Maaike Hoffstedde

Lid sinds: 10-11-2015

#turnen
06Sep2019
Stem hier op de beste turntrainster & coach van het jaar!
Maaike Hoffstedde

Je hebt van die mensen die een rol spelen in het leven van een kind, en die zijn goud waard. De turntrainster en coach van mijn dochter is zo'n persoon. De ouders van al deze meisjes zijn blij dat de eigenaresse van de Amstelveense turnclub i-Turn zo'n persoon is. En nu ze genomineerd is voor de titel 'Beste Turntrainster & Coach van het Jaar' hopen wij enorm dat zij deze titel wint! Turnen is een sport die ontzettend veel toewijding vraagt van het kind. Wie een bepaald niveau wil bereiken, moet hiervoor wekelijks vele uren in de turnhal doorbrengen. Onze kinderen hebben het geluk een trainster te hebben getroffen die hen zoveel meer meegeeft dan alleen het turnen. Die ze doelen leert stellen, doorzetten, vallen en opstaan. Die ze leert elkaar te helpen, trots op elkaar te zijn. Die streng maar rechtvaardig is, maar ook heel veel lol met ze trapt.  En zo kan het dat in dit team elk meisje een plekje heeft, elk meisje gewaardeerd wordt, en dat Melissa eigenlijk maar 1 moeder mee hoeft te nemen op het jaarlijkse turnkamp dat ze organiseert. En dan nog heeft ze geen kind aan ze, want het is een hecht team. Ik schreef eerder deze blog over trainster Melissa Ockhuysen: 'Een juf met een gouden randje'. Persoonlijk kan ik een heel a4-tje volschrijven met waarom Melissa deze titel verdient. En ik weet dat ik namens alle turnmoeders van i-Turn kan spreken, gezien de reacties op mijn vorige blog, toen ik deze op Melissa d'r timeline postte. Ik had het precies zo verwoord, zoals zij het ook voelden. Daarom  raad ik aan om vooral mijn eerdere blog te lezen, en zal ik het hieronder nog even kort en bondig samenvatten. Ten eerste: Melissa is dol op onze kinderen. Dat voelen zij en dat voelen en merken wij. Ze haalt het beste in ze naar boven,  geeft ze zelfvertrouwen, daagt ze uit het beste uit zichzelf te halen en leert ze met elkaar samen te werken en blij voor en trots op elkaar te zijn. Ze voelen zich veilig, geliefd en gezien binnen een fantastische groep en dit sterkt een kind. Volgens de meiden is zij op een goede manier 'streng' tijdens de trainingen. ,,Want zo durven wij iets nieuws te proberen, iets wat we eigenlijk heel eng vinden. We hebben het nodig dat zij dan zegt: je kunt het,  dus je doet het gewoon. En als we het dan toch doen dan zijn we haar echt dankbaar en zo blij dat het ons is gelukt! Zonder haar hadden we het dan echt niet gedaan", vertelden ze me onlangs. Waarna mijn eigen dochter me later nog benadrukte dat ze een dermate vertrouwen in Melissa heeft, dat ze weet dat die haar zal vangen wanneer er iets mis zou gaan. Buiten dat vinden de meiden haar ontzettend grappig, en is ze als een soort grote zus voor ze die heel veel lol met ze maakt en de nodige activiteiten organiseert buiten het turnen.  Je ziet deze kinderen er gewoon gelukkig zijn. In de 9 - 12 uur die zij samen wekelijks doorbrengen met elkaar. Je ziet als ouder ook wat je kind wordt meegegeven. Zo'n trainster gun je ieder kind.  Dit filmpje 'says it all'.  Stem daarom  HIER op Melissa Ockhuysen, zodat zij de titel krijgt die ze verdient: een kroon op haar harde werk! (Stemmen kan tot 13 september!)  

#kungsleden
24Mar2019
Dáár is dan eindelijk de Kungsleden
Maaike Hoffstedde

In de vroege ochtend van dag 5 zag ik dat het een mooie dag beloofde te worden. De zon stond stralend hoog aan de hemel, wat aangenaam was na een redelijk koude nacht. Ik bevond mij enkele kilometers voor Singi, de plek waar ik dan eindelijk op de Kungsleden zou komen. Tot nu toe was deze omgeving iedere dag mooier en adembenemender geworden, dus ik was erg benieuwd wat deze dag me zou brengen.  Ik nam ruim de tijd om mijn bagage goed te organiseren voor vertrek en na mijn ontbijt. In de verte zag ik een meertje met stilstaand water. Aangezien ik mijn haren wilde wassen en het liefst helemaal in het water wilde springen, maar het stromende smeltwater steenkoud was, had ik goede hoop dat het met stilstaand en niet al te diep water goed zou komen. Ik legde de spullen die ik nodig had bovenop in mijn rugzak en ging rustig op pad.  De dag ervoor had ik gemerkt dat mijn altijd betrouwbare bergschoenen ineens niet meer zo goed tegen water leken te kunnen. Ik kon mijzelf wel voor mijn hoofd slaan toen ik dat merkte en het gaf me ook lichtelijk stress. Ja, ik had ze al enige tijd. Het waren van die onverwoestbare schoenen, die me nooit in de steek zouden laten, althans; dat dacht ik. Maar ik moest erkennen dat deze zolen er steeds minder briljant uit begonnen te zien wanneer ze in contact kwamen met water. En ik wist één ding zeker: ik zou mijn einddoel bereiken. Het ging mij niet gebeuren dat ik mijn tocht moest staken vanwege een paar schoenen. Ik had echt wel voor hetere vuren gestaan in mijn leven. Al moest ik kruipend naar Abisko: ik zou er komen. Wel was ik reëel, ik had nogal wat kilometers voor de boeg. Om die reden had ik mijn voeten een dag eerder al meer en meer laten wennen aan mijn Fivefingers. Dat zijn zogenaamde 'barefoot'-schoenen en die had ik bij me omdat ze echt helemaal niks wegen, maar je voeten wel beschermen. Je kunt echter niet zomaar uit het niets zonder problemen op zulke schoenen gaan lopen, laat staan met bijna twintig kilo op je rug en met nog zo'n 100 kilometer voor de boeg.  Gelukkig was ik al redelijk aan zulke schoenen en het lopen op blote voeten gewend. En aangezien ik hier in de wildernis geen schoenen kon kopen, geen budget had om met de helikopter een gloednieuw paar in te laten vliegen, besloot ik in oplossingen te denken. Vooralsnog was dat: mijn bergschoenen zoveel mogelijk sparen voor barre tijden. In het Kebnekaise Fjällstation had ik superlijm gekocht en daarmee had ik de avond ervoor mijn schoenen vakkundig gelijmd. Dat had ik nog nooit gedaan, maar ik besloot mijn logische verstand te gebruiken. Ik wist dat de 'nederzetting' ná Singi, genaamd Sälka, weer een miniwinkeltje zou moeten hebben. Ik zou daar vragen om duct tape, in een poging de schoenen zo lang mogelijk mee te laten gaan. Ik had namelijk ook vernomen dat het weer morgen slechter zou worden. De weg terug naar Nikkaluokta zou korter zijn, maar het was voor mij absoluut géén optie om te keren. Ik voelde me als de vrouw waardoor ik me had laten inspireren, Cheryl Strayed van het boek Wild, die haar schoenen onderweg verloor. Zij gaf ook niet op, ik uiteraard ook niet. Dus ik vertrok deze ochtend vol goede moed op mijn Fivefingers. Op naar Singi, maar eerst badderen in een prachtig meertje.   -Tekst gaat verder onder de afbeelding- Het was een idyllische plek om neer te strijken. Eigenlijk had ik nog maar kort gelopen, maar ja, wat maakte dat uit? Ik wilde me weer fris voelen en ook wat kleding wassen. Het was prachtig weer en gezien de weersverwachting voor morgen wilde ik zeker vandaag de nodige kilometers maken. Maar deze plek kon ik niet te gehaast aan me voorbij laten gaan, juist met dit mooie weer. Ondanks dat ik slechts in de verte één persoon had zien lopen, trok ik toch vol goede moed mijn bikini aan om na één teen flink terug te deinzen. Het water was ook hier ijskoud en ik moest lachen om mijn eigen overmoedigheid. Toch besloot ik snel mijn haren te wassen, met biologisch afbreekbare shampoo die ik speciaal voor deze tocht had aangeschaft. Dit prachtige natuurschoon wilde ik natuurlijk niet vervuilen.  Het was maar goed dat ik die bikini toch had aangetrokken, want net na mijn besluit dat dit water echt te koud was om erin te springen, stond ik ineens oog in oog met een mannelijke solo-reiziger die me vroeg naar de temperatuur van het water. Na mijn 'recensie' besloot hij het niet te wagen. Hij liep naar daar waar ik vandaan kwam en zou die avond kunnen douchen. Wel bleef hij even zitten om een praatje te maken, en verorberde alvast een vroege lunch. Ik droogde wat kleding en besloot ook maar vast te lunchen. Het was wel leuk om na al die dagen wat gezelschap te hebben. De van oorsprong uit Zuid-Amerika afkomstige Zweed gaf me een zelf in elkaar gekunstelde 'windvanger' voor om mijn brandertje, die had hij niet meer nodig. Daar zou ik hem later nog dankbaar voor zijn. We zeiden elkaar gedag en vertrokken ieder in tegenovergestelde richting.  Bijna was ik bij Singi en zou ik de Kungsleden betreden. Het was hartstikke warm, het leek wel een soort woestijn. Ik had zin om enorm rustig aan te doen en weer alleen maar om me heen te kijken. Maar met slecht weer op komst en niet al te briljante schoenen, besloot ik toch de vaart erin te houden. Bij Singi maakte ik een praatje met de 'beheerder' van het hutje en trok verder. Weer werd het alleen maar mooier om me heen.  Dit stuk van mijn route was adembenemend.   Wil je weten hoe ik mijn reis begon? Lees dan mijn eerste blogs: Kungsleden: een tocht van Nikkaluokta naar AbiskoDe beklimming van de KebnekaiseDag 4: Kungsleden here I come! Wil je dit zelf ook doen? Lees hier de praktische tipsEn dit neem je allemaal mee!

#kungsleden
19Mar2019
Dag 4: Kungsleden here I come!
Maaike Hoffstedde

Inmiddels begon ik op dag 4  het 'ontstressen' al aardig onder de knie te krijgen. Mijn hoofdpijn was gelukkig verdwenen en ik besloot na de zware tocht van gisteren niet vroeg te vertrekken. Ik had immers alle tijd en kon prima later op de dag opbreken, en tot laat in de avond doorlopen richting Singi. Hier zou ik op het Kungsleden pad komen. Ik nam uitgebreid de tijd om mijn apparatuur nog volledig op te laden. Na het Kebnekaise Fjällstation zou ik mijn 3g/4g dekking snel verliezen en was ik in geval van nood aangewezen op de Garmin Inreach, een satellietapparaatje dat ik als test mocht gebruiken en testen voor Bushcraftshop. Ik voelde de tocht van gisteren nog behoorlijk in mijn benen. Vooral de afdaling was erg pittig geweest en ik zou vandaag weer verder trekken met mijn volledige bepakking op m'n rug. Ik had geen haast want het zou weer lang licht blijven, dus pas tegen een uur of vier vertrok ik langzaam. Om eerlijk te zijn, ik vond het echt heel erg spannend. Geen verbinding meer te hebben met de buitenwereld. Tot nu toe had ik ieder moment voor mijn gevoel nog makkelijk terug gekund. Zoals ik eerder schreef was het nog redelijk 'druk' in de buurt van het Kebnekaise Fjällstation, omdat dit dichtbij het vertrekpunt van de route naar Zweden's hoogste berg ligt: de Kebnekaise. En deze berg is onder de Zweden erg populair. Ik wist dat het vanaf dit punt ook erg rustig zou zijn op de route. Daar keek ik naar uit, maar ik voelde ook de gezonde spanning. Het was werkelijk waar een prachtig moment om te vertrekken. De zon scheen volop en hing al wat lager, wat zorgde voor prachtige kleuren op de bergen. Ik had een weids uitzicht op de bergen om me heen, en hoorde overal het geluid van stromend water. De zon weerkaatste op de stromende beekjes, ik kon niet anders dan constant om me heen kijken en draaide regelmatig rondjes van 360 graden: totaal overweldigd door het natuurschoon. Ik liep langzaam verder en nam af en toe een pauze. Niet omdat ik moe was, maar om te kijken. En erbij stil te staan bij dat alles ok was. Ik was NU hier en hoefde nergens anders aan te denken.  Door de zon, wolken en de wind, leek het landschap steeds te veranderen van kleur. Ik passeerde enorme stenen en besefte me hóe anders het landschap hier is. Hoe we dit in de drukte van de stad totaal niet kennen. Alsof de mens hier niet bestaat. Totaal nietig is in deze elementen. Ik voelde me vereerd hier te mogen lopen, te gast te zijn. Ik was zelfs blij alleen te zijn, geen afleiding te hebben van wat dan ook. Het besef van tijd verloor ik alweer snel. Dat doet er ook echt helemaal niet meer toe als je hier loopt. De wetenschap dat het er niet echt donker wordt, zorgt ervoor dat alle vorm van tijdsdruk verdwijnt. Dat merkte ik zelf in ieder geval. Het was erg bevrijdend dit niet te hoeven voelen, maar ik moest er ook wel aan wennen. Ik kwam los van elkaar nog twee mede solo-reizigers tegen, die in tegenovergestelde richting liepen. Ze vroegen me beide hoeveel uren het nog lopen was naar het Kebnekaise Fjällstation. Geen idee, antwoordde ik ze glimlachend. ,,Ik houd zo ongeveer iedere vijf minuten een kwartier pauze en neem deze omgeving in me op." Ik moest inwendig lachen om dit antwoord en deze constatering; normaal ben ik redelijk gehaast en ik kende dit niet van mezelf. De wandelaars oogden moe, dus ik verzekerde dat ze enorm lekker konden eten straks, bij het Fjällstation.  De uren verstreken. Ik had Singi die avond makkelijk kunnen bereiken. Maar ik wilde niet in de buurt van dat nederzettinkje (enkele houten hutjes) mijn tentje opzetten, ik was er namelijk wel klaar voor om nu echt helemaal alleen ver van iedereen en verstoken van mobiele bereikbaarheid te overnachten. Bij Singi zou ik op het Kungsleden pad komen, misschien was dat een mooi moment voor de volgende ochtend. De zon begon nu snel te zakken en ik besloot mijn tentje op te zetten en water te koken voor eten, vóórdat de zon achter de bergen was verdwenen. Dit was slim, want hoewel ik nog uren in een korte broek had kunnen lopen, werd het snel koud toen ik eenmaal uit de zon was. Ik trok meteen mijn donsjack aan en zette mijn muts op. Nadat ik mijn gevriesdroogde maaltijd had verorberd, dook ik mijn tent in. Slapen, dit was het enige wat ik nog kon doen. Ik had geen telefoon, luisterde geen muziek want ik wilde mijn batterij sparen. Ik had ook niemand om mee te kletsen en was dus helemaal op mijzelf aangewezen. En ik redde me prima. Ik wist dat het morgen prachtig weer zou worden,  en was er na deze fenomenale middag en avond klaar voor om morgen verder te trekken. En weer was ik totaal niet bang, het was hooguit een beetje spannend en ongewoon. Zo helemaal alleen 'into the wild' in dit prachtige landschap. Ben je benieuwd hoe ik deze reis begon? Lees dan mijn eerste verslag over deze tocht door Zweeds Lapland. Wil je de hoogste berg van Zweden bedwingen en ben je op zoek naar informatie? Lees dan mijn blog over de beklimming van de Kebnekaise. Nieuwsgierig naar wat ik allemaal op mijn rug heb meegesleept en hoe ik me heb voorbereid? Klik dan hier.  Ook de overige praktische tips voor een bezoek aan dit gebied heb ik hier op een rijtje gezet.

#autisme
11Oct2018
Autisme: waarom je nooit moet denken in limieten
Maaike Hoffstedde

Bijna tien jaar wordt hij. Over een paar dagen. Wat een mijlpaal. Tien jaar geleden zat mijn zoon met zijn tweelingzusje nog warm en veilig in mijn buik. Nog even en ik zou ze eindelijk kunnen zien, leren kennen. Nooit had ik me kunnen bedenken welke hobbels er op ons pad zouden komen, en wat hij me uiteindelijk zou leren in het leven. Toen mijn zoon 7 jaar was, schreef ik deze blog. Hierin leg ik uit hoe hij zich compleet 'anders' ontwikkelde dan zijn tweelingzusje, dan andere kinderen en uiteindelijk op zijn derde de diagnose autisme spectrum stoornis uit kwam rollen. Met een verstandelijke beperking. En wat we hebben gedaan om hem zo goed mogelijk te helpen.Dat het zoals in deze blog zou lopen, was toen natuurlijk nog helemaal niet duidelijk. Ik was in eerste instantie behoorlijk geshockeerd. In 1 klap werd de aarde even onder onze voeten weggeslagen. De professionals die hem onderzochten zagen zijn toekomst niet rooskleurig in. Ja ik wist dat het allemaal niet liep zoals je zou willen voor je kind. Ik maakte me ook enorm veel zorgen om hem, maar dat het zó erg zou zijn? Maar doordat hij niet praatte, dat zou hij twee jaar later pas gaan doen, en niet zindelijk was, bleek het ook onmogelijk hem naar een reguliere basisschool te sturen. Eigenlijk is het nooit een optie geweest ook. We kregen het advies hem naar een ZMLK-school te sturen. Cluster 3 heet het ook wel. Voor Zeer Moeilijk Lerende Kinderen. We bezochten de school die ze ons hadden aangeraden, en toen we daar voor het eerst binnenstapten, moest ik even slikken. Tot dan toe waren we ouders geweest van een tweeling, waarvan het met eentje allemaal wat anders ging. Maar ja, het waren peuters, bijna kleuters. Zo erg viel hij nou ook niet op tussen leeftijdsgenootjes, hij was ook vrij klein voor zijn leeftijd en leek gewoon wat jonger. Hier, die school binnenstappend, werd ik even met de neus op de feiten gedrukt: ons kind ging naar een school voor kinderen met een beperking. Ons kind had zelf dus een beperking. Een handicap, hoe je het ook wil noemen. Het voelt nu heel naar om dit op te schrijven, want ik ben iemand die ieder mens op deze aarde accepteert. Maar voor mij was dit toen een onbekende wereld. Bovendien ga je toch door een soort proces. Je neemt als het ware afscheid van een toekomst die je voor je kind voor ogen had. Niet dat ik die voor hem had ingevuld, maar je hoopt dat je kind zich onbezorgd kan ontwikkelen en uit kan groeien tot een gelukkige en zelfredzame volwassene. Ik had net gehoord dat het maar de vraag was of mijn zoon zich ooit zelf zou kunnen redden. Dat was ik nog steeds aan het verwerken op het moment dat ik die school binnenliep. AcceptatieWe besloten hem wel naar deze school te laten gaan. We wilden het beste voor hem en kwetsbaar en klein als hij was, geloofden we dat een zo veilig mogelijke leeromgeving hem zou laten groeien. Dus toen hij 4 jaar en 3 maanden was, zette ik hem iedere dag in een busje naar die andere stad waar die school staat. Met een stuk of tien kindjes in de klas, en schatten van juffen, zagen wij hem groeien. Hij hoorde bij een groep. Het werden zijn vrienden. Ik ben nog nooit op een plek geweest waar hij meer werd geliefd dan op die school. We kwamen eens door file iets te laat bij het kerstdiner: hij werd als de koning onthaald door zijn klasgenoten. Ik geloof heilig dat wie zich geliefd voelt, zich beter ontwikkelt dan wanneer iemand moet struggelen in een omgeving waar iedereen hem maar raar, anders of wat dan ook vindt. En zo bracht mijn zoon enkele jaren door op een plek waar hij zich veilig voelde, zich kon ontplooien, vriendschappen ontwikkelde en onderwijs op maat kreeg. Ook toen dankzij een streng dieet waar we in die tijd (sinds zijn 5e) mee begonnen, hij steeds beter ging functioneren en ook behoorlijk goed bleek te kunnen leren. Tot ze op een gegeven moment tegen ons zeiden: ,,We houden ontzettend veel van hem en willen hem niet missen, maar we kunnen hem hier niets meer bieden." Het was tijd om een andere plek te zoeken. Tegen alle verwachtingen in. Met een oorkonde op zak verliet mijn zoon trots de school om naar het speciaal basisonderwijs te gaan. Zeven jaar was hij inmiddels. Met veel zorgvuldigheid hadden we een school uitgezocht die aansloot bij onze visie. We wilden geen focus op wat hij (nog) niet kan: hij is goed zoals hij is. Hij mag zijn wie hij is. We willen niet praten in termen als beperking of elke dag het woord autisme laten vallen. Hij is wie hij is, een prachtig kind. Wat we intussen al enige tijd wisten: hij kan ontzettend goed leren, heeft een fotografisch geheugen en kan sowieso dingen die de meeste mensen niet kunnen. Zo hield hij zich een tijd bezig met kalenderrekenen. Als je hem vroeg op wat voor een dag een bepaalde datum viel, dan wist hij dat binnen enkele seconden bij data die al waren geweest. Alles wat nog moest komen rekende hij razendsnel uit. Lezen, iets wat hij zichzelf leerde aan de hand van landkaarten op zijn vijfde, ging als een speer met dat geheugen van hem. Hij spelde al snel de meest moeilijke woorden en las het liefst de hele dag over al zijn favoriete onderwerpen. Je kunt rustig een paar uur met hem naar de bibliotheek, hij ligt er languit te lezen. Hij heeft constant vragen en zoekt antwoorden, hierdoor heeft hij een enorm brede kennis. En waar hij ook komt: ze kennen hem. Je kunt niet om hem heen, dat kleine blonde mannetje met al die kennis en vragen. Waar een metrobestuurder eerst denkt een nieuwsgierig jongetje te treffen, staat deze vervolgens met zijn oren te klapperen wanneer mijn zoon alle typenummers van de verschillende wagons opnoemt en weet in welke landen deze worden gebouwd. Om vervolgens hele gesprekken met de bestuurder te voeren. Vaak denk ik: wat nou beperking? Moet je kijken wat hij allemaal kan en wat hij anderen geeft met dat goede karakter van hem.WeerbaarheidLange tijd was mijn grootste zorg zijn kwetsbaarheid. Hij neemt veel dingen letterlijk, gelooft mensen op hun woord en snapt het niet dat mensen onaardig tegen elkaar doen. Waar een ander verlegen kan zijn of gêne kan voelen: hij kent dat niet. Stapt op iedereen af, maakt met wildvreemden een praatje. Een prachtige eigenschap die hem al veel goeds heeft gebracht. Maar ja, nu ben ik er altijd nog bij. Hoe moet dat als hij wat ouder is? Ik merk regelmatig dat kinderen hem op een niet leuke manier in het ootje nemen, want hij denkt dat ze het aardig bedoelen. Een van de meest belangrijke dingen die hij mij heeft geleerd is te stoppen in het denken van limieten. Daar zorgde hij al enige jaren geleden voor, toen hij het ene na het andere doemscenario versloeg. Ik besloot me niet meer gek te laten maken door iedereen die vond dat hij dingen 'niet volgens het boekje' deed. Door hoe dingen volgens deze maatschappij zouden moeten. Hij heeft zulke unieke eigenschappen en is zó zelfverzekerd en hij voelt zich door iedereen die hij kent geliefd. Bovendien heeft hij al lang bewezen ontzettend leerbaar te zijn. Laat hem zelfvertrouwen krijgen door uit te blinken in zijn talenten, en de dingen die lastig voor hem zijn lekker op zijn eigen tempo doen. Zo was dat ook met zijn weerbaarheid. Hij heeft zijn mannetje moeten staan op zijn nieuwe school. Heel vaak kwam hij thuis met de woorden 'Ik wil weer naar mijn oude school!'. Want ze waren hem hier te druk, er waren teveel opstootjes, er was gedoe in de bus. Het greep hem allemaal enorm aan en hij schoot in de stand van het hulpeloze jongetje. Maar hij heeft zich er doorheen geworsteld, hij heeft geleerd zich staande te houden tussen allerlei verschillende soorten kinderen. Binnen de veilige omgeving van weer een fantastische school. Hij ging om de zaterdag naar een zorgboerderij. Onlangs besloten we het eens bij de scouting te proberen. Nu wil hij alleen nog maar dáárheen. Hij maakt vrienden. We vragen ons voorzichtig af hoe lang het nog nodig is om naar de zorgboerderij te gaan, omdat hij zich dus inmiddels ook prima staande lijkt te houden tussen kinderen tijdens 'reguliere' activiteiten. Dat was voorheen echt onmogelijk en als je mij dit enkele jaren geleden had verteld dan had ik je voor gek verklaard. GelukkigVorig jaar december was daar het historische moment dat mijn zoon tijdens de kerstviering op school luidkeels stond te zingen. Ik hield het amper droog. Daar stond dan dat jongetje dat zo lang niet praatte en waar ik me zoveel zorgen om had gemaakt. Hij deed gewoon mee. Hij was blij en gelukkig. Afgelopen maandag: ,,Mam! Ik heb me opgegeven voor de talentenjacht op school met het nummer 'Ik neem je mee op reis'!" Na jaren de optredens van zijn talentvolle zusje te hebben aanschouwd, ging hij serieus oefenen voor zijn optreden: ik wist niet wat ik zag. Hij leerde zichzelf even de hele tekst uit zijn hoofd. Gisteren kwam hij vol trots de bus uitgerend: ,,Het ging zó goed mama! Alle kinderen vonden mij de grote winnaar!'' Hadden we het allemaal anders moeten doen? Nee. Ondanks de klap in ons gezicht die we kregen over zijn toekomst, ben ik blij dat we deze route hebben genomen. Dat hij niet eerst is beschadigd en vastgelopen, maar dat hij altijd en overal ontzettend werd en wordt geliefd door iedereen die met hem werk(te). Dat hij vanuit liefde kon groeien. Dat hij oprechte en pure vriendschappen kon ontwikkelen. Dat we vooral hebben gekeken naar alles wat hij wel kon, in plaats van de focus op wat niet. Daardoor ontzettend trots kan zijn op zichzelf, blij is met wie hij is. Iedere ochtend stapt hij met een grote glimlach in de bus: ,,Doei mam!!!" En steeds denk ik weer: jij bent gewoon echt gelukkig. Dat is het enige wat telt. Je bent niet mijn kind met een beperking, je bent geen autisme, je bent net als je fantastische zusje, gewoon mijn kind en ik ben ontzettend trots op jullie allebei <3

#nikkaluokta abisko trail
29Sep2018
Kungsleden: de praktische tips op een rij
Maaike Hoffstedde

Om een tocht door de wildernis te kunnen lopen, moet je bij de voorbereidingen niets aan het toeval overlaten. Zo is de uitrusting van levensbelang. Je moet op alles ingesteld zijn in een gebied waar je niet zomaar kunt schuilen, niet even en winkel kunt bezoeken, en zelfs je telefoon niet kunt gebruiken.  Daarom heb ik al mijn voorbereidingen uiteengezet in verschillende blogs. Hier kun je lezen waar je allemaal aan moet denken bij het uitzoeken van je uitrusting. Maar dat is niet het enige waar je aan moet denken, er gaat nog een hoop planning aan vooraf.  Daarom zet ik de nodige praktische tips op een rij.   Kaart Mijn eerste aanschaf nadat ik mijn tickets boekte: een kaart. Je hebt hem eigenlijk niet echt nodig, want de route Nikkaluokta - Abisko is erg goed gemarkeerd. En als je je vantevoren een beetje hebt verdiept in de route, wat uiteraard aan te raden is, is de route niet moeilijk te bepalen. Maar eigenlijk raad ik het iedereen aan: neem altijd een kaart mee wanneer je je begeeft in onherbergzaam gebied zonder mobiele dekking. Leer ook vooraf met een kaart omgaan. Kaartlezen is vooral je verdiepen in de legenda en logisch nadenken. Zo leer je snel de omgeving te herkennen en kun je bepalen waar je je bevindt. Zelf heb ik hier veel mee geoefend toen ik in de Zwitserse Alpen woonde, veel de bergen in trok en er een opleiding tot gids deed. Voor de route die ik in Lapland liep kocht ik deze kaart. Praktisch en waterbestendig. How to get there? De snelste manier om te kunnen beginnen met het lopen van het Kungsleden pad, is vliegen op de stad Kiruna. Kiruna heeft de noordelijkste luchthaven van Zweden en is het grootste deel van de dag gesloten, aangezien er in de zomer slechts twee passagiersvluchten per dag arriveren. Vanuit Nederland is er alleen in de winter de mogelijkheid een directe vlucht te nemen naar deze stad. Zomers kun je het best vliegen naar Stockholm en een transfer nemen naar Kiruna.  Zie hiernaast hoe je werkelijk landt in de wildernis.  Let op: ik adviseer niet beide vluchten met SAS (Scandinavian Airlines) te nemen. Er wordt je dan namelijk verteld dat je bagage op Stockholm Arlanda je bagage wordt overgeheveld naar de volgende vlucht. Echter heb ik in de praktijk mogen ervaren dat het Russisch roulette is of je bagage dan wel in Kiruna arriveert. Mijn bagage arriveerde namelijk een dag later, en met mij de bagage van een stuk of tien medepassagiers. Door vliegveldpersoneel kwam mij ter ore dat er op 1 vlucht wel eens vijftig tassen waren kwijtgeraakt, het verlies van mijn bagage was dus geen uitzondering. Dit werd bevestigd door verdere research. Daar komt bij dat SAS vervolgens absoluut niet telefonisch benaderbaar is en hun klanten dus niet te woord staan.  Kortom: doe het niet! Boek een vlucht naar Stockholm, haal zelf je bagage van de band. Check deze opnieuw in voor je vlucht naar Kiruna: zo weet je zeker dat je bagage niet in Stockholm achterblijft na je eerste vlucht. Ik had namelijk geluk dat mijn bagage een dag later arriveerde, maar ik heb mensen gesproken die al hun bagage nieuw hebben moeten aanschaffen in Abisko. Dit wil je voorkomen. Openbaar vervoerVanaf het vliegveld in Kiruna is er een bustransfer naar Kiruna zelf. Start je net zoals ik in Nikkaluokta, dan kun je vanaf de luchthaven direct een bus nemen. Wil je eerst naar Kiruna om wat laatste levensmiddelen en een gasbusje in te slaan of om nog een nachtje in een ho(s)tel door te brengen? Ook die bus rijdt. De bussen rijden niet vaak, meestal twee keer per dag. Het is verstandig om voor vertrek het actuele tijdsschema naar Nikkaluokta even door te nemen.  Begin je in Abisko, dan kun je een trein of bus nemen vanuit Kiruna. Let op: Kiruna is al niet zo groot, maar grotere ‘steden’ vind je niet in dit gebied. Kiruna heeft nog een Intersport en wat andere winkels, mocht je nog iets nodig hebben. Abisko heeft slechts 1 supermarkt en er is nog een winkeltje bij het Abisko Turiststation. Hier kun je veel outdoorartikelen aanschaffen, maar het assortiment is niet al te uitgebreid en de prijzen liggen er wat hoger.  Poolcirkeltrein Het is ook mogelijk de Arctic Circle Train nemen. Een (nacht)trein van Stockholm naar Kiruna/Abisko. Zelf nam ik deze trein op de terugweg. Het is mogelijk een stoel of een bed boeken, dat laatste is aan te raden. De treinrit duurt 17 uur vanaf Abisko. Ik had tijdens deze reis 7 uur vertraging en hoorde van enkele Zweden aan boord dat dit vaker gebeurt.  Toch is deze treinreis door de wildernis meer dan de moeite waard, hoewel vliegen dus sneller is. Kijk op de site van de Zweedse spoorwegen voor meer informatie. GeldHet is niet nodig om vooraf in Nederland Zweedse Kronen te regelen. Het wisselen kost geld en dat is zonde. Je kunt pinnen op Stockholm Arlanda Airport, maar het is helemaal niet nodig om veel cash bij je te hebben onderweg. Op de plekken waar je iets kunt kopen, en stel je daarbij geen winkelcentrum voor maar een klein houten hokje met het broodnodige, hebben ze wonderwel gewoon een pinautomaat. Die functioneert op zonne-energie. Het is uiteraard wel aan te raden om voor de zekerheid Zweedse Kronen op zak te hebben. Lidmaatschap STFEen van de dingen waar ik onderweg echt spijt van had, is dat ik niet even vooraf lid ben geworden van de Swedish Tourist Association, oftewel Svenska Turistföreningen. Voor 295 Zweedse Kronen, plus 140 voor iedereen die niet in Zweden woont (dat is iets meer dan 40 euro met de huidige wisselkoers) ben je een jaar lang lid. Je geniet hiermee vele voordelen tijdens je reis. Mocht je gebruik willen maken van overnachtingen in de hutten, dan krijg je met dit lidmaatschap korting. Maar ook als je zoals ik in je eigen tentje overnacht, kun je korting krijgen op  het gebruik van voorzieningen bij enkele hutten onderweg.  Zelf heb ik daar geen gebruik van gemaakt, omdat ik graag zoveel mogelijk back to basic wilde en niet in de buurt van hutten ben gaan kamperen, op het Kebnekaise Fjällstation na. Hier bleef ik twee nachten op 1 plek, vanwege de beklimming van de Kebnekaise.  Het lidmaatschap geeft je verder de volgende voordelen: korting op overnachtingen in de hutten  korting op het gebruik van voorzieningen bij de hutten voor kampeerders korting op maaltijden bij het Kebnekaise Fjällstation en het Abisko Turiststation en op souvenirs/producten van de STF Ik las dat een StayOkay lidmaatschap dezelfde voordelen biedt, en dat vond ik eenvoudiger in de aanschaf. Echter geldt dit alleen voor overnachtingen.  Een Zweeds lidmaatschap kun je aanvragen via de website van hun organisatie. Ook kun je het ter plekke regelen bij het Abisko Turiststation of het Kebnekaise Fjällstation. EtenWie door de wildernis trekt met een rugzak op zijn of haar rug met daarin alles om te overleven, maakt constant de afweging tussen het gewicht en de noodzaak. Voeding heeft absoluut een hoge prioriteit, maar het is wel zo handig om eten mee te nemen dat zo licht mogelijk is. Je kunt niet voor een week broden in je rugzak stoppen, of een paar kilo aardappelen en wat blikken soep. Gevriesdroogd eten, daar ontkom je eigenlijk niet aan. Ik moet bekennen: het leek me dus echt niet lekker. Maar ik dacht: als ik daar straks eenmaal loop en er is toch niets anders, dan ga ik het vast wel waarderen. En dat deed ik! Mijn tip is dus: neem deze maaltijden vooral mee. Ze zijn licht, makkelijk te bereiden en best lekker na zo’n wandeling. Voor meer informatie over gevriesdroogde voeding tijdens een trip als deze: lees deze blog. Zorg ook dat je energierepen en noten bij je hebt. Voedsel met een hoge energiewaarde, maar waarvoor je geen water hoeft te koken om het te bereiden. Het landschap in Lapland biedt weinig beschutting en het waait er hard. Omdat het grootste deel van de route geen bomen heeft, kun je bij harde wind niet even ‘uit de wind’ je potje koken. De één na laatste dag van mijn trip was het weer zo slecht, dat ik mezelf vervloekte geen repen of andere kant en klare voeding meer te hebben. Na lang zoeken vond ik een grote steen waarachter ik mijn brandertje aan de praat kreeg. Ik heb daar dit lesje geleerd. Wat ook nog handig is om te weten. Als je iets bent vergeten of je hebt toch te weinig eten bij je: er zijn een aantal plekken onderweg op dit gedeelte van de route waar je voedsel en andere kleine benodigdheden aan kunt schaffen, zoals bijvoorbeeld toiletartikelen en gasbusjes.  Nikkaluokta: dit begin- of eindpunt van de route heeft een restaurant en een winkeltje. Kebnekaise Fjällstation: 19 km na Nikkaluokta ligt dit relatief grote bergstation waar je kunt slapen of je tent op kunt zetten. Je kunt er dan voor kiezen om tegen betaling gebruik te maken van voorzieningen zoals een sauna, een service room, droogruimte en sanitair. Het bergstation heeft ook een restaurant voor het ontbijt, de lunch en diner.  Mocht je in dit gebied alleen de Kebnekaise willen beklimmen, of bij dit Fjällstation willen starten om een hele andere route te willen lopen: er gaat een helikopter naar dit station. Voor 850 Zweedse kronen inclusief 20kg bagage kun je in de zomer een vlucht boeken.  Sälka: een hut waar je kunt overnachten. Ze hebben er enkele voorzieningen en een 'winkeltje' waar je het een en ander aan kunt schaffen.  Alesjaure: een grote hut met winkeltje, ze hebben ongeveer hetzelfde assortiment als in Sälka. Je kunt van hieruit eventueel een helikopter nemen naar Abisko, voor 1000 Zweedse Kronen, inclusief 20 kg bagage. Dit is met de huidige wisselkoers bijna 100 euro.  Abisko Turiststation: hier is een hotel, hostel, restaurant en winkel. Verder heeft Abisko zelf nog 1 supermarkt op ongeveer 1,5 km lopen van het Abisko Turiststation.  Wil je een impressie van hoe het is om deze route te lopen? Ik schreef er meerdere blogs over. Klik hier voor deel 1 en deel 2.  Ben je benieuwd wat ik allemaal heb meegesleept op mijn rug en wil je inspiratie op doen? Lees dan deze blog. 

