Op rantsoen gezet


Vrienden, ik ben op rantsoen gezet. Ik heb zojuist een gesprek met mijn baas gehad waarin ik, laat ik het niet verbloemen, stevig op mijn donder heb gekregen. En de reden, laat ik ook daar volstrekt eerlijk in zijn, ligt in mijn Yoors-gedrag.

Zoals jullie weten bestaat een deel van mijn werkzaamheden uit het produceren van teksten. In die teksten wil de klant dan een aantal tags, ofwel steek- of zoekwoorden verwerkt zien, om de ranking van zijn bedrijf in Google te verhogen. Appeltje, eitje. Wat je hiervoor nodig hebt is een computer, koffie, een heldere kop en soepele vingertjes.

Deze ochtend kwam ik op mijn werk en nadat ik de computer had aangezet herkende ik in een ontsiering op het beeldscherm een post-it briefje, waarin mijn baas mij dringend opriep in zijn kantoor te komen. Dus.

In de gangen is het een drukte van belang. Mijn nieuwe baas laat de ouderwetse pincode-sloten vervangen voor pasjes-sloten. Je pasje is dan je sleutel. Gewoon je pasje erdoor en de deur is open. En voor de sufferds die hun pasje vergeten is er altijd nog een deurbel.

De deur bij mijn baas staat open. Hij wijst mij op een stoel en een kop koffie die dampend op het onderzettertje klaar staat. Geen theelepeltje te bekennen, maar gelukkig is er wel een suikerpotje. Na de gebruikelijke zeven schepjes roer ik mijn koffie met het suikerlepeltje en plaats het, na het uiteraard zorgvuldig te hebben schoongelikt netjes terug.

Mijn baas kijkt me over zijn bril aan. ‘Zo Hans,’ begint hij, ‘Ik maak me ernstige zorgen over jouw werk.’

‘O?’

‘Vorige maand produceerde je nog zo’n honderd teksten, dat is deze maand teruggelopen tot een stuk of vijftien.’

Ik probeer nu termen als ‘inspiratie’ en ‘ziekenhuisopname’ in mijn antwoord te verwerken, maar hij laat me geen kans.

‘Bovendien,’ gaat hij verder, ‘er is iets vreemds met je teksten, je gebruikt verkeerde woorden.’

Hij haalt een stapeltje prints tevoorschijn, waar met pen bepaalde woorden zijn omcirkeld.

‘Hier’, wijst hij, ‘In een tekst over een crèmige saus staat het woord handcrème, in dit verhaal over afwasborstels gebruik je het woord tandenborstel, in een tekst over het Limburgse heuvellandschap kom ik steeds het woord vluchtheuvel tegen, en overal staat te pas en te onpas het woord mobiel.’

Ik krijg een kleur. Ik geef toe, die woorden komen me vaag bekend voor.

‘En dan nog eens iets’, gaat hij onbarmhartig door.

Nu tovert hij een logbestand tevoorschijn, waarop alle sites staan die ik op het werk bezoek. Er staan niet veel verschillende op. Eén naam domineert de uitdraai. Yoors. Altijd maar Yoors.

‘Het is nu afgelopen!’ buldert hij. ‘Hier krijg je een lijst met steekwoorden die je vandaag niet, ik herhaal: niet, mag gebruiken in je teksten. En dat geYoors van jou, dien je ernstig te beperken!’

Met die woorden en met die lijst word ik teruggestuurd naar mijn eigen kantoortje.

Dus beste vrienden, helaas. Het is niet anders. Ik ben op rantsoen gezet en zal vandaag minder publiceren of reageren. Er moet gewerkt worden vandaag.


(c) 2017 Hans van Gemert

Afbeelding: Pixabay


Een maand vol invullingen van de uitdaging van Vlindertje73 (feb. 2017) met tien steekwoorden. Herken je ze in bovenstaand verhaal? Mobiel, tandenborstel, handcrème, pincode, bril, theelepeltje, onderzetter, deurbel, pen, sleutel.

Het woord in de 140-woorden-uitdaging van dezelfde maand was: vluchtheuvel. Uiteraard is bovenstaand verhaal langer, maar om het woord kon ik gewoon niet heen.