Bij de tijd met beeldbellen (deel 1)


'Geef me mijn bankpas even aan.'

'Waarvoor?'

'Om te beeldbellen.'

'Daar heb je toch geen pas voor nodig?'

'Ach nee, natuurlijk niet, ik haal de telescoop en het telebankieren door elkaar, sorry.'

'Een telescoop heb je ook niet nodig hoor.'

'Wat dan wel!?'

'Ik had je toch iets intelligenter ingeschat, mam. Een aardbei heeft nog een hogere IQ.'

'In plaats van me zo grof te beledigen, kan je een oude taart als mij, ook best wel even helpen.'

'Oké, met wie wil je contact maken?'

'Met Annie.'

'Heb je haar mailadres of haar mobiele nummer?'

'In mijn broekzak zit een 06-nummer.'

'Je hebt niet eens een broek aan.'

'O nee, da's waar ook. Ik had er koffie over gemorst, even met de hand uitgewassen en buiten op de tuintafel gelegd, zodat het sneller zou drogen.'

'En je hebt er van te voren niets uitgehaald?'

'Nee, het is geen gordijn met haakjes en kwastjes, het is een broek met elastiek, dat hoeft er niet uitgehaald te worden voor het wassen.'

'O, kreun, ik bedoel uit de zakken. Dat nummer is natuurlijk helemaal onleesbaar geworden.'

'Oei, daar zou je nog wel eens gelijk in kunnen hebben. Dan gaat het helaas niet door.'

'Wie is die Annie eigenlijk?'

'De hond van Chantal.'

'Maar daar kan je toch geen gesprek mee voeren?'

'Ja, duh, waarom zou ik anders willen beeldbellen?'


wordt vervolgd