×

Yoors


Inloggen
×

Yoors











Het mysterie van het doosje (6): waar is het gebleven?

Het mysterie van het doosje (6): waar is het gebleven?


Het voorgaande deel

Het eerste deel uit deze reeks

De grote sloper

Deel 1 van 'Het mysterie van het doosje'

De schemering verduistert meer en meer ons zicht. Om nu de stapel stenen te onderzoeken om het geheimzinnige voorwerp terug te vinden dat ontsnapt is uit het doosje dat ik vanmorgen achter het schot heb gevonden staat uiteraard garant voor met maken van fouten. Niet alleen is er de kans dat we het gewoon missen tussen alle rommel, maar bovendien is er het risico dat Jacco de eerste zal zijn die het vindt – en het heel eenvoudig en ongemerkt in zijn broekzak kan laten verdwijnen. Ik moet dus niet alleen de stenen in de gaten houden, maar ook Jacco. En ik ben niet de enige die er zo over denkt.

'Het wordt wel heel donker hier.'

'Inderdaad ja.'

'Als we het maar kunnen vinden nu.'

Het klinkt bijna gretig, alsof hij hoopt dat ik op een mislukking ga rekenen. Ik vraag me af waarom. Heeft hij misschien al een idee waar het ligt? Ik moet hem echt in de gaten houden.

'Je kunt ook naar huis gaan,' probeer ik, 'dan kijken we morgenvroeg wel.'

Helaas. Hij trapt er niet in. 'Nee, wie weet wie het voor die tijd te pakken heeft!'

'Maar het is wel donker nu.'

'Ik pak mijn mobiel wel.' En inderdaad tovert hij zijn mobiel uit zijn broekzak en schakelt de ingebouwde zaklamp in. Leuke poging, maar zaklampen trekken de mobiel rap leeg.  Bovendien zorg het onrustige licht voor allerlei hinderlijke schaduwen tussen de stenen. Er is natuurlijk een betere oplossing, we moeten wat grotere middelen inzetten.

'Ik weet wat beters, help maar even mee.' Ik wijs naar de grote bouwlampen die op hoge palen én aan de gevel van de bouwkeet zijn bevestigd. 'Die zijn wat krachtiger dan jouw mobieltje.'

'Dat is waar.'

Even later is de mobiel weggestopt, zijn de bouwlampen op de berg stenen gericht en kunnen we aan de slag met de stenen. We zoeken samen, maar van echte samenwerking is geen sprake. Ik heb me voorgenomen om dat voorwerp als eerste te vinden en te bekijken, en zo te zien heeft Jacco precies hetzelfde plan. Het zou sneller werken als we ieder op een eigen plekje zouden zoeken, maar dat zit er dus niet in.

Steen voor steen wordt voorzichtig weggehaald en een eindje opzij op een braakliggend stukje grond gegooid. Voorzichtig, om instortingen van de steenhoop te voorkomen.  De hoop stenen is gelukkig niet al te groot en na anderhalf uur zijn we er helemaal doorheen. Maar: we hebben niets gevonden. Teleurgesteld kijken we elkaar aan. Ik heb goed op hem gelet, ik ben er bijna zeker van dat hij niks in zijn zakken gestoken heeft. En ik weet, hij heeft ook op mij gelet.

'Misschien toch morgen nog maar eens kijken.'

'Tja. Er zit niks anders op, vrees ik.'

We hebben er geen zin in, maar het is onvermijdelijk. Tijd om naar huis te gaan.

Als we nog even de keet ingaan om de bouwlampen te doven en alles af te sluiten kijk ik nog even vluchtig in het lege doosje.

Leeg? Van verrassing slaat mijn hart één slag over.


(c)2018 Hans van Gemert

Afbeelding: Pixabay


Dit verhaal past in deze uitdaging, waar je de hele maand november aan kunt meedoen:

Schrijfuitdaging november 2018

Doe ook mee, lees hier hoe je dat doet:

Hoe gaat dit verder?