#kungsleden nikkaluokta abisko
26Sep2018
Kungsleden: de beklimming van de Kebnekaise
Maaike Hoffstedde

“Kijk ook eens achterom”  Deze zin las ik tijdens de voorbereidingen van mijn tocht van Nikkaluokta naar Abisko, in één van de verslagen die ik vond over dit gebied in Zweeds Lapland. Alles wat je namelijk in de verte ziet, passeert en achter je laat, ziet er totaal anders uit als je het van de andere kant bekijkt. Stel ik was gestart in Abisko, dan had mijn route er totaal anders uitgezien. Ik besloot daarom heel vaak achterom te kijken, en zodoende deed ik soms lang over een afstand waar ik normaal veel sneller zou zijn. Maar, ik had geen haast, hoefde me bij niemand te verantwoorden en niet eens vóór het donker weer terug te zijn, want het werd niet donker! Kortom, de ochtend dat ik begon met de beklimming van Zweden’s hoogste berg, was ik ontzettend goed gehumeurd.  Langzaam begon ik eraan te wennen dat ik alleen was. Dat ik het allemaal prima kon.  Ik passeerde talloze watervallen, moest door sommige heen, en kwam zo nu en dan enkele andere wandelaars tegen. Na enige tijd moest ik over een hangbrug met daaronder een kolkende watermassa. Dat obstakel kwam een dag eerder al op mijn pad, toen ik ineens voor een zelfde soort brug stond. Ik, met m'n hoogtevrees, had daar dus even niet aan gedacht. Je ziet mij normaal niet op een uitkijktoren of iets dergelijks. Maar ik was echter niet van plan om nu om te keren vanwege een brug en mijn irreële angst voor zo'n ding, dus ik besloot met verstand op nul en blik op oneindig over die brug te lopen. Nu ik er weer een tegenkwam, op weg naar de Kebnekaise, was zo'n brug al een stuk minder bedreigend. Ik hoorde dat je na deze brug, hieronder te zien op de middelste foto, je geen stromend water meer vindt om je waterfles of zak bij te vullen. Een belangrijk punt dus om de watervoorraad te checken. Hierna was er nog weinig groen te zien. Het leek wel of ik in een maanlandschap was beland, waarin ik steeds weer bleef stilstaan, of een rondje van 360 graden maakte om deze schoonheid in me op te nemen. Ik bedacht me wat ik normaal op een maandag deed, en dat ik daar nu letterlijk en figuurlijk ver weg van was. Ik was alleen nog maar bezig met mijn doel: het bereiken van de top. Het werd steeds kouder onderweg en er stond een flinke wind. Het wollen shirtje dat ik in het begin nog optimistisch droeg, was al snel niet meer voldoende, ondanks de fysieke inspanning. Ik trok een vest aan en zette mijn muts op.  Gestaag liep ik door, om af en toe een pauze te nemen en wat te eten.   Na enkele uren lopen, met regelmatig een pauze wanneer ik daar zin in had, werd het steeds mistiger en kwam ik eindelijk in de buurt van de top. Volgens de weersvoorspelling zou de zon stralend aan de hemel moeten staan rond dit tijdstip. Maar in de bergen weet je het uiteindelijk nooit,  het enige veranderlijke daar is het weer.  Er stond een schuilhut,  zo'n 100 meter voor de top, waarin ik besloot te wachten tot het op zou klaren. Met een aanzienlijk grote  kans dat dit niet zou gebeuren, maar na zo'n tocht was dat het wachten wel even waard.  Het was inmiddels echt koud geworden. Terwijl men in Nederland een hittegolf aan het overleven was, stond ik hier nu in de sneeuw en ijskoude wind. Dat had ik me een week geleden echt niet voor kunnen stellen.  Gelukkig had ik mijn donsjas en mijn softshell bij me. Zo had ik een warme en isolerende laag met daarover een winddichte laag. Ik pakte mezelf goed in en was ook echt blij mijn handschoenen bij me te hebben. Het zag er niet naar uit dat het nog helder zou worden, dus na zo'n drie kwartier besloot ik de gisteren gehuurde stijgijzers onder te binden. Het was tijd om naar de top te gaan.  Ik moet heel eerlijk bekennen: het was maar goed dat het zo mistig was.  Mijn hoogtevrees was nog niet dermate bedwongen dat ik met helder weer zonder doodsangst op deze top had kunnen staan. Ik was me er wel van bewust dat het hartstikke diep was, vlak naast me,  en dat mijn hoofd door de mist voor de gek werd gehouden. Maar ik maakte dankbaar gebruik van het feit dat ik daar nu wél durfde te gaan staan. Het is nou niet echt een plek waar je dagelijks komt. Hoewel deze zuidtop van de dubbeltoppige Kebnekaise (normaal 2106 meter) deze zomer  niet eens het allerhoogste punt van Zweden was. Omdat er door de uitzonderlijke hittegolf die ook Zweden teisterde meer sneeuw dan normaal smolt, was de uit steen bestaande noordtop nu het hoogste punt van dit land. Ik bevond mij dus op het hoogste te voet begaanbare punt van Zweden. En terwijl ik zo goed als kwaad een foto probeerde te maken op die top, ontmoette ik de Zweedse Anna, die ook alleen liep en aanbood dit historische moment voor me vast te leggen.  Dat is echt het leuke aan alleen reizen. Je maakt makkelijker contact met wildvreemde mensen op je pad, maar kunt altijd bepalen weer alleen verder te gaan. Anna en ik raakten daar op die top aan de praat en besloten samen af te dalen, een tocht waar we nog zo'n zes uur over zouden doen.   BoomgrensHet was een vermoeiende afdaling. In vergelijking met de alpen, waar je al snel boven de 2000 meter zit,  is het hier feitelijk niet eens zo hoog, met 2106 meter als hoogste punt. Toch voelt het aan alsof je in de buurt van een drieduizender bent, de boomgrens ligt hier veel lager en ook het weer is er zoals je in hooggebergte verwacht. De boomgrens heeft hier niet alleen te maken met de hoogte, zoals in de alpen waar de boomgrens tussen de 1800 en 2200 meter ligt.  Je hebt hier namelijk te maken met de arctische boomgrens, een ecologische grenslijn op het noordelijk halfrond. Door de barre omstandigheden en over het algemeen lage temperatuur groeien er überhaupt geen bomen, soms zelfs tot op zeeniveau. De boomgrens hangt hier dus samen met het koude klimaat en niet met de hoogte boven zeeniveau.  Omdat de vermoeidheid onderweg toesloeg, was ik nog dankbaarder Anna te hebben getroffen. Want hoewel ik het enorm prettig vond om alleen te wandelen, was een paar uur doorbrengen in goed gezelschap een zeer aangename afwisseling. Ik begon mijn benen te voelen, de 9 km omhoog en 9 omlaag waren pittiger dan verwacht. Na aankomst bij het Kebnekaise Fjällstation, vroeg in de avond, aten Anna en ik nog samen met haar vader om vervolgens afscheid te nemen. Ik kroop moe maar voldaan in mijn tentje, voor weer een nacht op een plek 'with an amazing view'. De volgende dag zou ik mijn pad vervolgen en bij Singi op de Kungsleden komen.  Benieuwd hoe mijn reis begon? Lees dan mijn eerste verslag over de route die ik in Zweeds Lapland  liep van Nikkaluokta naar Abisko. Lijkt het je wat om ook eens zoiets te doen en ben je benieuwd wat ik allemaal heb meegesleept op mijn rug? Lees dan deze blog. Voor wie wil weten hoe je er het makkelijkst komt, en waar je verder nog aan moet denken, klik hier.

