Hongerig ...


(tikkeltje horror...)

Mario en Marinus hadden elkaar afgelopen zomer onder de brug leren kennen. Ze konden het meteen goed met elkaar vinden en gingen vanaf dat moment gezamenlijk de moeilijkheden van het leven tegemoet. Overdag probeerden ze hun kostje bij elkaar te scharrelen, soms door kleingeld te vragen van voorbijgangers, soms door in de buurt van de afvalemmers van de snackbar rond te hangen. Er waren altijd wel mensen van wie de ogen groter waren dan de maag en als je daarvan kon profiteren, waarom niet?

De slaapplaats onder de brug was populair, maar niet onuitputtelijk groot. Toen er een groep nogal lawaaierige types de plek tot hun vaste thuishonk had gemaakt was voor Mario en Marinus de maat vol. Er moest toch nog wel een ander plekje te vinden zijn? Een optimistische gedachte, maar het viel in de praktijk niet mee. Ze hadden van alles geprobeerd, de andere bruggen in het centrum van de stad bleken al evenzeer bezet en de bankjes in het park waren bij regenweer niet zo aanlokkelijk. En toevallig regende het al dagen.

Hun omzwervingen brachten hen naar een buitenwijk van de stad, maar klaarblijkelijk geen populaire. Verschillende huizen waren leeg en vakkundig dichtgemetseld of dichtgetimmerd. Iets verderop stond een flat. Niet al te hoog, een verdieping of acht misschien, maar zo te zien al even onbewoond. Hoewel de avond inviel waren er nergens lichtjes te zien.

'Die deur staat open,' wees Mario.

'Naar binnen dan, ik word hier drijfnat.'

Het halletje was niet groot. Er was een stenen trap en er was zelfs een kleine lift. In het halletje lag een hoop troep.

'Jeetje, wat een stank zeg!'

'Het lijkt wel of daar een dood beest ligt of zo, zijn dat botten? In dit halletje blijf ik niet. Laten we maar naar boven gaan.'

Een voorstel waar Mario het helemaal mee eens was en hij trok de deur van de lift open.

'Ga jij met die lift? Mij niet gezien hoor, ik heb het niet op liften.'

'Aansteller. Dan pak jij toch lekker de trap!'

'Dat doe ik ja,' en Marinus stapte de trap op.

Mario schudde het hoofd, liet de deur van de lift dichtvallen en drukte op knopje 1. De lift zette zich langzaam in beweging. Zo langzaam zelfs, dat Marinus met gemak het eerste op de eerste etage was. Het lampje van de 1, net buiten de lift ging aan en Marinus had al bijna een gevatte opmerking klaar. Maar de lift stopte niet.

'Verdomd, gaat-ie nou nog verder?' mopperde Marinus en bijna had hij zich al naar de trap gewend om verder te lopen toen hij de schreeuw hoorde. Geschrokken stond Marinus stil. Kwam dat nou uit de lift? Trouwens, was die lift stil blijven staan? Er klonk nog een lange, wanhopige schreeuw, die plotseling abrupt werd afgebroken.

'Mario? Hé, Mario!'

Geen antwoord, diepe stilte. Hoewel? Hoorde hij nu kauwen en smakken? Toen werd het stil. De lift kwam opnieuw in beweging en zakte heel traag terug naar de begane grond. Marinus ging, met het hart in zijn keel, heel langzaam de trap weer af.

De liftdeuren gingen open. Flarden van kledingstukken en wat afgekloven botten werden de hal in geschoven.


(c)2019 Hans van Gemert

Eigen afbeelding


Dit verhaal past in de schrijfuitdaging van februari 2019

Schrijfuitdaging februari 2019

28 feb, de laatste dag om mee te doen!

Nog enkele van mijn bijdragen deze maand: