Het afscheid hiervan is onoverkomelijk


Een lange tijd heb ik het niet in mijn bezit gehad, het interesseerde me niet eens zo erg, het mocht gerust mijn deur voorbijgaan. Dat was wat ik dacht. Nu denk ik er anders over. Het is een net of het een deel van me geworden is. Koester het, wanneer het mogelijk zou zijn zou ik in staat zijn het dood te knuffelen, zo ben ik er inmiddels aan verknocht. Nu wil ik geen afstand meer van doen.

Denk ik serieus er niet meer zonder te kunnen?

Weemoedig staar ik er nog even naar. Het is onoverkomelijk, ik weet het, maar weten en handelen zijn twee verschillende dingen. Nog eventjes, ik schuif het afscheid voor me uit, nog wil ik ervan kunnen genieten. Het is belachelijk. Bijna obsessief en had ik niet al genoeg obsessieve eigenschappen? Komt deze er ook nog een keertje tussendoor piepen.

Het kan niet eens letterlijk op mijn schoorsteenmantel staan. Ook niet op de vensterbank. Eigenlijk nergens hier in huis kan ik het neerzetten. Goed beschouwd heb ik er ook niets aan. Of het moet mijn zelfvertrouwen oppoetsen, daar heb ik namelijk nogal eens gebrek aan.

Met tuitende lippen produceer ik een kus in hetluchtledige, een traan welt op in mijn ooghoek. Weldra zal het afscheid een feit zijn.

Zolang het niet geraden wordt, hou ik het nog even bij me en de wetenschap diep in me dat het voort blijft leven, doet me weer glimlachen.


Naar aanleiding van de Maartuitdaging van Vlindertje geschreven