ging uit van dit gebaar, dat mij even daarvoor zo beangstigd had. We stijgen weer, steeds hoger. Hoe hoger we komen des te kouder het wordt. Dan dwing ik mezelf naar beneden te kijken, mijn maag draait, het duizelt me even als ik zie hoe hoog we vliegen.

Opdat moment zie ik ver beneden mij een heel klein figuurtje. Het is een zwarte schim. Veel meer kan ik er niet van maken, behalve dan dat hij exact dezelfde richting loopt als dat wij vliegen. Met extreme inspanning van mijn ogen zie ik niet wie dat daar beneden ons is. Alsof de draak me hoort denken maakt hij een enorme duikvlucht, de wind raast door mijn haren en ik moet mijn ogen tot spleetjes knijpen om nog iets te kunnen zien.

We vliegen vlak boven de schim, opeens herken ik hem, maar dan duikt de drakenpunt voor ons op. Het is onmogelijk voor het beest om de uitstekende rots punt te omzeilen, vanwege de vaart die hij heeft. We zijn er nog enkele meters van verwijderd en vliegen er recht op af. Weer druk ik me zo dicht mogelijk tegen de hals van het dier, hopende dat de draak me enigszins beschermd tegen de impact.

Ga naar deel 36 dit is een dagelijks feuilleton, het verhaal is gebasseerd op regressietherapie, fantasie en levensvragen. Voor het volgende deel klik op hier. Voor een overzicht van alle delen tot nu toe klik hier.

Klik hieronder voor uw mijlpalen:



Beloon de maker en jezelf

Word Yoors lid