De lentewandeling van oom en tante (9)


Wat gaat hieraan vooraf

Het begin van de lentewandeling

Oom Frits blijft een momentje als versteend staan als hij het water in zijn schoen voelt lopen. Water is, het zal bekend zijn, nogal nat. Maar regenwater dat overvloedig in een lente-bui naar beneden komt kletteren heeft bovendien nog een andere eigenschap, die vaak onvoldoende naar voren wordt gebracht. Oom kan er inmiddels over meepraten, dergelijk water is namelijk ook erg koud.

Na de eerste schok trekt hij voorzichtig, om zijn zware last vooral niet te laten vallen, zijn voet terug uit de plas.

'Wat doe je?'

'Koud.'

'Wat koud?'

'Voet.'

Voorzichtig zet hij tante Coby neer. Het moet gezegd, zij heeft geen spatje op haar schoenen en kleding gekregen. Zij niet. Beteuterd bekijken zij beiden de natte onderdaan van oom Frits.

Een beetje kriebelig reageert tante: 'Nou, die schoen is mooi verpest. Waarom kijk je ook niet beter uit?'

Oom Frits onderdrukt met alle geweld een voor de hand liggende opkriebelende reactie, telt tot tien, en barst dan los.

'Dat ging niet hè, ik had nogal wat in mijn armen.'

Het opengaan van de deur van het boscafé behoedt hen beide voor nieuwe natte en modderige rampen. De café-dame is naar buiten gekomen en komt snel dichterbij.

'U gaat nu toch niet over dat bospad lopen?'

Ja, wat anders?

Fijntjes wijst ze naar de andere kant van het café. 'De lenteregens maken er altijd zo'n modderige blubber van. Jullie kunnen misschien beter dáár gaan lopen.'

Oom Frits en tante Coby kijken in de aangewezen richting. Ze zien een parkeerterrein, waarop enkele wagens staan. Hoe de wagens daar zijn gekomen hoeven ze niet te vragen. Ze zien namelijk ook een weg, compleet met voetpad, in de richting van de stad.


(c)2019 Hans van Gemert

Eigen afbeelding


Deze dubbele episode uit het leven van oom Frits en tante Coby past in:

140w Maart LENTEKRIEBEL

FrutselenindeMarge