×

Yoors


Inloggen
×

Yoors











Jacht op het onbekende

Jacht op het onbekende


De invallende schemering zette de kleuren van het oude woud in een sprookjesachtig licht. Enkele vogels zongen hoog in de bomen in betrekkelijke veiligheid hun avondlied. Geritsel tussen de bladeren verraadde de passage van kleine dieren, verdekt en verhuld, er niet op gebrand om meer van hun aanwezigheid prijs te geven dan strikt noodzakelijk was. Hoe sprookjesachtig ook, het woud zat vol gevaren. Bekend en onbekend, gevaarlijk en soms zelfs dodelijk.

De eerste aanwijzingen dat er iets goed mis was kwamen een paar weken geleden. De elfenwacht had in het woud dode dieren gevonden. Natuurlijk, het kwam vaker voor dat dieren elkaar doodden, zo is de natuur, vleeseters moeten nu eenmaal leven. Het was echter bevreemdend dat de gevonden dieren waren doodgebeten maar verder onaangeroerd. Wat was dat voor een schepsel dat kennelijk slechts doodde voor het plezier? Of erger nog, uit totale onverschilligheid? Het gaf een sinistere sfeer, en een deken van onbehagen lag over de woudbewoners.

Het werd erger, steeds dichter bij de elfenwoonplaats werden slachtoffers gevonden en sommige elfen rapporteerden onbekende en dreigende geluiden. Het gevoel bespied te worden werd zwaarder, de angst verdiepte zich en blijmoedigheid verdween.

De oudere elfen schoven bij elkaar en vertelden elkaar verhalen over vroeger. Verhalen vol angst en ongrijpbare gruwelen. In hun ogen blonk een lang vergeten angst. Zou de verschrikking zijn teruggekomen? Zouden alleen dieren het slachtoffer worden, of zouden ook de elfen zelf gevaar lopen? Het zou ondenkbaar zijn als de elfen het woud zouden mijden, niet langer de zorg op zich zouden kunnen nemen over het dieren- en plantenleven. En toch was dat precies wat er gebeurde. Taken die niet heel dringend waren werd uitgesteld en het gemoed van de elfen raakte bezwaard en bedrukt.

‘Dit kan zo niet langer!’ De gesprekken in de grote zaal vielen stil, hoofden werden in de richting van de spreekster gedraaid. Elfina stond in de deuropening, haar boog in de hand. ‘Ik ga het woud in. Ik wil afrekenen met dat wat ons bedreigt!’

In sommige ogen blonk hoop, maar angst en ongerustheid overheersten. Sommige hoofden knikten lichtjes, andere schudden nadrukkelijk. ‘Het is gevaarlijk, je weet niet wat daar is!’

‘Nee,’ stemde Elfina in, ‘dat weet ik niet. En als ik hier blijf zitten kom ik er nooit achter. Het bedreigt ons, dat is het enige dat we weten. Wie gaat er met me mee?’

Schichtige blikken werden van haar afgewend.

‘Niemand?’ Het was slechts een halve vraag, het antwoord was duidelijk. De plotselinge stilte drukte, lag zwaar in de ruimte.

‘Ik!’ De zware stem, als een soort blaf uitgesproken, kwam toch als een verrassing. Balor de wolfskat had zich opgericht in de hoek van de ruimte. ‘Wie anders dan Balor?’ Ook deze vraag behoefde geen antwoord. Balor, magische beschermer en vriend van Elfina, het zou ondenkbaar zijn geweest als hij zich niet had aangeboden.

Elfina knikte kort. ‘Kom dan.’

Samen verlieten ze de ruimte en liepen de vroeg ingevallen schemering in. Bij de rand van het woud draaiden zij zich nog één keer om.


(c) 2018 Hans van Gemert

Afbeeldingen: Encaustichris, Dinidezeeuw. Bekijk de originele werken hier:

signup

Word lid en beloon de maker en jezelf!