Een eindeloze reis naar ergens - Stap 53

Een eindeloze reis naar ergens - Stap 53


settings
  • Instellingen
  • Positie

    Automatische scrolling

Lezer stopt u om te helpen of loopt u door en doet u alsof u niks gezien hebt? U zou tenslotte niet de eerste zijn die hulp biedt en doodgeschopt wordt? Bent u iemand die te hulp schiet, zonder er over na te denken wat de consequenties kunnen zijn? 

En stel nou u red dat ene leven, ten kosten van uw eigen. Dat ene geredde leven verwoest zo de levens van hen waar u van houdt? Ik wil niet zeggen dat u fout zit, ik zou hetzelfde doen. Maar is het wel de juiste keus? Je weet tenslotte nooit wie je red.

(Vanaf nu bevat het intro van elke stap een link in blauw naar een toepasselijk nummer. Een soort mini soundtrack)

Toen hoorde ik de adem van Numico stokken in zijn keel. Hij kromp ineen alsof hij enorme pijn voelde. “Numico, wat is er?” Het bleef stil, Numico kreunde zacht. Mijn hand zoekt de schouder van de jongen, als ik deze gevonden heb voel ik dat al zijn spieren gespannen staan. Dan schudt hij zijn hoofd en armen los en fluistert: “We moeten gaan, het woud is bang. De dieren, de planten, alles vraagt om hulp.”

"Wat gebeurde er,” vroeg ik. 

“Weet ik niet.  Een enorme pijnscheut ging door me heen. Toen was het even stil van binnen. Die stilte werd gevolgd door een enorme golf van angst gevoelens. Het kwam van alle kanten. Waarom weet ik niet, maar we moeten het woud in. Iets of iemand heeft onze hulp nodig.”

We verstoppen onze bepakking in de struiken, ver van buffel vandaan. Mocht buffel gevonden worden, dan is er een kans dat onze bepakking niet gelijk ontdekt wordt. Dan schiet hij als een pijl uit een boog het bos in. Met moeite weet ik hem bij te houden. Takken slaan in mijn gezicht, ik struikel meerdere malen over stronken en andere obstakels.

Af en toe houdt Numico even stil. Het lijkt alsof hij luistert voor hij weer zonder een woord te zeggen verder raast. Gelukkig word ik steeds handiger in het ontwaren en ontwijken van de obstakels. Nu kan ik hem redelijk bij houden. Vanuit mijn ooghoek zie ik de vlammen een paar honderd meter rechts van ons.

“Numico rechts,” roep ik met een gedempte stem. De jongen kijkt en versnelt zijn pas. Dan plots houdt hij stil, hij vouwt zijn handen rond zijn mond en maakt het typische geluid van een bosuil. Er volgt geen reactie, hij probeert het nog een keer. Links van ons, nog geen vijf meter van ons vandaan, horen we een uilenroep. Voorzichtig begeven wij ons in de richting van het geluid. In het duister valt niks te ontwaren, dan struikel ik over wat een omgevallen boom moet zijn.

Als ik me af wil zetten op de boom om weer overeind te komen voelt de stam warm en vlezig aan. Ik staar naar de plek waar ik de boom verwachte. Er tekent zich een enorme schaduw af, liggend op de grond. Numico heeft het ook gezien. Hij is al naar de plaats waar we het hoofd verwachten gesneld. Daar knielt hij neer.

Welke taal Numico met deze verschijning spreekt is me geheel onduidelijk, het klinkt zacht als een soort geknaag. Dan roept Numico mij bij zich. “Mart, dit is wie jij de heer van het woud noemt. Hij is gewond. Kijk naar zijn rechterbeen, iets snijdt in zijn vlees.”

Bij het been aangekomen ontwaar ik een enorme klem, die zijn tanden diep in het vlees van de woudreus heeft gezet. Hoe ik ook probeer de klem is met geen mogelijkheid los te krijgen. Er moet een manier zijn besef ik me. Ik neem de tijd om de klem te onderzoeken. Het is een zeer ingenieus geval, waar rijen houten tanden uitgehouwen zijn en met een dierlijke darm zijn de delen gespannen tot het uiterste, om zo bij de lichtste aanraking dicht te slaan. Wat ik ook doe hij komt niet los, iets vergrendeld de klem.

Mijn handen tasten de klem af, het duister maakt het onmogelijk ook maar iets te ontwaren. Als ik op kijk zie ik dat de vlammen ons naderen. De afstand is slechts nog enkele tientallen meters. Als een bezetene zoek ik naar de grendel en daar goed verstopt in het houtwerk zit een houten pin. Ik ruk aan de pin en gelukkig schiet hij los. De klem valt van het been af. 

"Weg wezen," his ik tegen Numico. "Hij kan nauwelijks staan, hij komt niet weg op eigen kracht," fluistert Numico. Ik kijk over mijn schouder, de vuurmonsters naderen snel.

 

Ga naar deel 54 van dit dagelijkse feuilleton. Het verhaal is gebasseerd op regressietherapie, fantasie en levensvragen. Voor het volgende deel klik hier. Voor een overzicht van alle delen tot nu toe klik hier.

help

Klik hieronder voor uw mijlpalen:


Beloon de maker en jezelf

Word Yoors lid



Beoordeel

Reviews en Reacties:

5.0 / 5 (9 reviews)
expand_more
Verberg reacties
Gelukkig wordt ik
- t
| 18:48 |
😋 dank again
| 19:40 |
het leest zo vlot
| 20:47 |
Super leuk om te lezen!
| 19:23 |
Snel naar het volgende deel
| 16:59 |
We moeten nog veel stappen zetten
| 19:10 |
Mijn eerste reactie is helpen, maar je moet idd opletten tegenwoordig. 
| 19:21 |
Ik hou niet van geweld.
| 20:34 |
Ik denk ook af en toe aan mezelf.
| 10:41 |
Ik weet niet of ik zou helpen... mijn verstand zegt inmiddels heel hard nee na steeds de slaag opgevangen te hebben.
| 16:04 |
Ik weet wat je bedoeld en als je voor jezelf leeft is het nog te doen, maar zodra je ook verantwoordelijk bent voor een ander wordt het toch echt wel een gewetensvraag voor mij waar ik nog steeds niet uit ben
| 16:06 |
De lans doodgeschopt te worden is tegenwoordig nogal groot. Opvoeden vind ik nu ook moeilijk. Je kind zeggen dat ze niemand moeten helpen... kan dat?
| 16:08 |
Ja mijn gevoel zegt ja, mijn verstand weet hoe mis het kan gaan....
| 16:12 |
:( het blijft per keer afwegen denk ik
| 16:16 |

Persoonlijk kanaal
Arbowetten bestonden toen nog niet
Gezondheid & Geest
mentale fysiotherapie
mentale fysiotherapie
Muziek, Kunst & Cultuur
Portret tekenen
 
×

Yoors


exit_to_app Inloggen