De elektriciën


Met mijn nagelnieuwe diploma op zak ging ik door de zoveelste herfstige regenbui in de richting van mijn eerste klant. Een tikkeltje nerveus, dat wel, dus ik had de meest zinnige en onzinnige dingen in mijn bus liggen om toch maar vooral op van alles en nog wat voorbereid te zijn. Om maar een voorbeeldje te noemen: ik had zowel afwasmiddel (voor binnen) als terrasreiniger (voor buiten) bij me, en hoewel daar iets voor te zeggen kan zijn is deze combinatie voor een elektricien toch enigszins opmerkelijk.

Mijn eerste klant had een probleempje met haar telefoonlijn, er waren tijdens de gesprekken soms merkwaardige geluidjes te horen en de vrouw des huizes was bang dat er kapers op de lijn zaten die haar telefoonrekening aan het opdrijven waren. De telefoondienst had hun lijn inmiddels perfect bevonden, het probleem diende dus in de woning te worden gevonden en opgelost. Kortom, een fluitje van een cent en dus een kolfje naar mijn hand.

Mevrouw opende de deur en ik werd binnen geloodst in de woning die opmerkelijk naar gebraden gehaktballen rook.

'Let maar niet op de lucht en de rommel meneer,' riep mevrouw toen ze mijn snuffelbewegingen opmerkte, 'ik probeer een nieuw recept uit, met extra ui en dubbele eierdooier. '

Ik haalde mijn schouders op, wat mij betrof mocht ze haar gang gaan, als ik dat ook maar mocht.

'Natuurlijk!' Bereidwillig wees ze me, terwijl ze wat ingrediënten van haar recept met een stukje keukenpapier van haar vingers probeerde te krijgen, de aansluitpunten van de telefoon aan. Links op de muur zat een telefoonstopcontact, met een draadje dat tussen het vloerkleed en de plint naar beneden liep. In de meterkast kwam dat draadje weer boven en kwam uit in de hoofdaansluiting. Dat was dan duidelijk, het probleem zat er dus tussenin, in de kruipruimte.

Wat mij betreft zijn kruipruimtes geen favoriet. Je hebt weinig ruimte om je te bewegen en een ongelukkige opdoffer tegen je hoofd heb je daardoor zo te pakken. Ik heb het vermoeden dat kruipruimtes zijn ontwikkeld door fabrikanten van paracetamoltabletjes, maar ik kan dat niet helemaal hard maken.

Een ander dingetje van kruipruimtes is de opeenhoping van ongerechtigheden. Spinnenwebben, stofvlokken, allerlei troep die op onnavolgbare wijze onder de grond terecht is gekomen, en natuurlijk de onvermijdelijke verzameling muizenkeutels en hazelnootschillen. Griezelend schoof ik tussen de duidelijke en onduidelijke troep verder onder de vloer.

Blijkbaar is de vloer (toch een maf idee, normaal zijn vloeren onder je, maar als je er onder kruipt, dan zit-die dus boven je hoofd) een tijdje geleden goed geïsoleerd. Opruimen van de troep hadden ze, toen ze dus wel de kans hadden, overduidelijk niet nodig gevonden.

Precies op dat moment duwde iemand tegen het luik van de kruipruimte aan, waardoor dit met een luide klap dichtviel. Het resultaat: het was meteen zo donker dat ik geen hand voor mijn ogen zag. Op de tast zocht ik naar het lichtknopje, maar al snel realiseerde ik me dat zoiets onder de grond niet te vinden is. Het werd me duidelijk dat de isolatie buitengewoon goed is aangebracht. Geluid en licht drongen nergens door, hopelijk de lucht wel. Ik hoop trouwens nog wat: dat iemand dat luik ook weer opent, want zie dat ding in het donker maar eens terug te vinden…


(c)2019 Hans van Gemert

Dit #verhaal (#Geschichte#story)  past in de #schrijfuitdaging van Schrijvelarij (FB) van november 2019 (= een #steekwoordenverhaal met: telefoonrekening, gehaktbal, keukenpapier, paracetamoltablet, eierdooier, hazelnoot, vloerkleed, muis, terrasreiniger, regenbui).

Uiteraard past het ook in de maandelijkse schrijfuitdaging op Yoors. Wil je ook meedoen? Kijk hier hoe je dat doet: