×

Yoors


Inloggen
×

Yoors











Teken kunnen uiterst gevaarlijk zijn. Wat te doen bij een beet?

Teken kunnen uiterst gevaarlijk zijn. Wat te doen bij een beet?


Teken zijn zo klein dat je ze nauwelijks ziet. Toch kunnen ze flinke schade aanrichten door nietsvermoedende wandelaars te besmetten met de ziekte van Lyme. 

Teken zitten vooral in struikgewassen, grassen en heide. Let dus met name op als je gaat wandelen op de heide of door het bos of als je gaat tuinieren. Controleer jezelf, je kinderen en eventueel ook je hond of kat goed. Zoek naar een zwart puntje op de huid en kijk vooral op warme plekjes zoals liezen, knieholtes, oksels, bilspleet, rand van je ondergoed, achter de oren en rond de haargrens in de nek. 


Toch gebeten? 

  • Als ze zich nog niet vastgebeten hebben, kunnen teken met plakband of kleefpleister worden verwijderd.
  • Verwijder de teek zo snel mogelijk en gebruik hiervoor een fijn pincet.
  • Pak de teek zo dicht mogelijk bij de huid vast. Knijp niet in het lichaam van de teek.
  • Maak een rustig trekkende beweging waardoor de teek loskomt en de teek de huid moet loslaten.
  • Bij andere instrumenten, zoals een tekentang, moet de gebruiksaanwijzing gevolgd worden.
  • Pas als de teek weg is, ontsmet dan de plek met ontsmettingsmiddel.
  • Noteer de plaats op het lichaam en de datum waarop de teek gebeten heeft.

4 tips om te voorkomen dat je gebeten wordt:

  1. Draag dichte schoenen, lange mouwen en een lange broek
  2. Smeer de onbedekte huid in met DEET
  3. Blijf op de paden
  4. Draag tekenwerende sokken

Neem na een tekenbeet contact op met de huisarts:

  • bij jeuk over het hele lichaam;
  • als het niet lukt om een teek te verwijderen;
  • als een teek waarschijnlijk al 24 uur op de huid vast heeft gezeten;
  • als in de buurt van een tekenbeet binnen enkele dagen tot drie maanden een rode of blauwrode vlek of ring ontstaat die binnen enkele dagen groter wordt;
  • als binnen drie maanden na een tekenbeet een grieperig gevoel met koorts, hoofdpijn, spierpijn en vermoeidheid ontstaat;
  • bij dubbel zien of een scheef gezicht;
  • bij pijn, tintelingen of minder kracht in arm of been;
  • bij huid-, hart- of gewrichtsklachten.