Naar de brugklas


brugklas

Op haar nieuwe school moet Dunya een T-shirt voor gym èn voor de Sportklas aanschaffen. Dat vindt ze geweldig!


Reflecteren

“Dunya kan goed reflecteren” zegt haar mentor. We hebben een eerste gesprek op Dunya’s nieuwe school. Ik was gespannen voor de eerste periode op school. Als dat maar goed gaat. Als ze maar aansluiting vindt. Als de docenten haar maar begrijpen. Als ze maar op tijd komt. Als ze maar….. En zo zag ik nog wel meer beren op de weg. Tegelijkertijd voelde het zo goed deze school. Keuzes maken op gevoel, dat pakt toch vaak het beste uit. “Er stond een groepje meiden van mijn klas voor de school. Ik wist niet zo goed wat ik moest doen, maar toen dacht ik: “Ik zit ook in deze klas, dus ik ga er gewoon bij staan!” vertelt Dunya na haar eerste schooldag. Ik ben zo trots op haar. Dit had ik dus nooit gedurfd. Dan zegt ze: “Op de basisschool durfde ik dit niet, maar nu dacht ik: ‘Ik doe het gewoon!’” De cursus “Plezier op school” werpt meteen zijn vruchten af.

1 op 1 gesprekjes

“Ik sta al vier jaar voor de klas” zegt haar mentor. Ik verbijt een glimlach. Al vier jaar… Haar vorige juf kon het niet laten om regelmatig te benadrukken dat ze “al dertig jaar” voor de klas heeft gestaan. Hij vertelt over Dunya die regelmatig even één op één komt praten als haar iets dwarszit. Op deze school krijgen alle kinderen die ruimte van de mentor en Dunya maakt er graag gebruik van. Het geeft mij meer rust dat ze hier zelf aan durft te geven wat niet lekker loopt of dat ze iets wil bespreken. Ze voelt zich veilig genoeg om vragen te stellen en aan de bel te trekken. Ze heeft die persoonlijke aandacht nodig en ik ben zo blij met deze school. Elke dag met de pont over het IJ is een feestje. We proberen twee dagen samen te gaan, als ik dezelfde pont moet hebben. Meestal is Dunya nog niet helemaal klaar, omdat ze te laat opstaat. Maar ze is wel op tijd op school, want een te laat briefje halen is haar eer te na. Haar pontvriendin en zij wachten op elkaar, ook als ze daardoor heel erg moeten haasten om op tijd te zijn. 

Leren en poedersuiker

“Ik ben een beetje laat want ik wilde even aan mijn mentor uitleggen wat er bij koken is gebeurd” legt ze op een dag uit. Ze had met een paar klasgenootjes lopen stoeien en met poedersuiker geklierd. Toen de docent aangaf dat het nu klaar was, kon ze het niet laten om nog één handje poedersuiker bij een klasgenoot in het gezicht te blazen. Ze moest nablijven en schoonmaken, maar doordat ze “bijna ging huilen” kreeg ze nog een kans. Ze wil dit dus even bespreken met haar mentor, ook al was het al opgelost. “En wat zei de meester?” vraag ik nieuwsgierig. Ze rolt met haar ogen, als een echte puber, zucht dramatisch en zegt: “Hij vroeg: ‘Heb je ervan geleerd?’” Ik schiet in de lach. “Zo’n vraag kun je verwachten van een docent, want je moet op school overal van leren!” Haar mentor lacht ook als ik het vertel. “Het blijft onderwijs”.

Sportklas

Eén keer per week heeft ze sportklas. Dat is extra, na schooltijd. Dunya twijfelt lang of ze voor sportklas kiest of meidenclub, die tegelijk vallen. Het wordt de sportklas met een heus sportklas T-shirt. Maar omdat ze een keer langer op school blijft voor een gesprekje met haar mentor, moet ze alleen naar de sporthal fietsen. En ze weet ineens de weg niet meer. Ze belt mij in paniek op. “Ga naar binnen en vraag in het Greenpoint of iemand je kan helpen!” zeg ik. Ze heeft me zelf verteld dat in die glazen ruimte met groene kozijnen, altijd iemand zit waarbij je terecht kunt als er iets is. “Oké” zegt ze en hangt op. Ik wacht op wat komen gaat. Ze belt terug om te zeggen dat iemand met haar mee gaat lopen. Ze vindt het niet leuk dat ze verdwaald is, maar ze heeft het toch opgelost. Ze is toch mooi om hulp gaan vragen. “Ik kwam haar in de gang tegen en toen heb ik iemand geregeld die met haar mee kon. Ik heb ook mijn collega van de sportklas gebeld dat ze eraan kwam” vertelt de mentor. Hartverwarmend vind ik het dat ze haar zo goed helpen en niet aan haar lot overlaten.

Teveel huiswerk

Ik vertel ook hoe het thuis gaat met huiswerk. “Ze zit vaak tot half tien aan haar huiswerk en dan krijgt ze het nog niet af!” Hij gaat ermee aan de slag en het bespreken met de juf in kwestie. In principe is het de afspraak op school dat kinderen zoveel huiswerk krijgen dat ze in de les af kunnen maken. Als ik thuiskom uit mijn werk gooi ik alles aan de kant en ga ik Dunya helpen met haar huiswerk. Ondertussen kook ik snel eten. Tijdens en na het eten werken we door aan haar huiswerk. Om half tien ben ik er dan echt klaar mee. Dan gilt ze tegen mij dat het mijn schuld is als ze een oranje kaart krijgt omdat ze haar huiswerk niet af heeft. Soms stuur ik een mail, als het echt teveel is. Soms bespreekt ze het zelf met de juf of met haar mentor. Zelfredzaamheid vind ik hartstikke goed.

