×

Yoors


exit_to_app Inloggen

camera_alt
Afbeelding toevoegen
60
Solitaire_969, Deel 48.

Solitaire_969, Deel 48.


Peter keek naar links. Haast verliefd. Of was hij ook verliefd? Wat is dat eigenlijk, verliefd zijn? Wat een geluk dat Anzhelika aan de sleutels van de cel kon komen. Hij keek vol bewondering naar haar. Het had wel wat, samen met de vrouw waar je verliefd op bent, op de vlucht. Anzhelika keek terug. Ze lachte even naar hem, maar trok daarna weer dat geconcentreerde, bezorgde gezicht, dat ze al die tijd al had. Niets wees erop dat ze op haar gemak was. Met flinke snelheden liet ze de auto racen over de snelwegen. Het was gelukkig rustig op de weg. Geen vuiltje aan de lucht. Peter haalde een pakketje uit de plastic tas, die Anzhelika had meegebracht. Het bleken broodjes te zijn. Heerlijke broodjes, met een vleesvulling. Peter nam een flinke hap. Dit was al heel wat beter dan dat gevangenisvoedsel, dat hij plichtmatig weg moest kauwen. De gevangenis. Dat nooit meer. Weg zijn we, dacht Peter, weg van hier en het liefst weg van de wereld. Samen met haar. Zijn Anzhelika. Peter reikte een broodje naar haar.

‘You to?’

‘Yes, please’, antwoordde ze en ze pakte het broodje aan. Ze bleven maar rijden. Geen tijd voor rust.

‘No time to waste’, had Anzhelika gezegd.

Peter was verbaasd betreffende haar actie. Dit had hij nooit verwacht. Hij sliep nog, toen Anzhelika de celdeur opende en hem meteen wakker maakte. Hij had geen vragen gesteld, maar liet zich begaan. Voor haar, met haar. Haar kan ik vertrouwen. Het was nog steeds donker. Aardedonker. De grenssteek, dat zou een spannend avontuur worden. Maar Peter voelde geen twijfel. Hij was er zeker van, dat Anzhelika ook daar wat op gevonden zou hebben. Zonder twijfel had ze dat heikel punt ook goed geregeld. Dat kon niet anders.

‘Act, that you are sleeping’, zei Anzhelika.

‘Yes’, antwoordde Peter en hij zette zijn stoel in de ligstand en sloot zijn ogen. Hij durfde niet te kijken, maar hij voelde dat de auto snelheid begon te minderen. Hij hoorde aan de motor, dat die minder toeren draaide. Het gesuis dat continu aanwezig was, werd steeds minder. Totdat het stopte. De auto stond stil. Peter hoorde dat Anzhelika haar raampje open draaide.

‘Dzień dobry’, een mannenstem.

‘Również dzień dobry’, antwoordde de stem van Anzhelika.

‘Proszę dokumenty’, zei de eerste stem weer. Peter hoorde een ritsje open gaan.

‘Proszę’, zei Anzhelika. Hij begreep het al. Ze waren natuurlijk aangekomen bij een grenscontrole. Peter werd nu toch wel wat zenuwachtig. Zijn been begon te trillen. Van de spanning. Peter had het idee, dat dat goed te zien zou zijn. Mijn lieve hemel, dacht Peter, dat zou alles verpesten. Ze zouden dat zien en vragen gaan stellen. Ze zouden ons doorhebben, ze zouden ons de auto uitsleuren. Dan was alles voor niets geweest. Alles. Dat verdomde been. Hij hield zijn ogen stijf dicht. Niets mag fout gaan. Hij hoorde voetstappen. Ze kwamen weer terug bij de auto.

‘Co jest nie tak z nim? Zmęczony?’ Anzhelika begon te lachen.

‘Byliśmy na weselu’, zei Anzhelika. Het bleef even stil.

‘Nadal jest pijany!’

‘Hmm’, reageerde de mannenstem. Er viel weer een diepe stilte. Wat was er toch aan de hand? Waarom kunnen we niet door? Het been van Peter leek steeds heviger te gaan trillen. Hij werd er nijdig van. Kan het niet even meezitten? Moet nu echt alles naar de kloten? Na een paar minuten van stilte hoorde Peter de mannenstem weer.

‘Dobrze, dobrze.’

‘Jechać dalej.’

‘Dziękuję’, antwoordde Anzhelika.

‘Przyjemny podróż.’

‘Co to jest wycieczka idzie?’

‘Do rodziny w Niemczech’, zei Anzhelika weer. Het bleef even stil.

‘Do widzenia.’ Anzhelika zei dat laatste terug naar de mannenstem. Dat moet wel goed zijn. Dat kan niet anders. Peter voelde dat de auto weer langzaam in beweging kwam. Tot de auto weer op volledige snelheid was, bleef het even stil. Anzhelika doorbrak die stilte, die wel een eeuwigheid leek te duren.

‘you can open your eyes now.’ Peter opende zijn ogen en zag dat Anzhelika hem aankeek. Met een blij gezicht. Met een twinkeling in haar ogen. Peter begreep de strekking daarvan. Hij zette zijn stoel weer terug in de goede stand en lachte terug naar haar.

‘Het is gelukt’, zei peter met een diepe zucht.

‘Et ies geluuk?’ antwoordde Anzhelika vragend.

‘We've done it’, zei Peter.

‘Et ies geluuk’, probeerde Anzhelika weer. Het klonk zo anders, als zij het zei, zo mooi, zo teder.

‘Het is geluk, ja’, zei Peter met een gelukzalige tweede zucht, ‘het is geluk.’ Anzhelika gaf meer gas bij. Peter pakte haar rechterhand en gaf er een zoen op. Ze keken elkaar een moment aan en lachten luidkeels. De reis ging verder. Een toekomst tegemoet. Maar waarheen? Waar naar toe? Zoveel onzekerheden, zoveel vragen nog. Maar met zoveel geluk. Dat kon niet meer fout gaan. Dit is dus verliefd zijn, dacht Peter. Dit is verliefd zijn.

Voor vervolg klik hier




johan_jongedijk
Jaa ook weer mooi geschreven.
22-02-2017 11:54
22-02-2017 11:54 • 1 reactie • Reageer
Hpj Goossens
Dank Johan!!!
22-02-2017 11:55
22-02-2017 11:55 • Reageer