Er in geluisd…


Dit #verhaal is een deel uit een #vervolgverhaal , maar je kunt het ook gewoon 'los' lezen. Hoewel, sommige dingen snap je natuurlijk beter als je je even inleest. Gelukkig is dat eenvoudig, gewoon de linkjes hieronder gebruiken:

Deel 1: Ochtend
Deel 2: Confrontatie
Deel 3: Naar het circus
Deel 4: De beer is los
Deel 5: In de boot
Dana schreef deel 6, de toegift die achteraf toch nog geen toegift bleek te zijn: Incognito.

Al deze delen zijn geschreven binnen de Februari-uitdaging van Vlindertje73


Erin geluisd

Ik zit in innig contact met Jacobien in het gras. Het grasveldje vlak bij de beek, niet zo ver achter de circustent is toch wat minder privé dan we hadden gehoopt. Sommige mensen die vanaf de kant de ontsnapte beer hadden gevolgd komen terug en werpen nieuwsgierige blikken onze kant op. Enkele koeien staan al evenzeer nieuwsgierig te kijken en laat om beurten een aanmoedigingsgeluid horen.

‘Ga je met me mee?’, vraagt Jacobien met een hese, zwoele stem. Nauwelijks in staat om een antwoord te geven pak ik haar hand en met trillende stem zeg ik ‘O Jacobientje, vanaf nu ga ik nooit meer alleen!’ Jacobien lacht een raadselachtig lachje en helpt me overeind.

In het gras ligt de fiets, de vallende tandenborstel heeft diverse spaken gemold, rijden is onmogelijk. Die tandenborstel heeft de confrontatie met de spaken overigens ook niet overleefd. Moet ik tóch nog een nieuwe zien te kopen.

Hand in hand lopen we naar het dorp, waar Jacobien me naar een groot huis sluist. Raar, ik dacht dat ze heel ergens anders woonde. Op het bordje onder de deurbel meen ik in een flits de namen Ingrid en Karel te lezen, maar omdat het zo snel gaat én ik mijn aandacht verwachtingsvol op de nabije toekomst heb gericht besteed ik er helaas te weinig aandacht aan. Jacobien heeft ondertussen de deur met haar sleutel geopend en vóór ik het weet staan we in een ruime hal. Er is een brede trap, en Jacobien trekt me veelbelovend meteen mee naar boven, naar een deur met een vreemd gevormd slot, dat blijkbaar met een pincode werkt.

Jacobien knipt het licht aan. We komen in een prachtige slaapkamer met gesloten gordijnen. Meubels zijn er niet, alleen een groot bed, waar Jacobien uitnodigend op is gaan zitten. Ze opent nóg een knoopje van haar blouse, waardoor mijn waardering voor de wonderen der schepping toeneemt en de temperatuur merkbaar stijgt. Ik bedenk mij geen seconde en zit in een oogwenk naast haar om de activiteiten van een minuut of tien geleden intensief en met hernieuwd enthousiasme te hervatten..

Op dat moment gaat indringend mijn mobiel af. Het is een Pavlov-reactie, maar rinkelende mobieltjes moeten nu eenmaal worden opgenomen. Ik maak me onwillig los uit de omstrengeling en met een kreun zeg ik ‘Ja, hmmrmpf’, met Hans’.

Het is Dana, met wie ik vanavond een schrijfafspraak heb. Ze wil weten of ik alleen ben. Nou, haha, dat ben ik niet, nooit meer, want Jacobientje is bij me! Maar mijn lachen duurt maar even. Dana onthult een heus complot, Jacobien zou Jacobien niet zijn! O, met wie zit ik hier dan te… Dana praat snel verder en wijst me op een aantal bijzondere feitjes, zoals de lippenstift die de echte Jacobien nooit gebruikt, het feit dat Jacobien normaal gesproken wars is van diepe decolletés, een nep-bril en ga zo maar door. Ik krijg niet de tijd om er iets tegenin te brengen. Dan hangt ze, me nog herinnerend aan de schrijfafspraak vanavond én de mededeling dat ze alle resten van het feestgedruis van de vorige avond heeft opgeruimd plotseling op. Verbijsterd staar ik naar de telefoon. Die Dana, hoe bedenkt ze het, wát een fantasie!

