×

Yoors


Inloggen
Registreren
×

Yoors










Een eindeloze reis naar ergens - Stap 94

Een eindeloze reis naar ergens - Stap 94


Twijfelt u nooit aan uw eigen reis? Aan uw eigen doelen? Aan uw eigen plan? Wat is dat plan eigenlijk, wat is er bereikt van al die dromen, wat is er nog van over? Of heeft u alles losgelaten, alles opgegeven, omdat het leven is wat u gebeurt, terwijl u andere plannen maakt.

Twee nachten geleden denderden honderden zwarte ruiters het dorp binnen. De wachters zagen zelfs geen nut in het sluiten van de poorten, zo'n overweldigende meerderheid viel niet te stuiten.

Onze soldaten, die meekregen wat er aan de hand was, vluchten. Een enkeling nam zijn eigen leven, om zo de vreselijke martelingen waarover verhalen de ronden doen, te voorkomen. De troep ruiters stormden door de straten, bezetten alle in en uitgangen en hielden uiteindelijk halt op het plein.

Alle deuren en ramen die gesloten konden worden waren gesloten. De mensen durfden nauwelijks door de kieren te kijken om te zien wat er zich buiten afspeelde. Zij die zich konden verschuilen deden dat. Andere wachten hun dodelijk lot af met tranen in de ogen en geliefde in hun armen.

Moeders en kinderen huilden geluidloos. Er heerste totale radeloosheid in volledige stilte. Niemand durfde geluid te maken, zeker geen geluiden die boven het getrappel en gesnuif van de paarden uit zouden komen.

Een kleine groep van de zwarte ruiters was het huis van de Sato (heer van het dorp) binnengedrongen. Het dorp hield zijn adem in, maar het verwachte gekerm bleef uit. Ook ging het huis niet in vlammen op.

Toen verscheen de Sato op het marktplein, hij liep schijnbaar ongehavend achter één van de ruiters. De ruiter besteeg zijn paard,  de Sato boog en zakte op zijn knieën. Hij boog verder tot zijn voorhoofd de grond raakte, als teken van onderdanigheid.

Toen vertrokken ze, althans het merendeel. Enkele ruiters bleven achter, zij hadden wat huizen ingenomen waarvan de bewoners, 'vrijwillig' en niet uit angst voor mogelijke represailles, vertrokken waren. 

Vanmiddag zal de Sato een verklaring afleggen over de toedracht van het bezoek van deze ruiters, maar ik verwacht weinig goeds. Al is de situatie natuurlijk vele malen beter dan wat ik verwacht had aan te treffen," Remo slikt even.

Gelijk schoten duizenden vragen door mijn hoofd. Wat was er hier aan de hand, deze ruiters waren duidelijk niet de moordende en plunderende troep misbaksels die wij zochten. Zou mijn visioen niet correct geweest zijn? Vertrouwde ik te veel op mijn geloof in het feit dat er meer is dan  dat wat zichtbaar is voor het oog?

Dat kon haast niet, dan zouden ze me gewaarschuwd hebben via Numico, of tijdens één van mijn meditaties. Nee, wij waren deze reis niet voor niets begonnen. Dat kon niet. Het gevoel dat wij nodig zijn om iets te veranderen is zo sterk.

Het zou toch niet de wens nodig te zijn kunnen zijn? Dat we iets dat we zelf zo graag wouden hebben omgebogen naar een queeste. Om zo onze behoefte voor ons zelf te autoriseren. Hadden wij deze monsters gecreëerd, waren Cabilah's herinneringen zo gekleurd door loop van de tijd? Het leek me allemaal niet logisch. Er waren te veel toevalligheden op ons pad gekomen om deze queeste zelf geënsceneerd te hebben. Er moest meer aan de hand zijn.

Remo nodigde ons, zoals beloofd, uit bij hem thuis.  Daar konden we ons opfrissen en even rusten alvorens we op het plein zouden verzamelen om te zien en te horen wat de Sato te zeggen had. Cabilah kreeg een eigen kamer, terwijl ik met Numico Retsj een groter ruimte deel. 

"Ik snap het niet meer, we hadden toch te maken met moordzuchtige gekken," sprak Numico bedenkelijk. "Daar blijkt niks meer van," hij gaapte en liet zich in de kussens zakken. Even leken zijn ogen weg te draaien, toen keek hij me weer aan.

"We vertrouwen teveel op informatie van buiten, we vergeten naar binnen te kijken. Onze ogen zien, maar onze hersens vertellen ze wat ze zien. Soms sta je zo dichtbij dat je niet meer ziet wat er recht voor je staat," gaat Numico verder.  Hij kijkt me vriendelijk aan terwijl hij in halve raadselen praat.

Ik focus mijn blik, want er is iets. Dan moet ik zacht lachen, ik zie iets van mijn oude meester in zijn ogen. Zodra ik dit besef verdwijnt de blik, met iets wat  lijkt op een knipoog, weer uit Numico's ogen. Hij gaapt, kijkt me aan en spreekt. "Wat zit je dom te grijnzen naar me," dan gaapt hij nogmaals.

Ga naar deel 95 van dit dagelijkse feuilleton. Het verhaal is gebasseerd op regressietherapie, fantasie en levensvragen. Voor een overzicht van alle delen tot nu toe klik hier.

help


Beloon de maker en jezelf

Word Yoors lid




expand_less

Meest gestemde posts



expand_less

Recente posts



expand_less

Volgers



expand_less

Collecties