Een vlinderrijke parkwandeling

Een paar dagen geleden maakte ik een wandeling in een park bij mij in de buurt.
Ik was wel zo verstandig om 's morgens op pad te gaan want de temperaturen liegen er niet om deze week.

Het was ook erg prettig dat ik af en toe verkoeling kon zoeken onder een dicht bladerdak.

natuur

Er vlogen verschillende vlinders rond.
Ik wachtte geduldig tot een klein koolwitje een rustmomentje nam.

natuur


Daarna was een bont zandoogje aan de beurt.

natuur

Deze mooie vlinder liet zich geduldig van alle kanten fotograferen.

natuur

Het bont zandoogje kwam vroeger alleen in bossen voor, maar is nu ook in tuinen en wegbermen te vinden.

natuur

Wat verderop trekt een kleine kaardenbol mijn aandacht. De soort staat op de Nederlandse Rode lijst van planten als vrij zeldzaam en stabiel of toegenomen.
Kleine kaardenbol heeft een rechtopstaande, holle, vertakte, gegroefde, beneden borstelige, hogerop dunstekelige stengel.
De plant bloeit in juli en augustus met geelwitte of roomwitte 2 - 2,5 cm lange, enigszins bolvormige hoofdjes. De meeldraden hebben violette helmknoppen.

natuur


Hoog boven mij in een boom zingt een meesje uit volle borst.
Ik sta in de felle zon en maak op de gok een foto.
Met een beetje geluk weet ik de muzikale vogel op de gevoelige plaat te zetten.

natuur

Ik richt mijn aandacht weer op de vele insecten. Er zoemt van alles voorbij.
De eerste gelukkige die voor mij wil poseren is een stadsreus op een blauwe knoop.

natuur

De stadsreus is met zijn lichaamslengte van twee centimeter de grootste zweefvlieg van Nederland. Het insect kan niet steken, maar lijkt door zijn grootte en kleuren op de wel van een angel voorziene hoornaar.
Mimicry is het verschijnsel dat een soort lijkt op een andere, niet verwante soort en daar voordeel van heeft.

natuur
natuur

De blauwe knopen trekken veel bekijks.
Hier zien we een scheefbloemwitje, een dagvlinder uit de familie van de witjes.

natuur

Hij lijkt sterk op het klein koolwitje.
Het onderscheid zit hem vooral in de zwarte vlek aan de vleugelpunt, die bij het scheefbloemwitje verder naar beneden doorloopt dan bij het klein koolwitje.

natuur
natuur
natuur

Voor ik weer huiswaarts ga zie ik nog een Duitse schorpioenvlieg zitten.

natuur


Het is een geel insect met zwarte brede rechthoekige vlekken op de rug.
Aan de kop zit een heel lange rode bek waarmee het kleine insecten kan opeten. De vleugels zijn doorzichtig met zwarte vlekken en in vergelijking met de gewone schorpioenvlieg heeft de Duitse schorpioenvlieg minder (grote) vlekken op de vleugels.


natuur


natuur
natuur


Als ik bijna thuis ben zie ik vlak naast een raam een hagedoornvlinder zitten.
Deze vlinder heeft een opvallend citroengele kleur met aparte vlekken langs de vleugelrand.

natuur