Bij de tandarts


Na een mislukte sprong van een ontspoorde stoel op wieltjes en een ongelukkige landing heeft ma pad haar man tot zijn afgrijzen naar een tandarts gebracht. 
‘Wat doe ik hier?’ roept hij. 
‘Controle,’ vertrouwt de tandarts hem toe. 
‘Maar... maar...’ 
‘Bek open!’ 
Gehoorzaam voldoet pa pad zich aan het bevel. 
‘Dat ziet er niet goed uit,’ zegt de tandarts. 
‘O, nee?’ 
‘U heeft helemaal geen tanden meer!’ 
‘Maar, ik heb nooit tanden gehad!’ zegt de verwarde pad. 
Dat is een ernstige zaak.’ 
‘Nee, nee, u begrijpt het niet.’ 
‘Wees maar niet bang, ik ga u helpen,’ sust de arts. 
‘Helpen?’ 
‘Aan een kunstgebit, natuurlijk.’ 
‘Maar, die heb ik helemaal niet nodig. Ik slik mijn eten in een keer door!’ 
De tandarts kijkt hem verschrikt aan. ‘Wat erg voor u.’ 
Zonder nog wat te zeggen vlucht pa pad uit de tandartsstoel.