‘Is er wat, schat?’ vraagt Jacobien zwoel, en ze terwijl ze mijn wang streelt gaat ze verder waar ze was gebleven. En dan duik ook ik opnieuw in die bedwelmende zachtheid, maar een beetje in de war ben ik wel. Jacobien zou, volgens Dana, eigenlijk Ingrid heten. En die naam had ik toch gelezen op het bordje buiten? Ingrid en Karel? Het klopte ineens helemaal. En terwijl onze lippen nog innig verbonden zijn en ik haar streel grijp ik in haar nek ineens in een los velletje, dat spontaan losschiet. Van schrik laat ik haar los. Het velletje is geen los velletje, maar het zit vast aan een masker, dat nu gedeeltelijk van haar gezicht is losgeraakt.

Jacobien, of eigenlijk dus toch Ingrid, staat op en trekt de rest van het masker los. ‘Zo’, zegt ze. ‘Je hebt het dus ontdekt. Dat komt zeker door die jaloerse trut die je net aan de lijn had.’ Ze loopt naar de deur van de kamer, en doet deze open. Dreigend zegt ze ‘Maar daar reken ik nog mee af!’ En terwijl ze daaraan toevoegt ‘Ik heb je nu en ik zal je houden ook!’ verlaat ze de kamer en met haar pincode doet ze de deur, vóór ik de tijd heb om te reageren, achter haar op slot.

Ik blijf verbouwereerd achter. Een stuk van de spanning ebt weg, en mijn verstand stijgt weer op naar de juiste plek. Ik fatsoeneer allereerst de nodige kledingstukken en probeer de deur. Het is een stevige eikenhouten deur, onwrikbaar op slot. Ze heeft me erin geluisd, die heks! En daarmee ook haar kansen vergooid, ook al is ze eigenlijk veel mooier dan Jacobien.

Ik bons en vervolgens trap ik een paar keer tegen de deur. Ik had net zo goed tegen een blok beton kunnen trappen. Het enige dat beschadigt zijn mijn tenen, en dat gebeurt dan ook stevig.

Dan de ramen maar geprobeerd. Ik schuif de gordijnen open en zie dat er luiken voor de ramen zitten, die met een grendel van buitenaf gesloten zijn. Ook al weinig kans dus. Het gevoel dat ik nu krijg is met geen pen te beschrijven. Ik duik van de hemel in de hel, zogezegd. De kamer is, op het bed na, zo goed als leeg. Alleen staat op de vensterbank een potje handcrème, van hetzelfde soort als ik eerder op mijn bank had aangetroffen. Daarnaast staat op een onderzetter een leeg theeglas. Jammer dat er geen theelepeltje in staat, dat had ik mooi kunnen gebruiken om de pen van het luik open te wippen. Gelukkig ligt er daarnaast wel een paperclip. Als kind heb ik het Handboek voor Jongens van Donald Duck gelezen en tal van afleveringen van McGyver gezien. Een paperclip is alles wat je nodig hebt om alle problemen op te lossen, het is de sleutel tot de vrijheid. Het luik is dus in no time open geprutst. Maar het is te hoog om zomaar naar beneden te springen.

Ik heb natuurlijk mijn mobiel. Ik zou ook Dana kunnen bellen, misschien kan ze me helpen om uit deze netelige situatie te ontsnappen. Ik kies haar nummer en ik hoor dat ze opneemt. Vóór ik iets kan zeggen piept mijn mobiel twee keer en valt stil. Zul je net zien, batterij leeg. Tot overmaat van ramp zie ik beneden hoe Ingrid in haar autootje het terrein afrijdt, in de richting van mijn huis. O, Dana toch…..


Wil je weten hoe dit verder gaat?

Ingrid schreef aflevering 7,5: Vakantieperikelen 2.

Dana heeft het vervolg, aflevering 8 geschreven: Monogame vreemdgangers