×

Yoors


exit_to_app Inloggen

camera_alt
Afbeelding toevoegen
60
Poison - Hoofdstuk 5

Poison - Hoofdstuk 5


Hoofdstuk 5: In het ziekenhuis.

Ik hoor geluiden. Ik doe mijn best om mijn ogen een beetje te openen. Na de eerste drie keer lukt het gelukkig wel. Ik zie Dylan en Kian bij mij zitten. ‘Wat is er aan de hand’? Vraag ik. Kian schrikt. ‘Weet ze dat al niet meer’! ‘Weet je nog wel wie je bent’? Vraagt Dylan. Ik knik. ‘Ja, ik ben Reve Krist’. Zeg ik. Dylan en Kian halen opgelucht adem. ‘Reve, wat gebeurde er gisteravond’? Vraagt Kian. Ik denk terug. Ik herinner me nog wel dat ik bij Clay was. Ik schrik. ‘Clay’! Roep ik. Ik ga rechtop zitten. ‘Het was Clay’. Zeg ik tegen mijn broers. ‘Ik wist het’. Zegt Dylan. ‘Hij werd kwaad toen ik het uitmaakte en hij bedroog me met een zakmes’. ‘Ik wilde ontsnappen en werd bij de deur tegen gehouden door hem’. ‘Ik wist toch te ontsnappen en ik pakte snel mijn fiets bij zijn huis’.

‘Ik fietste zo snel mogelijk weg maar toen viel ik ineens op de grond en ik hoorde Dylan nog wel praten maar ik kreeg geen woord uit mijn mond’. Zeg ik. ‘Ik heb echt super veel pijn aan mijn pols’. ‘Het lijkt erop alsof mijn pols verzwakt is’. Zeg ik. ‘Laat eens kijken’. Zegt Kian. Ik geef mijn pols aan hem. Hij kijkt ernaar. ‘Er zit iets paars achtigs’. Zeg ik. Kian knikt. ‘Maar zelfs de dokters hebben niks bij je ontdekt’. Zegt Dylan. ‘Hoe ben ik hier gekomen’? Vraag ik.

Dylan steekt zijn hand op. ‘Ik ben je komen zoeken en ik zag je liggen’. ‘Ik heb de ambulance gebeld en het blijkt echt dat er iets goed mis is met je’. Zegt Dylan. Ik kijk hem raar aan. ‘Maar ik voel me echt prima’. Zeg ik. Ik zucht. ‘Hoelang moet ik hier nog blijven liggen’? Vraag ik. ‘Ik wil naar huis’. Zeg ik. Dylan knikt. ‘Maar vergeet niet dat we dit aan geen enkele volwassenen mogen vertellen’. ‘Anders komt de buurvrouw er achter’. Zegt Kian. Ik knik. ‘Maar zonder iemand kom ik niet uit dit ziekenhuis’. Zeg ik. Dylan knikt. Kian denkt na. ‘Ik heb misschien een idee’. Zegt Kian. Hij pakt zijn telefoon en gaat op de gang staan. Ik hoor Kian praten. Na een minuutje komt hij terug naar mij en Dylan. Kian glimlacht. ‘Reve, sinds een paar maanden heb ik een groepje vrienden die ouder dan ons zijn’. ‘Maar een van hun is al achttien jaar en kan je vandaag nog uit het ziekenhuis halen’. Zegt Kian. Ik glimlacht. ‘Dat is echt geweldig nieuws’. Zeg ik. ‘Maar wat zeggen we tegen de buurvrouw’? Vraag ik. ‘Dylan heeft haar gezegt dat we bij wat vrienden zijn’. Zegt Kian. ‘Geweldig Dylan’. Zeg ik.

