Ach, die moderne tijd


'De moderne tijd,' zuchtte jonkheer Engelbert van Greppel tot Slooten, 'ik kan er niets mee.'

'Zoals u zegt,' de oude butler bleef zoals altijd stoïcijns onder de welbekende klachten van zijn heer, 'maar het kan heel nuttig zijn, naar men zegt.'

'Nou ja, je regelt het maar. Ik loop even de tuin in.' De jonkheer voegde de daad bij het woord en liep even later naar zijn vertrouwde privé-domein, tussen de appelbomen en de rododendron. Hoewel er een oude hangmat tussen de bomen was bevestigd gaf de jonkheer tegenwoordig de voorkeur aan het bankje dat in een schaduwrijk plekje was geplaatst. Het uitzicht op het heuvellandschap was vanaf dit plekje oogstrelend, sommige heuveltoppen rezen als minibergjes boven de andere uit.

Het viel hem allemaal niet mee. Vroeger, toen hij nog jong was, had hij aan het hoofd gestaan van een van de grootste beschuitfabrieken van het land. Spijkerhard, maar rechtvaardig, had hij aan zijn imperium gewerkt. Nu zwaaide zijn zoon Adelbert daar de scepter. Hij miste het wel. Soms. Wat hij in ieder geval niet miste waren de ellenlange vergaderingen die in de moderne tijd blijkbaar noodzakelijk waren. In zijn jonge jaren had hij dat nooit nodig gehad. Zijn wil was wet, zo simpel was het.

Hij voelde in de zakken van zijn jasje en ontdekte tot zijn ergernis dat hij zijn tabaksbusje en pijp binnen vergeten was. Er was een momentje van aarzeling. Teruggaan? Of maar blijven zitten?

Hij haalde zijn uurwerkje, dat aan een gouden kettinkje was bevestigd, uit zijn vestzakje en knipte het dekseltje open. Vijf uur was het. Zou het werkvolk inmiddels vertrokken zijn?  Een momentje streelde hij het kunstig graveerwerk, dat door een bekwaam ambachtsman met een graveerstiftje was aan gebracht. Het wapen van zijn Huis, het vervulde hem altijd met een bijzondere trots.

Het geknisper op het grindweggetje verraadde de beweging van een voertuig. Ook al zoiets moderns, er kwam tegenwoordig geen paard meer aan te pas. Maar het betekende wél dat de werklui misschien naar huis waren. In dat geval was de kust weer veilig. Voorzichtig stond de jonkheer op. Helemaal gemakkelijk ging het niet meer, de last der jaren begon te tellen. Zijn stok, trouw hulpmiddel, was meer een steunpilaar geworden dan een teken van stand.

De trouwe butler stond hem, zoals verwacht, bij de tuindeuren op te wachten om hem de laatste meters verder te helpen. De nieuwe vinding stond op tafel. Een lelijk zwart ding waarmee hij voortaan blijkbaar op afstand zou kunnen praten. Hij zuchtte opnieuw en luisterde geduldig hoe de butler hem de werking van de draaischijf met al die nummertjes en de gesprekshoorn uitlegde.


(c)2019 Hans van Gemert

Afbeelding: Pixabay


Dit verhaal past in de schrijfuitdaging van april 2019:

Schrijfuitdaging april 2019

Je kunt de hele maand april meedoen!

Ook deze  passen in de schrijfuitdaging van deze maand: