Op avontuur, Shaka en zijn vrienden. (vervolg op vlucht van Robben Eiland)


Oorspronkelijk was ik van plan om vanuit Robben Eiland verschillende verhalen te vertellen. Maar omdat ik iedere week opnieuw een deel schrijf, is het aan mijn handen om het verhaal te laten ontstaan. Blijkbaar zit ik nog even vast in het verhaal van Shaka, ik beloof jullie dat ik weer terugkeer bij Robben Eiland, maar wanneer? Ik weet het niet!

Vorige week lazen jullie hoe Shaka verbannen werd uit het dorp. Hij had in feite het leven van zijn moeder gered, maar niemand die het wist.

Hij moet zich nu alleen redden!

(foto van MaraMichelle op pixabay)

#schrijven

 

Shaka rent naar de omheining. Hij schreeuwt, springt, zwaait met zijn armen. Maar ondanks dat hij duidelijk mensen ziet lopen blijft de reactie uit. Niemand, helemaal niemand ziet hem staan. Of, ze doen alsof ze hem niet zien staan.

Moedeloos zakt Shaka neer op de plek voor de poort. Wat moet hij doen? Hoe moet hij verder?

In ieder geval moet hij zijn luipaard proberen te redden. Die kan hem beschermen in tijden van nood.

Shaka loopt het bos weer in en ziet het dier weer liggen. Nog geen centimeter verwijderd van de plek waar hij daarstraks de aanval zo abrupt afbrak.

Met al zijn kennis van geneeskrachtige kruiden, wondverzorging en het beetje psychologie dat is blijven hangen van de lessen, verzorgt hij het dier. Nu en dan hoort hij een kreun, een piep. En soms, heel soms een blik. Even, dan vallen de ogen weer dicht.

Wanneer Shaka klaar is met wat hij nu kan doen, gaat hij naar een hut, niet heel ver van deze plek. Vroeger speelde hij hier met de andere jongens uit het stadje. Binnen lag een kleed en dat was precies wat hij nodig had.

Met moeite en heel voorzichtig werd het gewonde dier op het kleed gelegd. Daarna sleepte Shaka het dier met al zijn kracht naar de hut. Hier, in de beschutting van de hut en met behulp van een vuurtje, kon hij eventuele rovers of aaseters op afstand houden. In de hut lag nog een boog en een paar pijlen. Shaka zou zich hier even moeten redden.

Straks als het middag is, zullen er vast jongens uit het dorp komen en dan kan hij zijn verhaal uitleggen.

Het werd inderdaad middag, maar niemand verscheen. Shaka begon honger te krijgen. Een paar blokken op het vuur boden bescherming voor het luipaard dat, in zijn situatie, toch te zwak zou zijn om weg te gaan.

Bewapend met pijl en boog geen Shaka op pad. Er moesten dieren te vangen zijn, hier in het bos. Shaka zag er veel, maar op de een of andere manier waren ze op hun hoede, er hing een soort spanning in de lucht die de zenuwen van het hele bos op scherp zette. Shaka schoot, en schoot mis. Telkens weer op zoek naar zijn kostbare pijlen.

Dit ging niet werken. Vandaag zou hij het zonder eten moeten redden. Wel liep hij even door naar het meer, iets verderop. Uit de hut had hij een fles meegenomen. Deze zou hij gebruiken om zijn dorst te lessen en een kleine voorraad bij zich te hebben.

Bij terugkeer bij de hut ziet hij donkere gestalten staan tussen het luipaard en het vuur. Speren worden geheven!

Nee, Nee! Niet doen!

Verschrikt kijken de gestalten om.

Zijn vrienden! Ze zijn toch gekomen. Bij het vallen van de avond hebben ze de stad verlaten.

‘Shaka, we mogen je niet helpen, we zijn weggeglipt, de oudste is echt razend!’

De jongens hebben eten, pijlen en nog een paar bogen en speren bij zich.

‘En jullie dan? Wat gaan jullie doen?’

‘We gaan met je mee, de wereld in, avontuur!’