‘Callum, Elijah en Maya komen er zo aan’. Zegt Kian. Dylan kijkt mij zielig aan. ‘Ben je geschrokken van Clay’? Vraagt hij. Ik haal mijn schouders op. Ik zucht en ik veeg door mijn haren. ‘Ik weet het allemaal niet meer’. Zeg ik. De dokters komen mijn kamer binnen. ‘Dylan en Kian Krist’. Zegt een van de dokters. We kijken hun alle drie aan. ‘Jullie tijd is voorbij’. ‘Het spijt me maar jullie mogen morgenochtend pas terugkomen’. Zegt hij. Ik zucht. ‘Het spijt me, Reve’. Zegt Kian en hij staat op. ‘Ik zal Callum, Elijah en Maya afbellen en zeggen dat ze morgenochtend vroeg moeten komen’. Zegt Kian. Ik knik. Dylan en Kian lopen naar de deur. ‘Wacht’. Zeg ik. Dylan en Kian draaien zich om. ‘Wat gaan jullie tegen de buurvrouw zeggen’? Vraag ik. Dylan haalt zijn schouders op. ‘We verzinnen we iets’. Zegt Kian. ‘Hou je mobiel vlakbij je’. Ik knik. De dokters sluiten de deur achter mij dicht. Ik zucht en ik ga op mijn zij liggen. Ik hoor de deur opengaan en een dokter gaat naast mij zitten. ‘Reve, gaat alles wel goed met je’? Vraagt hij. Ik haal mijn schouders op en ik leun tegen mijn kussen aan. ‘Waarom bedreigt een jongen mij’? Vraag ik. De man haalt zijn schouders op. ‘Wij vinden het ook naar wat er gebeurd is maar wij hopen voor jou dat jij zo snel mogelijk het ziekenhuis uit komt’. Ik knik. ‘Maar wat is er eigenlijk mis met me’? Vraag ik. ‘Heb ik ergens last van’? Vraag ik. De dokter zucht. ‘Dat hebben we helaas niet kunnen ontdekken maar wij gaan ons best doen’. Zegt hij. Ik ga weer op mijn zij zitten en ik sluit mijn ogen. ‘Kan je alsjeblieft mijn kamer verlaten’? Vraag ik. Hij loopt naar de deur en loopt daarna weg. Ik probeer maar wat te slapen. Waarom deed Clay dat? Vraag ik me af. Ik voel een traan in mijn ogen. Ik ben bang. Ik ben bang omdat ik alleen in een ziekenhuis ben. Dit is gewoon niet normaal.

Ik wil mijn broers naast me hebben en ik wil weg van dit ziekenhuis. Hopelijk komen de vrienden van Kian snel en kan ik hier weg. Ik val gelukkig snel in slaap terwijl ik aan mijn twee broers denk. Ik droom in de nacht over van alles!

Ik zie opnieuw hoe ik angstig weg ren. Ik draai me snel even om. Ik zie Clay! Ik begin te gillen en ik probeer mijn telefoon te pakken. ‘Bel Dylan’! ‘Bel Kian’! ‘Bel Dylan’! ‘Bel Kian’! Zeg ik angstig. Ik voel pijn in mijn pols en ik val zonder iets te doen hard op de grond. Ik lijd van de pijn en ik blijf op de grond liggen. Ik zie het gezicht van Clay voor me. ‘Ik had toch gezegt dat ik iets bezit’! Roept Clay. Ik schrik.

Ik word gillend wakker in de ochtend. ‘Nee’! ‘Nee’! Roep ik hardop. Ik zie gewoon mijn kamer in het ziekenhuis. Ik zie Dylan en Kian weer naast mij zitten. Ik klim mijn bed uit en ik sta Dylan en Kian om de hals. ‘Dylan’! ‘Kian’! Roep ik. Ik hou ze stevig vast. ‘Gaat alles goed met je’? Vraagt Kian. Ik knik. ‘Hopelijk kom ik hier snel vandaan’. Zeg ik. Kian glimlacht. ‘Reve, mijn vrienden zijn er’. Zegt Kian. Ik glimlacht. Hopelijk kom ik hier echt snel vandaan. Denk ik. Ik zie drie mensen bij de deur. Een van hen is een meisje. Ik kijk ze aan. ‘Hallo Reve’. Zegt Callum. Ik kijk die andere jongen aan. ‘Hallo’. Zeg ik.