Ik kan het zelf!
Ze wil graag helpen. Wát ze eigenlijk heel graag wil doen, durft ze niet goed te zeggen...; bang dat het niet mag. Ze wil het zò graag en ze kan het écht wel helemaal alleen.
Ik beloof dat wát de vraag ook is, ze het zeker weten van mij mag. Verlegen kijkt ze me aan; 'brood bakken'.
Ik schrijf op het bord wat ze nodig heeft, zo kan ze zien wat ze pakken moet. Een plechtige belofte wil ze nog wel; ik bemoei me er niet mee, alleen hulp als ze erom vraagt.