Wat vindt Demi ervan?


#Leonie is een vrouw van tegen de veertig, ze zou je buurvrouw kunnen zijn. Ze is net gescheiden en verhuisd naar haar eigen appartementje, waar ze een nieuw leven opbouwt, samen met haar drie kinderen waarover ze het co-ouderschap deelt met haar ex-man. Je kunt het verhaal vanaf deel 1 lezen via deze link.

Wat aan dit deel vooraf ging, lees je via de link hieronder.

Twee dagen later zat Demi bij haar op de bank. “Al een beetje bijgekomen van de schrik?” vroeg Leonie haar nichtje terwijl ze een glas appelsap voor haar neerzette. “Tja, dat is ook wat hè?” zei Demi nonchalant, maar Leonie wist dat haar eerste reactie anders was geweest. Haar zus had het Demi, hun ouders en broer gisteren verteld en Demi had haar moeder in eerste instantie voor de voeten gegooid hoe stom ze wel niet was om weer per ongeluk zwanger te worden. ‘Ze zou toch beter moeten weten’. Tja, daar sta je dan als volwassen vrouw. Strikt genomen had Demi gelijk natuurlijk, maar zo liep het nu eenmaal niet altijd in het leven. Nu zat Demi hier op de bank luchtig te doen.

“Hoe voel jij je erover?” vroeg ze aan haar nichtje. Demi was inmiddels negentien, en dus eigenlijk een volwassen vrouw. “Hoe voel ik me erover”, herhaalde Demi Leonie’s vraag. “Weet je, vroeger wilde ik altijd heel graag een broertje of zusje, of eigenlijk een zusje. Één of twee keer had mama een leuke vriend en hoopte ik er ook echt op, maar nu… ik ben negentien, wat heb ik nu aan een broertje of zusje? Ik ben bijna het huis uit.” Demi nipte aan haar appelsap. “Dat is ook zoiets, hoe moet dat straks, met wonen enzo?” Leonie had er haar hersenen ook al over gebroken, hoe de situatie opgelost moest worden. Demi haalde haar schouders op. “Dat weten ze nog niet. Bij ons is het te klein in ieder geval. Ik geloof dat ze ook niet heel graag in Michiel’s huis willen wonen. Daar is bovendien geen ruimte voor mij als er straks een baby is. Ik weet ook niet of ik met mijn neus bovenop dat jonge geluk wil zitten”, zei Demi cryptisch. “Wat dan?” vroeg Leonie. “Zoals ik het zeg, ik ga niet het vijfde wiel aan de wagen spelen als zij straks een gezinnetje zijn. Misschien ga ik wel op kamers ofzo, dat overwoog ik eigenlijk toch al. Ik ben daar wel aan toe en mama was dat ook al, nu is misschien wel het juiste moment om het te gaan doen, dan ben ik weg voor die baby er is”.

“Zei ze dat echt?” vroeg Dagmar, toen Leonie haar de volgende dag aan de telefoon had. “Ja, dat zei ze”.