Wekelijkse mentormail

“In het Greenpoint zit altijd een docent en daar kan ze huiswerk maken na schooltijd. Ze kan dan de docent ook om hulp vragen” legt de mentor uit. Dan hoef ik thuis die strijd niet steeds te voeren. Maar Dunya vindt het niks. “Er zit elke dag iemand anders en die zitten heus niet op mij te wachten!” zegt ze. Bij de reguliere oudergesprekken zal ik hier op terugkomen bij haar mentor. Ik vind de wekelijkse mail van de mentor ook heel fijn. Alle belangrijke dingen worden opgenoemd en de laatste nieuwtjes worden doorgegeven. Het schijnt een unicum te zijn op de middelbare school, want ik was ervoor gewaarschuwd dat ik op het voortgezet onderwijs nergens meer van op de hoogte zou worden gehouden.

Dans en Dier

Op een dag komt ze thuis met een nieuw verhaal. “Een meisje uit de derde vertelde dat er een dansgroepje is op school. Dat is elke woensdag eind van de middag. We gaan dan competitiedansen tegen andere scholen. Ik heb gezegd dat ik wel wil, maar dat ik eerst moet vragen of het mag!” Keurig, niet meteen toezeggen, maar eerst checken wat ik ervan vind. “Ik vind het prima. Maar het kan alleen als jij in de tussentijd, tussen school en dans,huiswerk gaat maken in het Greenpoint!” Ze knikt ernstig en zegt: “Ja, dat ga ik echt wel doen!” Bij Groen Dier moet ze hokken schoonmaken van de baardagamen en andere reptielen, de stal uitmesten, de muizen aan hun staart oppakken. Ze mogen niet gillen als Babe het varken naar buiten komt. "Anderen deden dat toch, maar ik niet" en ze verdiende een sticker. Door de school loopt een hond. "Die is van de juf van Dier" vertelt Dunya. "Die loopt hier altijd rond". Hoe cool is dat! Die hond heeft een geweldig leven. Alle leerlingen willen hem knuffelen, maar alleen de oudste leerlingen mogen hem uitlaten. 

Samenwerking school en thuis

Ik wil graag alles stimuleren wat ze doet en denk dat het allemaal goed voor haar is om te doen. Het probleem huiswerk moet wel opgelost worden. Maar de school gaat er zo relaxt mee om, dat ik er alle vertrouwen in heb dat we hier samen een weg in vinden. Dit is tenslotte hoe ik het altijd graag heb gewild. Dat we samenwerken als een team. Niet ik alleen tegen de school, en niet wij tegen zij. Hier kan dat en dat geeft een hoop rust. Er wordt geïnvesteerd in een veilige sfeer en er heerst openheid. Naar de kinderen en naar de ouders.

Beloningssysteem

“Ik heb nu twee groene kaarten vol!” zegt Dunya blij. Een beloningssysteem. Zo af en toe krijgen kinderen een sticker van de leerkrachten, omdat ze goed gewerkt hebben, omdat ze geholpen hebben met opruimen, omdat ze iets positiefs hebben bijgedragen, wat dan ook. Dunya wordt er extra gemotiveerd door. Een volle kaart kan ze omruilen voor een cadeautje. “Wanneer ga je ‘m inleveren?” vraag ik. Ze schudt haar hoofd. “Dat doe ik niet. Ik heb zo mijn best gedaan voor die stickers!” Ik ben even verbaasd. “Maar je krijgt er toch een cadeautje voor?” Dunya haalt haar schouders op. “Ik heb liever een volle stickerkaart!” Het gaat om het gevoel van waardering. Die stickers helpen haar enorm blijkbaar. Thuis is dat helaas niet voldoende.

ADD en prikkels

Zo stabiel als de situatie op school is, zo grillig is het thuis. Veel strijd. ADD is een onzichtbare maar vooral voor de directe omgeving intensieve aandoening. Afspraken maken is zo vreselijk moeilijk. Ik weet zeker dat Dunya het wel wil, maar op de één of andere onverklaarbare manier kan ze zich maar mondjesmaat aan die afspraken houden. En hoe meer prikkels, hoe moeilijker ik het thuis heb. Aan Dunya is het niet te zien tijdens de prikkels. De 12-jarige dienst was geweldig en schoolkamp ook, maar alle indrukken hadden een weerslag op haar gedrag thuis. Niemand die het ziet en waarschijnlijk maar weinig mensen die het geloven. Maar het is zoals het is.

Schoolkamp

“Ik ga je missen” zeg ik als ze haar tanden staat te poetsen. “Ik jou niet denk ik” zegt ze. Dunya is altijd eerlijk. Dat is een voordeel, maar soms is een tactisch antwoord net iets handiger. Gelukkig ken ik haar door en door. “Dat is goed, want dan heb je het leuk op kamp!” antwoord ik. Het is fijn dat ze het zo naar haar zin heeft op school en dat ze zonder problemen op kamp gaat. Ik huilde vroeger vreselijk voordat ik weg zou gaan. Maar ik moest mee, van mijzelf. Geen gezichtsverlies lijden, geen bevestiging dat ik weer eens gefaald had. Dunya heeft dat allemaal niet gelukkig. Die gaat nieuwe uitdagingen juist met een glimlach tegemoet. Ik zwaai haar uit bij de bus en als ze gaan rijden komt er een sms’je binnen: “Ik ga je missen!”.