#waarloopjijwarmvoor
24Sep2018
Kungsleden: een tocht van Nikkaluokta naar Abisko
Maaike Hoffstedde

Het idee was, om eens iets ontzettend gaafs te gaan doen. Iets wat ik nog nooit had gedaan, me erg mooi leek, maar waar ik ook wel wat angsten voor moest overwinnen. Na enige tijd wikken en wegen wàt dat dan zou kunnen zijn, tipte iemand me met een geweldig idee: Zweeds Lapland. Loop het Kungsleden pad. Dus dat deed ik, althans, ik liep een deel van de route: 140 km met een bepakking van 18 kilo op mijn rug. Met daarin alles om het in mijn eentje te overleven.  Want dat ik alleen zou gaan, dat stond al snel vast. Het zou mijn eerste vakantie na de scheiding zonder mijn kinderen zijn, en daar zag ik tegenop. Als een berg. Maar ik voelde dat als ik iemand mee zou nemen, of voor een hele andere vakantie zou kiezen, het me af zou leiden van iets waar ik toch doorheen zou moeten. Ik koos dus de moeilijkste weg, maar verreweg de mooiste! De Kungsleden, het Koningspad, of in het Engels ‘The Kings Trail’ is een route die loopt van Hemavan (216 inwoners) naar Abisko, in het uiterste noorden van Zweeds Lapland, vlakbij de Noorse grens.  De route is langer dan 500 kilometer, en aangezien dat me niet zou gaan lukken in een tijdsbestek van twee weken (inclusief reis) besloot ik een deel van deze route te gaan lopen. Het noordelijkste stuk zou het mooist zijn, zo begreep ik tijdens mijn vooronderzoek. Ook las ik ergens dat je ‘beter’ van zuid naar noord kon lopen in plaats van andersom, vanwege de laaghangende zon die je dan achter je hebt. De route vanaf Nikkaluokta biedt de mogelijkheid om onderweg de Kebnekaise te beklimmen, de hoogste berg van Zweden, waarna je bij Singi op het Kungsleden komt. De afstand van Nikkaluokta naar Abisko is 110 km, maar inclusief deze beklimming kom je uit op 140 km. Het noordelijkste deel van Zweden is te bereiken per vliegtuig, wanneer je vliegt op Kiruna. Vanaf Kiruna gaat er een trein naar Abisko, het officiële startpunt van de Kungsleden, of een bus naar Nikkaluokta, mocht je daar willen beginnen. Je kunt ook vliegen op Stockholm en vanaf daar de poolcirkeltrein nemen richting Kiruna of Abisko. Je bent dan 17 uur onderweg, maar je kunt een bed boeken. Lees al mijn praktische (reis)tips in deze aparte blog. Zelf besloot ik op 3 augustus 2018 te vliegen naar Kiruna. Ik wilde namelijk zo snel mogelijk beginnen met mijn tocht, en 17 uur in een nachttrein leek me een geschikt plan voor de terugweg.  Dag 1 - Nikkaluokta Doordat mijn bagage een dag later arriveerde, kon ik niet starten zoals gepland. Maar toen ik mijn tas eenmaal had, nam ik een bus richting Nikkaluokta. Ik kwam daar pas aan het einde van de middag aan, maar aangezien het zo ver boven de poolcirkel amper donker wordt rond deze tijd van het jaar, wist ik dat ik wel enige tijd kon doorlopen.  Mijn oorspronkelijke plan was om eerder die dag te vertrekken en van Nikkaluokta naar het Kebnekaise Fjällstation te lopen. Daar zou het nu echter wel wat te laat voor zijn, ik was hier bovendien om volledig te ontstressen. Dus in the middle of nowhere ging ik mijzelf  geen druk opleggen. Ik zou wel zien hoe ver ik zou komen. De route van Nikkaluolta naar het Kebnekaise Fjällstation en van daaruit naar Singi, is nog geen onderdeel van het Kungsleden. Vooral het eerste stuk vanaf Nikkaluokta is best druk vergeleken met de rest van de route. Dit komt, zo heb ik mij laten vertellen door locals, doordat de Kebnekaise een ‘ding’ is voor veel Zweden. Als Zweed moet je die top een keer hebben bereikt, dit is het hoogste punt van Zweden. Veel mensen die ik dus trof in dit gebied hadden en de beklimming van deze berg als doel, om vervolgens weer terug te gaan.  Op dag 1 bereikte ik dus niet mijn vooraf geplande doel en ik zette rond een uur of half elf in de avond mijn tentje op, zo’n 10km na Nikkaluokta. Dat met die muggen, waarover ik had gelezen, had niemand overdreven. Hoewel ik het enorm spannend vond zo’n eerste nacht alleen in een tentje in de wildernis, besloot ik er maar zo snel mogelijk in te springen want ik werd nogal lek gestoken. Ik had ook gelezen dat je je eten beter in de boom kon hangen, dus dat deed ik ook maar. Mijn tent van 980 gram was net een doodskist, maar hij was licht en ik paste er met mijn bagage net in. Ik had me vooraf voorgesteld dat ik compleet in paniek zou raken, alleen in die tent. Buiten. Ver weg van alles wat ik ken. Maar omdat ik wist dat angst niet oneindig is, niet alleen maar kan toenemen, wilde ik dit juist aangaan. Ik had genoeg mensen mee kunnen vragen, maar ik voelde dat ik het alleen moest doen op dit punt in mijn leven. En ik had gelijk.  Het was niet zo eng. Wanneer ik stress voelde, keek ik even naar buiten door het ‘raampje’ van mijn tent en zei mezelf: ,,Maaik, er is niets en niemand. Het is hier helemaal ok. Je kunt gewoon gaan slapen.” Dat deed ik. Ok, ik werd heel vaak wakker. Het was ook de hele nacht licht. Maar het werd vanzelf ochtend, en zo overleefde ik mijn eerste nacht alleen, in een tentje, in de Zweedse wildernis.  Dag 2 - Kebnekaise Fjällstation Ik maakte een ontbijtje, pakte mijn spullen in en vertrok richting het Kebnekaise Fjällstation. Het was behoorlijk warm, de 2 liter in mijn waterzak raakte op en ik zocht een stroompje om hem te vullen. Mijn waterfilter had ik, toen ik kritisch door mijn spullen ging kort voor vertrek, toch thuisgelaten. Overal las ik namelijk dat je het water er gewoon kunt drinken. Dat was moeilijk voor te stellen, maar ik besloot er toch op te vertrouwen dat dit gewoon kon. Deze dag moest ik leren te onthaasten. Het was bloedheet, niets iets wat je verwacht als je boven de poolcirkel zit. Dus ik nam redelijk vaak een pauze om het adembenemende natuurschoon in me op te nemen. Het is zo overweldigend en die dag wist ik nog niet dat het alleen maar mooier zou gaan worden. Ik had last van hoofdpijn, decompressie vermoedde ik. Ik kwam regelrecht uit de drukte, had  daar bovenop nogal wat stress te verduren gehad door de kwijtgeraakte bagage en stond nu midden in de rust. Het enige geluid dat ik hoorde was dat van stromend water en mijn hoofd moest hier geloof ik nogal aan wennen. Net als aan het alleen zijn met mijn eigen gedachtes. Af en toe bedacht ik me ineens dat ik dit dus echt aan het doen was. Dat er werkelijk ideeën bestaan die je geweldig lijken, maar meestal blijft het bij dromen. Ik had dit gewoon gedaan. Was dit aan het doen. Iedere keer als er een hobbel was op het pad der voorbereidingen, had ik een oplossing gevonden. Tot ik gewoon vlieg- en treintickets boekte. Omdat ik er toen zeker van was dat ik dit gewoon kon. En nu was ik  daadwerkelijk met een bepakking op mijn rug door de wildernis aan het lopen.  Rond het middaguur arriveerde ik bij het Kebnekaise Fjällstation. Dat was best een vreemde gewaarwording, want het is een redelijk groot bergstation, met een restaurant en winkel. En dat midden in de natuur. Het tijdstip van aankomst was niet heel erg handig. Als ik de dag ervoor was aangekomen, had ik vanochtend vroeg kunnen beginnen met de beklimming van de Kebnekaise. De vertraging van de bagage zou me een dag kosten, en ik kon vandaag niet meer verder lopen. Ik besloot mezelf te trakteren op een goede lunch in het bergstation om vervolgens eens te bedenken hoe ik het aan zou gaan pakken. Ik hoefde met niemand te overleggen, dat was ook redelijk nieuw voor me. Hoe wilde ik dit doen?  Al gauw besloot ik dat ik mijn mindset moest veranderen. Waarom zou ik per sé vandaag verder moeten lopen? Ik had mezelf genoeg speling gegeven, elk oponthoud had ik ingedekt. Ik had verhalen gelezen van mensen die maar in een x-aantal uren deze route hadden gelopen. Maar waarom zou ik ook maar enige stress en/of prestatiedruk meenemen naar deze fantastische omgeving? Waar de tijd sowieso stil leek te staan, er niet meer toe deed. Waarom zou ik niet gewoon de rest van de dag ‘lekker’ nietsdoen? Me voorbereiden op morgen. Want ik was er nog steeds niet uit of ik nou de oostelijke of westelijke route naar de top van de Kebnekaise zou nemen. Oost was korter, maar technischer. Je moet met een gids mee over een gletsjer en een stuk langs een via ferrata. Dat trok me erin aan, maar aan de andere kant had ik helemaal geen zin om een ander mijn tempo te laten bepalen.  Na wikken en wegen en wat gesprekjes met andere bergwandelaars, besloot ik zelf de westelijke route te nemen. 9 km heen en 9 terug. Die middag huurde ik een dagrugzak en een set stijgijzers. Die zijn namelijk onmisbaar voor het laatste stuk van 50 meter, om de top te bereiken. Vervolgens liep ik een stuk van het bergstation vandaan en zocht ‘a place with a view’ om mijn tentje weer op te zetten. Tevreden met al mijn beslissingen van die dag en de plek waar ik zou overnachten, keek ik achterom toen ik een prachtige regenboog zag. Na een avondmaaltijd was ik klaar voor een tweede nacht in de natuur. De enige keer dat ik een wekker zette, zodat ik vroeg kon beginnen met de beklimming van de hoogste berg van Zweden.  Benieuwd hoe de beklimming me verging?  Check dan deze blogs:   Dag 3 - de KebnekaiseDag4 - Kungsleden, here I come!Dáár is dan eindelijk de Kungsleden Lijkt het je ook wel wat om de (Zweedse) wildernis te verkennen? Lees hier waar je allemaal aan moet denken bij de voorbereidingen qua uitrusting! Ook zette ik de praktische tips op een rij in deze blog.

