Aankomst op Lesbos. (100 dagen schrijfuitdaging meerdere dagen combinatie)


Eindelijk! Land in zicht!

Er staan mensen op ze te wachten, ze worden verwelkomd!

Het was een lange tocht. Een hele lange tocht! Ze had veel geld betaald om met de boot over gezet te worden naar Griekenland, Lesbos heet het eiland waar ze naar onderweg was.

Daar, op Lesbos zouden ze zich moeten melden was haar verteld, en dan zou alles beter worden.

Geen oorlog meer, maar een beter, mooier leven. Voor haar, maar vooral voor de kinderen.


………


Met een vermoeid gebaar veegt hij zijn hoofd af.

“Waarom mogen wij geen korte broek aan, terwijl we hier in de bakkende zon moeten staan wachten. We mogen verdorie niet eens even de zee in om lekker af te koelen! Die arme paarden van ons, ze krijgen er nog eens wat van.”

Zijn collega kijkt hem aan, zucht eens diep. “Wij cowboys horen ook helemaal niet hier, we hadden nooit in moeten gaan op die hulpvraag, we hadden gewoon lekker thuis in Texas moeten blijven!”

Hij zucht nog maar een keer.

Patrouille lopen op het strand. Het klonk zo romantisch, lekker op een Grieks eiland een beetje rondparaderen, eenbeetje naar de mooie vrouwen kijken die in hun bikini liggen te zonnen, ze hadden het zich heel anders voorgesteld. “Er gebeurt nooit iets hier, saaie bedoening hoor!”

Michael veegt nog eens over zijn bezwete hoofd en spoort dan zijn paard aan, even een rondje langs het strand, aan het eind kunnen ze wel even in de schaduw staan wachten.

Zijn collega volgt. Vermoeid kijkt hij om zich heen, de mooie dames zijn blijkbaar aan het werk vandaag, er is niemand te bekennen op het strand.

Automatisch kijkt hij naar zee.

Maar wat is dat?

Er lijkt een stipje zichtbaar in zee. Zou het dan toch?

Nee, ik verbeeld het me vast, denkt hij, en hij spoort het paard aan verder te lopen.

Achter hem hoort hij zijn collega roepen: “hé Michael, kijk eens!”

“Ah joh, da’s niets, kom maar, we geven de paarden even rust, kunnen ze even drinken, en wij ook!


…………


De boot zou een mooie boot zijn: ieder een zitplek, een eigen kamer was niet nodig, zo lang was de overtocht niet, en in dit deel van de wereld is het altijd mooi weer.

Ze had geen keuze, en moest de man vertrouwen.

Al haar spaargeld had ze hem gegeven, hij beloofde haar veilig naar Griekenland te brengen, en haar daar te helpen om een verblijfsvergunning te krijgen.

Dat duurde een paar dagen, daarna kon ze verder reizen. Die paar dagen zou ze afwachten in een hotel, met medereizigers.

Verblijven in een hotel, en vervolgens verder reizen is duur, had de man gezegd.

Bovendien: als je eenmaal in je nieuwe vaderland bent ga je heel veel geld verdienen, dan ben je je huidige spaargeld zo vergeten, het is de investering echt waard!

En nu, vier dagen later is ze alleen maar blij dat ze nog leeft.

Het weer onderweg was verschrikkelijk, er waren hele hoge golven, er zijn medereizigers overboord geslagen, en deze hebben ze niet terug kunnen vinden.

Ze heeft gehuild, stilletjes, zodat haar kinderen het niet zouden merken.

Gelukkig kon ze hen vasthouden, zodat zij niet overboord sloegen.

De schipper was ook helemaal niet vriendelijk.

Nog heel even, dan gaan we aan land, dacht ze.

Reikhalzend kijkt ze uit naar de personen op het strand.

Ze zitten op een paard, dat gaan de kinderen leuk vinden!


…………


Na een half uurtje rust voor de paarden, en schaduw voor Michael stijgen de heren weer op om de patrouille te vervolgen.

Van achter zijn zonnebril kijkt Michael weer over zee, het stipje is groter geworden, veel groter: het is een boot.

Of beter: een uit de kluiten gewassen badkuip, die richting het strand komt.

Michael vloekt hardop: dit is helemaal niet romantisch: hier komen een boel mensen aan, die hier asiel willen zoeken, en hij moet ze tegenhouden.

Automatisch gaat zijn hand naar zijn holster, en hij keert zijn paard richting de zee.

Dit wordt zwaar…… denkt hij.

Wanneer de boot dichterbij komt neemt Michael de situatie in zich op: veel mensen, een aantal zitten, vele liggen, ze zien er niet goed uit.

Één vrouw zit rechtop, haar armen om twee kinderen heen geslagen, de kinderen lijken te slapen.

De vrouw kijkt opgetogen naar het strand.


Michael zet zijn zonnebril af, haalt diep adem en kijkt recht in de ogen van de jonge vrouw….


Dit verhaal past in 4 schrijfuitdagingen van de #100dagen schrijfuitdaging van Marie. Vor de inhoud van de dagelijkse uitdaging, én meer informatie kun je in de posts hieronder terecht.