Lichamelijk opgebrand, fictief is er nog een klein lichtpuntje


Het grote licht gaat uit, enkele flikkerende vlammetjes van kerstboomkaarsjes zorgen ervoor dat niet de complete duisternis invalt. De dagen zijn niet wat ik ervan verwacht had. Het moest een spetterend feest worden, deze maand, maar het verliep even anders. Waar het precies misliep kon ik mijn vinger niet op leggen.  Het was één en al warrigheid wat de klok sloeg.

Ik weet nog wel hoe het begon. Met veel dramatiek, maar wel met een knipoog. Bovenop het dak geklommen stond ik naar beneden te kijken of iedereen wel present was voor mijn sprong. Vier virtuele verpleegsters hielden elk een hoek van een sprei vast. Die deken was mijn vangnet, gehaakt door de vijfde zuster.

Vervolgens slingerden rampzalig veel verschillende dingen door elkaar. Mijn drankvoorraad werd aangesproken en opgemaakt. Er werd tomatensap uitgespuugd, koude thee vervangen door whisky en vice versa. Het was zoveel meer dan de hak op de tak. Veel buren, zelfs niet bestaande, eigenlijk voornamelijk niet bestaande, gooiden roet in het eten.  Zo werden kinderen bij mij gedumpt, ik her en der uitgenodigd en twintig knaagdiertjes door een kattenluikje gepropt.

Nu zie ik enkel de vage contouren van de gevolgen naar aanleiding van mijn voorgaande verhaal. Het bloedbad aan mijn voeten vertroebelt mijn hele werkelijkheid. De fictie is opgebrand. En dat op kerstavond.

Natuurlijk! Dat is het!

Afgeslacht zijn ze toch al.

Wanneer Flappie geserveerd kan worden bij het kerstmaal, kunnen deze beestjes er ook wel bij. Van konijnen ken ik de smaak wel, marmotten en cavia's smaken vast ook voortreffelijk. Met hernieuwde energie ga ik aan de slag.