Jij ziet me niet


Vertel niets meer
over het gras dat te bruin is,
tenen die te lang zijn,
woorden die als een steen
op je maag blijven liggen.

Zeg liever
dat de lucht te blauw is,
de zonnestralen te warm,
en mijn knuffels te zacht
om uit los te komen.

Ik sta gewoon stil
alsof ik het niet zie
alsof ik niet bang hoef te zijn.
Misschien mag het,
kan het, straks misschien.

Ik zou willen praten
tot het gras weer groen is,
je stem alleen nog fluistert,
en woorden me strelen
tot ik in een zachte roes verdwijn.

Jij ziet me niet
naast je lopen
als bladeren vallen,
als de kilte niet alleen
buiten meester is.

Want jij loopt door
met mijn hart in je hand,
en mijn verlangens in je broekzak.
Ik was de koning te rijk,
tot je plots verdween.

Foto: pixabay