#abisko nikkaluokta
24Sep2018
Kungsleden: wat neem je mee?
Maaike Hoffstedde

Wanneer je alleen tijd in de wildernis doorbrengt en je niet even naar een winkel kunt om iets te kopen wanneer je iets bent vergeten, dan is het van cruciaal belang dat je goed voorbereid met je tocht begint. Zo kun je er ook optimaal van genieten en hoef je je onderweg geen zorgen te maken of alles wel goed zal gaan. Het is echt belangrijk niets aan het toeval over te laten. Begin dan ook op tijd met alle voorbereidingen, en geloof mij: het zorgt voor veel voorpret. Je leeft zo wekenlang toe naar je tocht. Hoe vaker je zoiets doet, des te bedrevener zul je erin raken. Toch is het bij iedere tocht weer een puzzel: hoeveel dagen ga je? Naar wat voor gebied? Hoe is het weer er in die tijd van het jaar? Om je een beetje op weg te helpen: hierbij per thema de nodige tips voor de route Nikkaluokta - Abisko, een deel van het bekende Kungsleden pad.  Kleding Voor tien dagen in Zweeds Lapland besloot ik qua kleding het volgende mee te nemen: 1 trekking tight, 1 afritsbare/waterafstotende outdoorbroek, 3 merino wollen shirts van Dilling (1 x korte mouw, 1 x lange mouw, 1 singlet), donsjack, softshell, muts, paar handschoenen, Vaude regenponcho, regenbroek, 3 onderbroeken, 2 topjes, 1 sportvest, 1 buff, 3 paar sokken, een paar fivefingers en 1 lichtgewicht microvezel handdoek. Dit bleek niet teveel en niet te weinig te zijn. De merino wollen shirts zorgen ervoor dat je niet stinkt wanneer je zweet. En als je ze even uithangt zijn ze zo weer fris. Wol heeft namelijk prachtige temperatuurregulerende eigenschappen. Het is echt belangrijk om kleding bij je te hebben die je goed beschermt tegen de elementen. In Lapland kan het overdag enorm warm zijn, zo liep ik regelmatig rond in een korte broek en een shirt. Omdat het er zo goed als niet donker wordt, kun je 's avonds best lang doorlopen als je daar zin in hebt. Zodra de zon echter achter de bergen verdwijnt en je in de schaduw bent, voel je meteen het enorme temperatuurverschil. Op dagen dat ik langer doorliep, zorgde ik daarom ervoor dat ik mijn tentje kon opzetten in de zon. Zodra de zon verdween trok ik direct mijn donsjack aan en zette ik mijn muts op. Onderweg heb ik de Kebnekaise beklommen, de hoogste berg van Zweden. Daar boven heb ik al mijn kleding nodig gehad, de softshell ging over het donsjack, de buff onder mijn muts en ik was enorm blij dat ik mijn handschoenen niet was vergeten. Kortom: denk goed na over de kleding die je meeneemt, en de kwaliteit hiervan. Uitrusting Tent: ik heb enorm gepuzzeld met het gewicht,  en mijn budget om nog 'slimmere' dingen aan te schaffen die nog lichter waren. Gelukkig was ik al in het bezit van een lichtgewicht Coleman tentje. De Coleman Raid, ik vond hier een uitgebreide review van het tentje dat slechts 980 gram weegt. Hier zouden eigenlijk twee personen in moeten passen, ik werd in mijn eentje (samen met de backpack) al redelijk claustrofobisch. Je kunt er namelijk niet rechtop in zitten. Dit tentje heeft prima dienst gedaan, tot het noodweer werd met keiharde regen en veel wind. Gelukkig toen ik bijna in Abisko was, maar dit heeft me wel aan het denken gezet. Voor de volgende trip zit ik daarom te denken aan een tentje van een redelijk onbekend merk uit de UK: Alpkit. Dit tentje van 1,3 kilo is iets zwaarder dan de Coleman Raid, maar het lijkt me fijn met een tentje te reizen waarin je ook rechtop kunt zitten. En iets meer ruimte zou echt niet verkeerd zijn. Zo kun je bij slecht weer op een comfortabele manier iets langer in je tent doorbrengen.  Rugzak: met een zolder vol rugzakken, dacht ik dat de perfecte er vast wel tussen zou liggen. Helaas, de meesten waren toch te klein en ik had geen budget om even een perfecte lichtgewicht nieuwe aan te schaffen. Ik besloot daarom een grote army bag van Lowe Alpine mee te nemen. Het nadeel van deze tas is het gewicht, hij is absoluut niet lichtgewicht, maar het was niet anders. Toch heeft deze tas me verrast. Hij zat enorm fijn en de band om mijn middel was comfortabel en schuurde niet op mijn heupen. Mede dankzij de fijne shirts van Dilling, die niet omhoog kropen. Zo vervoerde ik, afhankelijk van de hoeveelheid water en voorraad voeding die ik had, zo'n 18-20 kilo zonder noemenswaardige problemen.  Toch wil ik kijken naar een lichtere tas voor een volgend avontuur. Zo zit ik te denken aan een tas van het merk Alpkit, of van dit nog redelijk onbekende merk Hyperlite Mountaingear. Een rugzak van 55 liter zoals deze, weegt nog geen kilo. Drysacks: deze waterdichte zakken zijn absoluut onmisbaar als je gaat rondtrekken. Ook als je een regenhoes voor je rugzak hebt. Ik heb er zelf een van 20 liter van Sea to Summit en een van 12 liter van Osprey. Beide hartstikke lichtgewicht en praktisch. In die van Osprey stopte ik alle waardevolle spullen die niet tegen water kunnen en in de grote al mijn kleding en de slaapzak. Zo ben je er zeker van dat deze spullen niet nat worden. Het is ook fijn dat met zulke zakken je bagage praktisch verdeeld is.  Slaapzak en matje: ook als het overdag warm is, kan het 's nachts erg koud worden in Lapland. Op het laatste moment besloot ik mijn ontzettend warme, maar redelijk 'zware' donsslaapzak toch om te wisselen voor een lichtere maar ook dunnere. Wat heb ik het koud gehad! Een lichtgewicht versie van mijn zware slaapzak staat dan ook op mijn verlanglijstje voor volgend jaar. Dit geldt ook voor mijn matje. De hele goede matjes die ik in mijn bezit heb,  zijn voor een trip als deze te zwaar. Ik heb daarom een redelijk simpele meegenomen, maar dit kan lichter en beter. Daar ga ik me voor mijn volgende tocht eens in verdiepen.  Voeding Tijdens een tocht als deze ontkom je er niet aan: gevriesdroogde voeding. Ondanks dat ik in mijn leven al veel tijd in de bergen heb doorgebracht, had ik altijd ‘gewoon eten’ meegenomen. Ik was namelijk nog nooit zo lang van de bewoonde wereld geweest, en heb nooit eerder mijn bepakking zo uitgekiend om zo licht mogelijk te reizen. Ik vond het ook belangrijk om uitgebalanceerde voeding mee te nemen, waardoor mijn lijf het goed zou volhouden tijdens de reis. Ik zou toch 140 kilometer gaan lopen met en bepakking van uiteindelijk 18 - 20 kilo op mijn rug. Ik heb twee verschillende merken meegenomen op mijn reis, en ter plekke nog een Zweeds merk Blå Band geprobeerd. De maaltijden zijn makkelijk te bereiden. Je hebt alleen gekookt water nodig,  je opent de zak en vult deze tot een bepaald lijntje. Dit is bij ieder merk en iedere maaltijd anders. Goed roeren, de zak sluiten en dan moet je meestal 8-10 minuten wachten.   Adventure foodVan dit merk had ik verreweg de meeste maaltijden bij me. Na het lezen van wat reviews had ik het een en ander uitgezocht. Ze zijn verkrijgbaar in verpakkingen voor 1 en 2 personen, maar omdat ik alleen rondtrok, koos ik uiteraard voor de 1-persoonsmaaltijden. Ik was best sceptisch moet ik bekennen, ook na het lezen van de recensies was ik niet geheel overtuigd. Maar ik vond de maaltijden eigenlijk prima, zoals deze Curry Fruit Rice maaltijd waarvan ik er twee bij me had.  Het enige nadeel van Adventure Food vind ik de hoge zakken. Als hij bijna leeg is, is de gemiddelde lepel/vork te kort om het onderste eruit te halen zonder dat je je hele hand erin moet steken die vervolgens vies wordt. Geen grote ramp, maar ik vond het niet handig. Het Zweedse merk heeft een beter design op dat vlak.  Andere merken voor outdoorvoeding zijn bijvoorbeeld: Forestia, Real Turmat en Blå Band. Bij Bever Zwerfsport verkopen ze veel Adventure Food. Voor een nog ruimer assortiment van andere merken moet je bij Bushcraftshop.nl of Bergfreunde zijn. Het is een kwestie van uitproberen en testen.  Smaken verschillen. Ik heb zelf vooraf niets getest. Ik besloot dat wie hongerig is en niets anders voor handen heeft, alles lust. En dat klopte, het smaakte me allemaal prima na uren lopen. Who can survive without coffee? Ik niet! Ik had slechts 1 pannetje mee om water te koken. Hiermee zou ik mijn maaltijden kunnen bereiden en koffie kunnen maken.  Ik nam zakjes oplosbare espressokoffie mee. Voor mijn volgende trip wil ik het koffiedrinken in de wildernis naar een hoger level tillen. Met deze zakjes van Freshdrip kun je echt overal filterkoffie zetten. Ik heb ze nog niet geprobeerd, maar kijk daar zeker naar uit.  Dat brengt me bij het brandertje. Het is met gevriesdroogde maaltijden van groot belang om water te kunnen koken. Ik was zelf al in het bezit van twee Campinggaz branders, maar aangezien ik naar Zweeds Lapland zou gaan moest ik toch echt overstappen op het Zweedse merk Primus. Omdat ik naar Kiruna vloog, moest ik namelijk ter plekke gasbusjes aanschaffen en ik wist al van een eerdere vakantie in Zweden dat Campinggaz daar amper te verkrijgen is. Better safe than sorry, dus ik besloot er een van Primus aan te schaffen. Dit merk heeft grotere branders die veel beter kunnen verwarmen bij slechter weer, maar ik koos toch voor een zo licht mogelijke te gaan: 82 gram is deze Primus Express Stove.  Eetgerei: 1 pannetje is voldoende en een bord is niet nodig. Kies voor een lichtgewicht besteksetje. Ga NIET voor deze van Decathlon. Een dergelijk inklapbaar ogenschijnlijk handige vork en lepel-in-één, was echt niet handig schoon te maken. Ook verkleurde hij in je warme voeding, dit leek me niet zo gezond. Ik heb hem weggegooid bij , wat zonde en milieuonvriendelijk is.  Gebruik een spork uit 1 geheel, of kijk voor een onbreekbaar lichtgewicht setje van bijvoorbeeld Sea to Summit.  Water: het is misschien moeilijk voor te stellen als je er nog nooit bent geweest, maar je kunt in Lapland het water gewoon uit de stroompjes drinken. Je hebt echt geen filter nodig. Sleep deze dus ook niet mee, het is onnodig. Het water komt er regelrecht van de berg en is nog schoner dan ons kraanwater. Zelf had ik een Camelbak van 2 liter mee, want ik vind het handig om op die manier tijdens het lopen te drinken. Deze bestaan in verschillende soorten en maten. Een goed alternatief is een lichte rvs-fles van bijvoorbeeld Kleen Kanteen die je steeds kunt bijvullen.  VerzorgingsproductenToilettas: ondanks het gewicht koos ik er toch voor om een toilettas aan te schaffen. Het zou namelijk lichter zijn om mijn toiletartikelen in plastic zip-zakjes te doen. Ik wilde het toch allemaal praktisch in orde hebben en ik heb er onderweg geen moment spijt van gehad. Sowieso lukte het me steeds makkelijk mijn tas in en uit te pakken, doordat ik mijn bagage goed georganiseerd had. Ik schafte een toilettas aan van Jack Wolfskin en deze bleek enorm praktisch in gebruik. Met een gewicht van 135 gram heeft hij genoeg vakjes om zo min mogelijk toiletartikelen, zo handig mogelijk mee te nemen. Leave no trace behind!!!Denk extra goed na over de verzorgingsproducten die je meeneemt de natuur in. Er is geen afvoerputje die je shampoo wegspoelt naar een plek waar het water uiteindelijk weer wordt gezuiverd. Nee, je bent daar één met de natuur en alles wat jij achterlaat kan de natuur schaden. Dat wil je natuurlijk niet en dus adviseer ik de volgende producten. Shampoo: ik heb gekozen voor het merk Sea-to-Summit. Dit merk heeft een flesje van 89ml vloeibare shampoo, maar dit leek mij zwaarder dan dit lichte doosje met 50 biologisch afbreekbare ‘blaadjes’ die veranderen in shampoo met conditioner wanneer het in aanraking komt met water.  Tandenborstel en tandpasta: de meest lichte en milieuvriendelijke optie vond ik in dit setje van een toch al als duurzaam bekend staand merk Vaude. De tandenborstel moet je in elkaar klikken en de tandpasta is biologisch afbreekbaar. De tubetjes tandpasta zijn ook los te bestellen. Ook  Wassen: Om onderweg mijn kleding te kunnen wassen, heb ik een flesje wasmiddel van Sea to Summit aangeschaft. Ook nam ik wasschillen van Seepje mee, en deze waren voldoende. Het flesje zal ik een volgende keer niet zo snel meenemen, de Nepalese wasschillen zijn veel lichter, en kunnen niet eventueel gaan lekken. Menstruatieproducten: wat als het net de tijd van de maand is voor vrouwen? Je mag echt nergens iets achterlaten in de natuur, en het is echt niet prettig voor andere wandelaars om biologisch afbreekbare tampons tegen te komen. Geloof me: je wil in al dat natuurschoon ook echt niets achterlaten. Je zult dus als je maandverband of tampons gebruikt, deze in een zakje mee moeten nemen tot je de volgende hut passeert. Je kunt daar als voorbijganger een composttoilet gebruiken en je afval achterlaten. Ook de lege zakjes van je outdoormaaltijden. Het meest milieuvriendelijke en vooral tijdens een dergelijke reis ook enorm praktische alternatief: de menstruatiecup. Deze hoef je minder vaak te verwisselen en je hebt geen afval om met je mee te dragen. Ik raad het wel aan om vooral ruim voor je reis al zo'n ding aan te schaffen en te gebruiken. Het vergt even wat oefening. Lees bij interesse vooral deze blog die ik schreef voor Green Jump over menstruatiecups. Medische kit: onmisbaar is een EHBO-setje. Bijna ieder outdoormerk heeft wel een lichtgewicht setje in het assortiment. Zelf heb ik er een van Salewa, die niet meer online verkrijgbaar is. Maar deze is te vergelijken bijvoorbeeld dit setje. Mocht het niet standaard in je kit zitten: neem een alu-deken mee tegen onderkoeling. Deze zijn ook gewoon los te verkrijgen.  Anti-muggenmiddelen:  dat verhaal over die muggen in Lapland is echt serieus te nemen. Het scheen dit jaar mee te vallen, door de enorme droogte tijdens deze zomer van 2018. Maar, ik heb van de Zweden die ik ontmoette tijdens mijn reis vernomen dat het meestal veel erger is. Vergeet daarom echt je anti-muggenmiddelen echt niet. Let er ook op dat je een broek meeneemt waar geen muggen doorheen kunnen prikken. Ik had mezelf in de  Fjällraven Abisko Trekking Tights gehesen, leek me een goede en praktische broek voor deze trip. Muggen steken echter door dit materiaal, trekking tights raad ik daarom echt af voor dit gebied. Nog niet overtuigd? Het leek me altijd wat overdreven, zo’n hoed met een netje tegen de muggen: maar ik ga er zeker een aanschaffen voor volgend jaar. Laat het je echter niet weerhouden om te gaan. Koop gewoon een goede broek waar geen muggen door kunnen steken en neem een spray mee.  Geen mobiele dekking Op het grootste deel van de Kungsleden heb je geen bereik. Wie start in Abisko heeft al snel geen ontvangst meer. Wie vanaf Nikkaluokta loopt, zal tot het Kebnekaise Fjällstation bereik hebben. Daarna valt het snel weg. In eerste instantie was dit voor mij een reden om toch maar niet te gaan dan. Ik wilde graag bereikt kunnen worden voor het geval er iets met mijn kinderen zou zijn. Maar voor de meeste 'problemen' is wel een oplossing te vinden en na wat rondvragen kwam ik terecht bij de eigenaar van Bushcraftshop.nl. Hij verhuurt allerlei (satelliet)apparaatjes om contact te kunnen hebben met de buitenwereld, of om in geval van nood alarm te kunnen slaan. Dat kon ik met deze inReach MINI allebei. Via mijn telefoon kon ik berichten verzenden, ontvangen en ik had een SOS-knop die dezelfde functie heeft als het bellen van 112. Een review van de Garmin inReach MINI is hier te lezen.  Dit brengt me bij het volgende: elektriciteit. Je kunt onderweg natuurlijk nergens even je telefoon opladen. Ik had daarom een WakaWaka geleend: een zonnelader en lamp ineen. Want ik wilde mijn telefoon gebruiken om foto's te kunnen maken, een extra camera zou meer gewicht op mijn rug betekenen. Wel had ik nog een GoPro bij me, met twee opgeladen batterijen, en een kabel om hem via de WakaWaka op te laden. Helaas zit je zo'n stuk boven de poolcirkel gewoon té ver van de zon om het apparaat op te kunnen laden. Hij trok mijn iPhone sowieso niet, gelukkig heb ik de Garmin inReach nog wel kunnen opladen, maar toen het slechter weer werd heb ik wel even gedacht dat ik het niet zou redden met dit apparaatje. Gelukkig heeft 'ie het tot het eindpunt gered. Maar, ik ga me wel verdiepen in een andere manier om je apparatuur onderweg op te kunnen laden. Zijn er sterkere zonneladers? Of is het een kwestie van 1 of meerdere enorm goede powerbanks aanschaffen?  Zoals je kunt lezen: zo'n tocht vergt wat voorbereiding, maar geloof me: het is méér dan de moeite waard. Lees hier mijn complete reis/sfeerverslag.  Disclaimer: elk woord in dit artikel is geschreven omdat ik erachter sta. Geen enkel bedrijf of merk heeft mij gevraagd iets op te schrijven en niemand heeft mij op enige manier betaald om hun merk of product te noemen. Ik raad alleen iets aan waar ik zelf compleet achter sta en wanneer ik het zelf heb gebruikt/getest. De hyperlinks in dit artikel heb ik geplaatst om het mensen makkelijk te maken.  Zo kun je als lezer meteen zien hoe zoiets eruit ziet, en wat het kost. Ik hoop dat mensen hierdoor goed voorbereid op weg gaan, goed met de natuur omgaan, veilig thuis komen, en veel plezier hebben gehad. 

