ONDERBELICHTE HELDEN: Antilliaanse verzetsstrijders in WO2


Kopfoto: Standbeeld Boy Ecury, met dank aan Ted Schouten

Voorwoord

De deur stond wijd open...

Iemand uit Nederland attendeerde mij er op dat Nederland nog altijd 'de deur openhoudt voor Antillianen'. Zelfs voor 'onze' criminelen.

Mijn weerwoord: Zolang de wet-Bosman niet is aangenomen, verkeert een criminele Antilliaan die naar Nederland verhuist, juridisch in dezelfde positie, als welke andere houder van een Nederlands paspoort dan ook, die van de ene plaats in Nederland naar de andere verhuist.

https://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/33325_initiatiefvoorstel_bosman

Hoe onplezierig ook voor degenen die al eerder in de plaats van vestiging woonden, de migrant in kwestie, maakt slechts gebruik van een onvervreemdbaar recht.

Zoals te verwachten viel, werd in die discussie mijn argument niet ontvankelijk verklaard.

In dat licht gezien, denk ik in deze tijd van het jaar altijd aan een paar Antillianen uit een ander tijdperk:


George John Lionel Maduro

Hij werd geboren in Willemstad, Curaçao op 15 juli 1916 en studeerde rechten aan de Universiteit van Leiden, toen de Duitsers op 10 mei 1940 Nederland binnenvielen.

George weigerde om een Jodenster te dragen.

Als reserve-officier (2e luitenant) der Huzaren werd hij ingezet in de regio Den Haag, onder meer bij de Oude Tolbrug aan de Vliet. Hij onderscheidde zich bij de aanval op Duitse parachutisten in de villa Leeuwenberg te Rijswijk.

In maart 1942 verplichtte de Duitse bezetter alle reserve-officieren om zich te melden. George dook onder bij familie van een studievriend.

Hij sloot zich aan bij het verzet en hielp geallieerde piloten via een zuidelijke route naar Spanje en Portugal te vluchten. Om zich in Londen te kunnen aanmelden voor de Nederlandse strijdkrachten ging hij zelf eind juni 1943 ook op weg naar Spanje.

Door verraad viel hij aan de Belgisch-Franse grens (Charlesville) in de handen van de Duitsers en werd, als militair, geïnterneerd in Saarbrücken.

Zijn vader, Joshua Maduro diende vanuit Curaçao een verzoek in bij de Nederlandse regering in ballingschap, om te bemiddelen bij een gevangenen-ruil: zijn zoon tegen een paar op Bonaire geïnterneerde Duitsers. Dat verzoek werd niet gehonoreerd.

Op 9 februari 1945 stierf George in Dachau aan vlektyfus.

Op Curaçao, op een muur van de firma S.E.L. Maduro & Sons, is een bronzen plaquette aangebracht. Hierop staat de omschrijving van de reden waarom George postuum de Militaire Willemsorde heeft gekregen:

Heeft zich in den strijd door het bedrijven van uitstekende daden van moed, beleid en trouw onderscheiden, door op 10 Mei 1940 als Commandant van een peloton jonge soldaten met veel beleid en op eigen initiatief de overmeestering te ontwerpen en voor te bereiden van de achter de Vliet bij RIJSWIJK door den vijand bezette villa "Leeuwenburg" (Dorrepaal). Met zeer veel moed aan het hoofd van twee groepen de onder vijandelijk mitrailleurvuur liggende brug over de Vliet overschreden, den aanval op het versterkte steunpunt (Villa "Leeuwenburg") persoonlijk geleid en bij den stormaanval als eerste binnengedrongen, het verzet aldaar gebroken en de bezetting krijgsgevangen gemaakt.’

Ook is een zin uit de brief van Koningin Wilhelmina aan zijn ouders weergegeven: ‘met trots zal ik zijn daden blijven gedenken’

De Nederlandse militairen die vielen bij de slag om Den Haag kregen een standbeeld bij Sorgvliet. George Maduro kreeg een bijzonder monument. Ter nagedachtenis aan hem hebben zijn ouders, Joshua en Rebecca Maduro, Madurodam opgericht.


Segundo Jorge Adelberto (Boy) Ecury
Boy werd op 23 april 1922 geboren op Aruba,als zevende in een katholiek gezin van dertien kinderen.

Samen met zijn broer Nicky werd hij door hun ouders naar Nederland gestuurd, naar het toen befaamde instituut van de Broeders van St. Louis in Oudenbosch.

Daar werden ze overigens op straat wel eens voor ‘neger’ uitgescholden.
De broers Ecury maakten de meidagen van 1940 mee en zagen de puinhopen van Rotterdam.

Boy kwam in contact met een paar mede-studenten van de Antillen, Luís de Lannoy en Delfincio Navarro die in Tilburg woonden en daar deel uitmaakten van het studentenverzet.

