De rioolmeermin (6)


‘Jayno ben je al wakker?’ roept zijn moeder door de deur heen. ‘Opschieten, anders kom je te laat!’
Slaperig opent Jayno zijn ogen. Langzaam gaat hij rechtop in bed zitten, maar laat zich dan weer neervallen.
‘Ooooh,’ kreunt hij, ‘ik wil niet. Ik ben zó moe.’
‘Misschien hadden we gisterenavond niet zo lang moeten spelen,’ zegt de zeemeermin.
Jayno knikt loom, draait zich op zijn zij en valt weer in slaap.
Een kwartier later stormt zijn moeder de kamer binnen. ‘Lig je nou nog in bed?’ Door de dichte gordijnen ziet ze niet het speelgoedtreintje dat vlak achter de deur ligt.
Met een gil glijdt Jayno’s moeder uit en smakt voorover in een berg met knuffels, boeken, lego en blokkendozen.
Jayno schrikt opnieuw wakker en knipt zijn nachtlampje aan. ‘Wat ben je aan het doen, mama?’
‘Mijn nek breken, boef!’