#immigratiebeleid trump
27Jul2018
Immigratiebeleid: hoe maak je duizenden kinderen kapot?
Maaike Hoffstedde

Dus. Er was een meisje van acht, dat door haar moeder werd meegenomen uit Guatemala. Volgens CNN op de vlucht voor misbruik en geweld. Ze probeerden een veilige plek te bereiken. In de VS werden moeder en dochter 55 dagen gescheiden, om weer te worden herenigd voor het oog van de camera. We kunnen nu allemaal weer opgelucht ademhalen, maar niet heus. Want wat blijkt: honderden van deze kinderen zijn nog altijd niet herenigd met hun ouders, en een deel van hen is 'verdwenen'. Ik wil geen discussie over het feit of deze mensen 'op de vlucht mogen zijn'. Of ze wel het recht hadden om illegaal de grens met de Verenigde Staten over te steken. Laten we dan even teruggaan in de geschiedenis om te kijken of de Europeanen wel het recht hadden de indianen te verdrijven. Het is een compleet andere discussie. Waar ik het wel over wil hebben: het scheiden van ouders en hun kinderen. En de gevolgen hiervan.Al was de moeder van het meisje een leugenaar. Had ze het helemaal niet slecht in haar geboorteland. En was ze slechts een gelukszoeker die alleen maar meer en meer wilde. Dan nog mag haar 8-jarige dochter hiervan niet de dupe worden. Net zoals al die andere kinderen die gescheiden van hun ouders zijn opgevangen in detentiecentra. Het woord alleen al. Detentie. Opsluiting. Dit doe je wanneer mensen strafbare feiten plegen. Na een eerlijk proces. In de westerse democratieën dan. En dat mag je dus ook verwachten van een land als de Verenigde Staten van Amerika. Het land dat in 2003 Irak binnenviel om democratie te brengen. Ik hoor het Bush nog zeggen: ,,To free the Iraqi people." De laatste keer dat ik iets over Irak hoorde, was het er nog steeds een vreselijke puinzooi, zo niet erger. Maar dat terzijde. Het land van de vrijheid en mogelijkheden. Redder in nood. Daar sluiten ze dus zonder proces onschuldige kinderen zonder hun ouders op omdat deze al dan niet in een vlaag van wanhoop een beter leven proberen te realiseren voor hun kinderen. Wat de beweegredenen van de ouders ook zijn: kinderen scheid je niet van hun ouders en sluit je niet op.TraumaDit meisje bracht 55 dagen in een detentiecentrum door, zonder haar moeder. Over haar rug scoort CNN weer een heleboel views. En ja, ook ik verspreid nu beelden van een moment dat helemaal niet over de wereld zou moeten worden verspreid. Alsof dit niet een intiem moment tussen moeder en dochter hoort te zijn. Ik wijs op dit filmpje vanwege het volgende: iedereen die ook maar iets van de ontwikkeling van kinderen weet en wat trauma met kinderen doet, kan zien dat dit kind emotioneel helemaal afgestompt is. Ze is getraumatiseerd. Ze is 'numb'. Het is bijna voelbaar door het beeldscherm. Dàt moeten we zien. Ook de moeder is getraumatiseerd, voor zover ze dit niet al was. Lees hier haar verklaring over het gebeuren: On May 10, 2018, the day after our arrest, Officers came into the room and told me that they intended to take my daughter away from me. The Officers told us that the law with minors was "done" and again said 1 was going to be deported. Most devastating of all, the Officers said 1 would never see my daughter again. When the Officers told me this, 1 felt like collapsing and dying. I cannot express the pain and fear I felt at that point. My daughter was only seven years old and she was much too young to be taken from me. When I asked why the Officers said that I had "endangered" her by bringing her here. They told me to sign a consent form to take my daughter, but that it did not matter whether or not I signed, because they were going to take her either way.The officer came into the cell and called my daughter and me into the big office space. They told me that if I did not sign the paper they would still take my daughter from me, and they also said it would be worst for me. During this same conversation one of the officers asked me "In Guatemala do they celebrate mother's day?" When I answered yes he said, "then Happy Mother's Day" because the next Sunday was Mother's day. I lowered my head so that my daughter would not see the tears forming in my eyes. That particular act of cruelty astonished me then as it does now. I could not understand why they hated me so much, or wanted to hurt me so much.Eind goed al goed?Nee het is helemaal niet goed dat moeder en kind weer zijn herenigd en dat iedereen weer opgelucht kan ademhalen. Gaan we hierdoor denken dat al die andere kinderen nu vast ook snel herenigd zijn met hun ouders? En ook al worden ze herenigd: ze zijn beschadigd voor hun leven. Dit kind heeft schade en deze is bewust toegebracht, door het idioot zieke idee om anno 2018 in een westere samenleving kinderen van hun ouders te scheiden. En zoals blijkt uit het nieuws van vandaag: van de 2500 kinderen die de Amerikaanse regering heeft gescheiden van hun ouders, zijn er 'slechts' 1400 herenigd met hun ouders. ELFHONDERD kinderen leven dus al maanden zonder hun ouders in een detentiecentrum en we verwachten dat het ooit nog wel goed komt met ze? In het artikel van vandaag in het AD staat over de hereniging: Volgens de overheid komen ruim zevenhonderd kinderen daarvoor überhaupt niet in aanmerking . Dat komt doordat de ouders van veel van die kinderen niet meer in de Verenigde Staten verblijven. Ze zijn uitgezet of zelf vertrokken. De mensenrechtenorganisatie die de zaak had aangespannen, probeert de verblijfplaats van die ouders te achterhalen. De American Civil Liberties Union wil dat de overheid ze alsnog bij elkaar brengt. Volgens de organisatie is er veel verwarring en zijn er kinderen in een 'zwart gat' verdwenen.Deze kinderen zijn voer voor mensenhandelaren. Triest maar waar. Zevenhonderd kinderen die hun ouders waarschijnlijk helemaal niet meer terugzien.En voor wie denkt dat dit alleen maar gebeurt onder het beleid van die boze slechte Trump, zoals we graag geloven. Ook in Nederland worden kinderen aan de lopende band in detentiecentra gestopt alvorens ze worden uitgezet. Of alleen hun moeder wordt het land uitgezet. UPDATE: Het 'eerste' geval van seksueel misbruik van een 6 jaar oud kind in een detentiecentrum is een feit. Lees hier het schrijnende verhaal van een 6-jarig meisje dat werd weggehaald bij haar moeder, werd opgesloten, en vervolgens werd misbruikt. Ze moest een formulier tekenen waarin ze aan moest geven dat het HAAR VERANTWOORDELIJKHEID was om bij de misbruiker uit de buurt te blijven. 