Ze schreven elkaar in het Papiamento op briefpapier met een portret van Willem van Oranje. Boy was een man van actie. Hij hielp Luís bij de uitvoering van illegale plannen en stak Duitse vrachtauto’s in brand.

Hij sloot zich aan bij de Oisterwijkse Raad van Verzet. Boy maakte fosforbommen en bestookte daarmee Duitse vrachtauto’s, maakte een spoorlijn onklaar en bood hulp aan geallieerde piloten. Toen Luís de Lannoy na verraad op 10 februari 1944 werd gearresteerd deed Boy een poging hem uit de Utrechtse strafgevangenis te bevrijden, hetgeen mislukte.


J.P. (Hans) Gerritsen (Oisterwijk) vertelt in februari 2008 dat hij eind mei, begin juni 1944 door de heren Linthorst, Brunnekreef en Van der Klei in de Raad van Verzet werd opgenomen. Daarvoor had hij in kamp Amersfoort gezeten en hij voelde zijn leven al als ‘afgeschreven’. Eenzelfde gevoel herkende hij bij Boy Ecury. Zij hadden niets meer te verliezen. Samen zaten zij enige dagen op de zolder van een boerenschuur nabij en in een hut achter boerderij 'De Rozen Hoeve'. Door zijn donkere uiterlijk viel Boy Ecury in Oisterwijk erg op. En het was voor verzetsmensen al gevaarlijk. Vanaf begin oktober 1944 trokken geallieerde troepen naar het gebied rond Tilburg. Na overleg met commandant 'Bim' van der Klei vertrok Boy Ecury naar een onderduikadres in Tilburg. Hij maakte een zeer strijdlustige indruk. Op 26 oktober 1944 werd Oisterwijk door Schotse eenheden bevrijd.

(Met dank aan de heer Gerritsen, voor deze informatie)


Boy bleef ondanks de kans op bevrijding niet in Brabant.

Hij sloot zich aan bij de Knokploegen (KP) in Den Haag. Zij bereidden acties voor in Rotterdam, waaronder een aanslag op een lid van de Nederlandse NSB.

Op zondag 5 november 1944, nadat hij de hoogmis had bezocht, werd Boy Ecury in Rotterdam gearresteerd, vlak voor het gebouw van de Sicherheitsdienst (SD): hij was verraden.

Tijdens de verhoren beloofden de Duitsers hem clementie en een veilige terugkeer naar Aruba op voorwaarde dat hij de namen van zijn verzetskameraden zou onthullen. Hierop antwoordde Boy: ‘In het huis van mijn ouders is geen plaats voor een verrader'.

Hij werd overgebracht naar de Scheveningse gevangenis en op 6 november geëxecuteerd op de Waalsdorpervlakte.

Direct na de oorlog, startte de vader van Boy een zoektocht naar de stoffelijke resten van zijn zoon. In1947 werd Boy herbegraven op Aruba, waar in 1949 een standbeeld voor hem werd opgericht. Op zijn grafsteen staat een Bijbeltekst:

‘Den goeden strijd heb ik gestreden, den wedloop volbracht, het geloof bewaard (2 Timoteüs 4:7)

In 2003 schreef Ted Schouten (zijn neefje) het levensverhaal van zijn oom Boy:

https://www.bol.com/nl/c/boeken/ted-schouten/15688/index.html

In datzelfde jaar werd het boek verfilmd:

https://www.filmfestival.nl/publiek/films/boy-ecury

Het moge duidelijk zijn dat de nagedachtenis van de moedige broer/oom/oudoom door de familie Ecury in ere wordt gehouden. Veertig jaar na zijn dood, in 1984, werd aan Boy Ecury postuum het Nederlandse verzetsherdenkingskruis toegekend.


De overigen

Van de overige 129 Antillianen onder wie 18 militairen en 64 zeevarenden, die vielen in WO2, staan de namen vermeld op de plaquette van het oorlogsmonument te Kralendijk, Bonaire.

http://www.4en5mei.nl/herdenken-en-vieren/oorlogsmonumenten/monumenten_zoeken/oorlogsmonument/418/kralendijk,-'monument-gevallenen-tweede-wereldoorlog'

Naschrift

Aan het wetsvoorstel Bosman wordt al drie jaar lang gekauwd, geknabbeld en gekloven, om het pasklaar en waterdicht te maken. Mocht het worden ingevoerd, dan zou het zomaar kunnen gebeuren dat er op Schiphol ook aan familieleden van bovengenoemde mannen, de toegang tot Nederland zal worden geweigerd.

Ik wens u allen een gedachtenisvolle dodenherdenking en een vreugdevolle bevrijdingsdag toe!