#vlogs youtube
14May2018
Vloggen: de nieuwste vorm van uitbuiting en kinderarbeid
Maaike Hoffstedde

Hoewel ik mijn kinderen lange tijd probeerde te laten opgroeien zonder beeldschermen, heb ik ze in de loop der jaren er steeds meer aan laten wennen. Omdat kinderen nou eenmaal dat willen wat ze niet mogen,  zo jong nog niet kunnen begrijpen waarom ik het niet goed voor ze vind, en ik het toch langzaam wilde introduceren toen ze ouder werden. En omdat ook niet alles zwart/wit is, er zijn ook genoeg creatieve dingen te doen met een tablet of iPhone.  Zo houdt mijn zoon met een enorme honger naar kennis en feiten ervan om deze te stillen met het zoeken naar antwoorden. Hij heeft een site gevonden met educatieve filmpjes over de meest uiteenlopende onderwerpen. Ook is hij geinteresseerd in ruimtelijke ordening, hij is fervent gebruiker van de app Google Maps en Google Earth. Waar ik in de tijd van vóór de iPad landkaarten door het hele huis had liggen, is het nu wat geordender. Mijn dochter daarentegen, die enorm sportief en beweeglijk is, maakt graag filmpjes met haar Musical.ly account en gebruikt regelmatig haar turnkunsten in deze creaties. Of ze kijkt op YouTube naar hoe ze haar turnskills kan verbeteren. Allemaal prima, dacht ik, die beeldschermen zijn zo erg nog niet.  Fout. Ofwel,  het is niet het beeldscherm an sich dat de jeugd verpest, hoewel er al hele studies worden geschreven over de invloed van het blauwe licht uit het beeldscherm vlak voor het slapen gaan, maar het is de rotzooi die voor kinderen geproduceerd wordt om ze te beïnvloeden. Marketing voor kinderen, over de rug van kinderen. Ik heb serieus geprobeerd dit niet zwart/wit te zien, maar om eerlijk te zijn vind ik het vreselijke 'entertainment'.  De wereld van vlogs Ik heb het over vlogs. Hoewel ik de voorbijgaande jaren regelmatig iets opving over vloggers, had ik me er nooit zo in verdiept. Afgelopen winter las ik over overspannen vloggers die overwerkt waren door de druk iedere dag een filmpje online te plaatsen. Net in die periode vonden mijn twee kinderen van negen de vloggers ook ineens enorm interessant en als moeder die moet weten wat haar kinderen online uitspoken, viel mijn mond open van verbazing over dit fenomeen. Kinderen die ofwel door hun ouders worden gebruikt als verdienmodel, of die met toestemming van hun ouders door fabrikanten en sponsoren worden gebruikt om reclame te maken voor speelgoed en andere producten.  Voor de duidelijkheid: als je kind over het nodige zang- en acteertalent beschikt en na een auditie of casting bijvoorbeeld een rol in een musical mag spelen, dan zijn er tal van regels die ouders en producenten moeten naleven. Zo staat op de site van Rijksoverheid het volgende: Kortom, kinderen die professioneel hun talenten verkennen mogen dat niet zomaar onbeperkt doen. Die kinderen leren hier iets van en ze zijn hiervoor uitgekozen omdat ze iets kunnen, een talent hebben. Gedreven en ambitieus zijn. Zij worden ook begeleid door professionals. Dit heb ik zelf mogen zien toen mijn dochtertje, groot fan van Kinderen voor Kinderen,  auditie deed om bij het koor te mogen en het tot de laatste groep schopte. Hier ving ik al op dat de kinderen zich aan strenge regels van de inspectie moeten houden. Maar ik zag tegelijkertijd dat deze kinderen worden begeleid door mensen die weten waar ze mee bezig zijn.  In Nederland is kinderarbeid verboden. Kinderen onder de 13 jaar hebben ontheffing nodig van de inspectie SZW. Dit geldt niet voor de jaarlijkse uitvoering van de balletschool. En de uitvoering vindt niet plaats in COMMERCIËLE SFEER. Een kind dat een rol speelt in een musical of film kan ontheffing krijgen om wel te mogen werken.  Ok. Dit zijn de regels. Nu de realiteit. YouTube staat vol met vlogs waarin kinderen voorkomen waarbij ik me afvraag of er ontheffing is aangevraagd. Ik denk het niet. Neem bijvoorbeeld de Familie Koet met hun vlog Koetlife. Voor de duidelijkheid, het gaat me niet om deze familie. Van alle vloggers die ik noem: ik weet dat er tal van voorbeelden zijn.  Maar ik 'ken' ze omdat mijn kinderen hiernaar kijken of keken. En als moeder moet ik toch het internetgedrag van mijn kinderen goed in de gaten houden.  De familie Koet zet iedere dag een nieuwe vlog online, begreep ik. Dat moet wellicht omdat de familie met een drieling van een jaar of vijf, zelfs een website met merchandise heeft. Je moet je volgers toch wat te bieden hebben. Ik neem aan dat de 'volgers' voornamelijk uit kinderen bestaan, aangezien ik mij niet in kan denken dat een volwassene hier vrijwillig naar kijkt. In tegenstelling tot een musical of een film waarin een kind een rol vervult. Ik kan dan zien hoe goed dit kind kan dansen,  zingen of acteren. Ik zie dan een professioneel procuct, kijk naar iets waar hard voor getraind is en waar deze kinderen van groeien. Ondanks de regels van onze overheid, die deze kinderen beschermt tegen teveel werk(druk),  uitbuiting en er zo voor zorgt dat deze kinderen nog genoeg vrije tijd hebben.  Maar wat als je als kind in je 'vrije tijd' bij elke voetstap door je ouders wordt gefilmd om aan het einde van de dag weer zoveel mogelijk 'duimpjes omhoog' te genereren voor de ruim 185.000 abonnees die meekijken in je dagelijks leven? Waar is de vrije tijd en privacy van deze kinderen? Ja, wat dan? Wie beschermt je dan tegen teveel werken? Want dat is het, als je ouders gewapend met een GoPro 's ochtends je slaapkamer binnenkomen, waar jij als kleuter ligt te slapen. Ik kan me voorstellen dat je dan denkt: rot een eind op met die camera. Helemaal als je ook nog met diezelfde camera in je gezicht je ontbijt moet wegwerken en als mama je naar school rijdt ze al vloggend met je blijft praten. Jij zelf mag nu de selfiestick vasthouden, zo kan mama sturen. Zo zijn er tal van familievlos waarin elke belevenis uit het leven van zo'n gezin wordt vastgelegd. Zelfs doktersbezoeken. Ik kan me voorstellen, dat wanneer papa met je naar een ziekenhuiscontrole gaat, het niet heel erg fijn is dat dit wordt gefilmd. Dat in plaats van dat papa zich om jou bekommert, hij vooral bezig is dit zo goed mogelijk vast te leggen op camera. Want duimpjes omhoog. Alles voor de volgers.  Het gaat zelfs nog verder, je kunt ook gewoon worden geboren in een vlog. Zoals het jongste kind van de familie Bellinga. Toen ik even verder keek zag ik dat zij hun wel en wee al sinds 2013 op YouTube delen.  Waarom kijk je dit soort dingen? Ik vroeg het mijn dochter die het enorm leuk vond om te kijken naar de familie Lakap. Minder bekend dan de familie Koet, nog niet zoveel abonnee's, bijna 100.000. Maar daar wordt hard aan gewerkt,  want ook zij plaatsen zo ongeveer iedere dag een vlog online. De kindjes hebben ook een eigen kanaal, net zoals de Koetlife-drieling. En daarop worden dan vooral 'spelletjes' met bergen vol snoep geplaatst. Hierbij komen de merken van dit snoep uitgebreid in beeld: marketing. En dat is ook het enige doel hiervan: marketing. Het kind in kwestie mag bij een dergelijke 'snoepchallenge' alle zooi naar binnen werken die hij maar wil. Zoals in de video 'Wat gebeurt er als je alle snoep laat smelten'. Zonder belerend te willen doen:  we weten allemaal dat dit ontzettend ongezond is, en helemaal in deze hoeveelheden. We weten allemaal dat enorm veel kinderen steeds jonger kampen met overgewicht. Kinderen in de groei horen te bewegen, te leren en zich niet ten behoeve van snoepproducenten voor de ogen van volgers vol te stoppen met snoep. En zo andere kinderen het slechte voorbeeld te geven. Want ja, die willen dat natuurlijk ook.  En dan terug te komen op de vraag die ik mijn dochter stelde: wat is er leuk aan? ,,Het is zo leuk om te zien hoe blij die kindjes ervan worden." En DAT is het. Al deze kinderen worden 'gebruikt' om alle kijkers het gevoel te geven: dit wil ik ook! Consumptie: als ik dit heb ben ik net zo gelukkig.   Fout. Het vloggen over snoepgoed en speelgoed maakt niet gelukkig. Vloggen maakt sowieso niet gelukkig. Dat ondervond ook de vriendin van Waylon, die een burn-out kreeg op haar 24e dankzij het vele vloggen. Kindervloggers Er zijn niet alleen kleine kinderen die door hun ouders elke dag op YouTube worden gezet. Er zijn ook tal van pubers, soms zo jong als een jaar of negen, die hun eigen vlogs (lijken te) maken. Bibi bijvoorbeeld. Bibi werd in mijn huis op een soort voetstuk geplaatst.  Dan wilde mijn dochter iets van haar eigen bij elkaar gespaarde geld aanschaffen, want ja, Bibi had dat zo leuk laten zien in haar vlog. Zoals een hatchimal bijvoorbeeld. Bibi gaat zo'n ding, ook al zoiets, unboxen voor de camera. Unboxen, ja je leest het goed.  Dit kind krijgt van een speelgoedproducent een stuk speelgoed opgestuurd omdat ze zoveel volgers heeft. Van dat veel te dure speelgoed dat na 1 x gebruiken saai of stuk is. Ze noemt dat het te koop is bij Intertoys. Waarna bij mijn kind het gevoel wordt losgemaakt: o dit wil ik ook. Kom, we gaan naar Intertoys. Ik ga 60 euro neertellen voor een gemotoriseerd dier.  Bovendien houdt ze regelmatig winacties, waarin ze speelgoed aanprijst voor bijvoorbeeld LEGO via Intertoys, waarbij ze ongetwijfeld zal worden gesponsord. Hier zie je wat ik bedoel. Dit meisje is een soort voorbeeld en held van ik weet niet hoeveel meisjes? En waarom? Omdat ze speelgoed van speelgoedfabrikanten aanprijst of weggeeft met een giveaway-actie. Zo begon het niet, want ze maakte eerst echt de meest schattige filmpjes over dingen die ze zelf creëerde, redelijk onschuldig lijkt me.  Maar ondertussen denken hordes meisjes net zo te willen zijn als Bibi, want dan ben je pas cool. En al die kinderen van tegenwoordig kennen deze vloggers. Ik bedoel hiermee niet specifiek Bibi. Maar ook Meisje Djamila, De Zoete Zusjes en zo zijn er veel meer. Ook denken al die kinderen dat als zij óók een vlog hebben, ze iets gepresteerd hebben. Het hebben van volgers geeft status, in plaats van echt iets te kunnen. En een hele generatie kinderen groeit op met deze gedachte. 'Wees net als...' En dan de kindervloggers zelf. Die lopen straks fikse kans op een burn-out, zo leggen drie vloggers uit in dit artikel. Waarin ze door Glamour 'influencers' worden genoemd. Weer een nieuw woord geleerd. Zelfs een meisje van 9 wordt al een influencer genoemd. Sta eens stil bij het woord: beïnvloeder. We hebben het over kinderen. Die moet je niet beïnvloeden. Die moeten zichzelf kunnen zijn. Photo by Med Badr Chemmaoui on Unsplash

MEER